Maand: februari 2020

Welles-nietes-bossen langs rivieren

Bomen groeien graag in de nabijheid van rivieren. Niettemin hebben bomen en onze grote rivieren een haat-liefde-verhouding met elkaar. Wim Eikelboom, maker van de podcast Rivierverhalen, legt uit hoe de vork in de steel zit. 

Ons rivierenlandschap bestond ooit uit overvloedig bos. Daarna brak een tijd aan van ontbossing en tegenwoordig is bos weer in beperkte mate toegestaan. Dat heeft te maken met onze veranderende kijk op wat een veilige rivier is.

Rivierbos op een schilderij uit de 18e eeuw.

Op plekken waar je de natuur langs de rivier de vrije teugel laat, verrijst binnen de kortste keren een bos van jewelste. De rivier verspreidt zaden van wilgen en populieren en dat zijn bomen die razendsnel gedijen in uiterwaarden. Wilgen en populieren – waterminnende boomsoorten – groeien met snelheden van soms wel anderhalve meter per jaar. Er is geen enkel ander type bos dat zo snel tot ontwikkeling komt als een rivierbos.

Fraai spontaan gegroeid ooibos langs de IJssel tussen Wijhe en Olst.

Plan Ooievaar

Plan Ooievaar leidde ertoe dat eind jaren tachtig de beweging werd ingezet om de natuur meer ruimte te geven langs onze grote rivieren. Zo ontstonden weer ooibossen. Een ooibos is de naam van een spontaan gegroeid rivierbos. Ooi is een oud Duits woord voor een nat terrein in de nabijheid van een rivier. 

Rond de eeuwwisseling telde het Nederlandse rivierenlandschap ruim zestig ooibossen. Het paradepaardje was en is het ooibos in de Millingerwaard, langs de Waal.

Hoewel ooibossen bij hoogwater de golfslag dempen, kwam er afgelopen vijf jaar een tegenbeweging: Rijkswaterstaat zette rigoreus de kettingzaag in bomen en struiken langs de rivieren. Onder het adagium ‘Stroomlijn’ is ter grootte van ongeveer duizend voetbalvelden bos en struikgewas gerooid langs de Waal, IJssel, Maas en Rijn. 

Natuurlijk gegroeide wilgenbossen langs de oevers, zorgen bij hoog water voor gevaarlijke opstuwing en dat kan de waterveiligheid in gevaar brengen, vindt Rijkswaterstaat.

Rijkswaterstaat kwam tot het inzicht dat bomen en bossen weliswaar een verrijking zijn voor het landschap, maar ook een obstakel vormen bij hoog water.  Volgens Rijkswaterstaat kwam de veiligheid in het geding door de weelderige natuur langs de oevers. Bij hoog water zouden de natuurlijk gegroeide wilgenbossen voor zoveel opstuwing zorgen, dat de kans op dijkdoorbraken toenam. 

Natuurorganisaties gingen morrend akkoord met de gedwongen ontbossing langs de rivieren, op voorwaarde dat de meest bijzondere ooibossen gespaard bleven. Langs de IJssel gaat het om onder meer om Hengforden en de Duursche Waarden.

Kanotocht door ondergelopen rivierbos ter hoogte van Wijhe, langs de IJssel.

Rijkswaterstaat ging nog een stap verder en legde de spontane ontwikkeling van riviernatuur aan banden door invoering van een zogeheten vegetatielegger. Daarin staat nauwkeurig vastgesteld wat er voortaan mag groeien in de uiterwaarden. Omwille van de waterveiligheid is het aantal bospercelen langs onze rivieren flink beteugeld.

Eikvarens op een boom in ooibos.

Hardhout ooibos

Bossen die nog wel worden gestimuleerd, zijn hardhout-ooibossen. Dat zijn bossen van eiken, iepen en elsen op oeverwallen, oude rivierduinen en stroomruggen langs de rivier. Zulke bossen zijn in de loop van eeuwen grotendeels verdwenen omdat ze moesten wijken voor bewoning en landbouw op de verhogingen langs de rivieren.  

Eind 2020 is zo’n hardhout-ooibos aangeplant in de uiterwaarden langs de IJssel bij Zwolle, door vrijwilligers van natuurwerkgroep A Rocha Zwolle. Duizend stuks zomereik, fladderiep, zoete kers, winterlinde, kardinaalsmuts en sleedoorn groeien hier – met toestemming van Rijkswaterstaat – op een plek in de uiterwaarden die bij hoog water niet onderloopt.

De jonge aanplant in de Schellerwaarden moet op den duur een gevarieerde bos opleveren dat een verrijking is voor het IJssellandschap. Daarmee draagt Rijkswaterstaat in zekere zin bij aan Levende Rivieren, zoals geschets in een plan dat eind 2019 door het Wereld Natuurfonds en andere natuurorganisaties werd gepresenteerd. Dat plan breekt een lans voor meer hardhout-ooibossen in uiterwaarden. Deze bossen dragen eraan bij dat er langs de rivieren de komende generatie weer weelderige wildernisnatuur is te vinden, met een grote rijkdom aan dieren en planten.  

Zalkerbos

Het Zalkerbos is overigens een van de best bewaard gebleven hardhout-ooibossen van ons land. Dit 1200 jaar oude bos ligt op een oude zandige oeverwal langs de IJssel en bestaat uit hakhout van essen en iepen. Omdat het bos niet onder stroomt bij hoog water, kent het Zalkerbos bijzondere zeldzame planten, zoals slangenlook en besanjelier. 

Vroege voorjaarsbloeiers in het oudste hakhout-ooibos van Overijssel: Zalkerbos op oude rivierduin langs de IJssel

Twee spoormonumenten spoorloos

Toeval of niet? In de eerste helft van 2019 zijn op twee plekken in het land spoormonumenten langs het water spoorloos verdwenen.  Is er een link tussen beide mysterieuze verdwijningen van monumentaal staal?

Aan de IJsseloever tussen Zwolle en Hattem verdwenen in het voorjaar van 2019 twee gietijzeren hefwielen van de oude IJsselbrug. ProRail deed aangifte bij de politie.

De uit 1936 daterende reusachtige wielen waren in 2013 geplaatst bij de oude brugpijler als spoormonument ter herinnering aan de gesloopte hefbrug. In de overgebleven pijler staat ook een plaquette met de tekst dat toenmalig minister Thorbecke in 1862 de eerste steen legde voor de spoorverbinding over de IJssel. 

ProRail stond op het punt het monument officieel over te dragen aan de gemeenten Zwolle en Hattem. De pijler markeert de plek waar het spoornet vroeger de rivier passeerde. In de 19e eeuw was dit een bijzonder staaltje bruggenbouw. In de Tweede Wereldoorlog werd de brug grotendeels verwoest. Naderhand is een ingenieus hefsysteem met ballastwielen aangebracht. Dat is 60 jaar in bedrijf geweest. Op aandringen van de historische lokale werkgroepen Zwols Industrieel Erfgoed en Heemkunde Hattem zijn de restanten van de spoorbrug bewaard gebleven. Tot begin 2019….

Beland bij een schroothandelaar?

De plaquette op de brugpijler in de uiterwaarden zijn beklad met graffiti en de loodzware hefwielen zijn zoek. Een opsporingsonderzoek van de politie leverde geen enkele aanwijzing op waar ze zijn gebleven. De opties zijn: diefstal voor de oud-ijzerhandel of ze zijn in de IJssel gekieperd. Voor beiden was een zware takelwagen nodig, want de beide stalen voorwerpen wegen tonnen.

De politie sloot het onderzoek in december 2019, na een vergeefse oproep in de regionale media. ‘We hadden te weinig opsporingsindicatie’, liet een woordvoerder weten.

https://www.youtube.com/watch?v=QPLnzVg-S48

Dokkumer Lokaaltje

Gek genoeg is dit niet het enige zoekgeraakte spoormonument in ons land. In Friesland werd in september 2019 melding gemaakt van verdwijning van een spoormonument langs de Harlinger Trekvaart. Het betreft een spoordeel van het Dokkumer Lokaaltje, de voormalige en opgeheven spoorlijn tussen Dokkum en Leeuwarden. 

De Leeuwarder Courant meldt de verdwijning in september van dit jaar. Het gaat om een stalen brugdeel. ‘We zijn het spoor bijster. Dit brugdeel is zoek’, laat een woordvoerder van de gemeente Leeuwarden weten in de krant.

Ik ben geen speurneus, maar wellicht is er een spoorliefhebber die ik hiermee op het spoor zet van een interessant onderzoek naar twee waardevolle verdwenen railmonumenten langs het water. Wie weet kan dit een cultuurhistorisch verlies worden goed gemaakt.

De enig overgebleven brugpijler van de oude, gesloopte spoorbrug in de uiterwaarden van de IJssel.

Contactgegevens: Wim Eikelboom