Maand: augustus 2020

‘Meerval wordt plaag in rivieren’

In grote rivieren als de IJssel gaat de meerval een plaag vormen die zorgt voor bedreiging van de visstand. Dat zegt beroepsvisser Frans Komen uit Terwolde in de podcast Rivierverhalen.

‘Er zitten er nu al gruwelijk veel. En ze nemen alleen maar toe’, aldus Komen. Hij vindt dat de meerval niet langer als beschermde diersoort moet worden gezien. 

‘Een meerval wordt geen honderd kilo van worteltjes, dus die vreet alles op. De opmars van de meerval is een bedreiging van de visstand in de rivieren. Ze vreten niet alleen vis, maar ook watervogels’, zegt binnenvisser Komen in de podcast Rivierverhalen.

Frans Komen: meerval zorgt voor verstoring natuurlijke balans in onze rivieren.

De vangst van een grote meerval is nu nog vaak vermeldenswaardig. Regelmatig haalt een sportvisser de krant of regionale omroep als er een reusachtig exemplaar aan de haak wordt geslagen.  Maar de lastig te vangen meerval is veel talrijker dan het lijkt, stelt de binnenvisser uit Terwolde op basis van zijn praktijkervaring. 

‘We hebben permanent fuiken staan voor visserijkundig onderzoek op de IJssel en de Rijn. En we vangen in ieder kribvak dan ongeveer twintig meervallen. We vangen soms hele grote van boven de twee meter.’

In 2019 vingen twee sportvissers in de Oude IJssel een meerval van 2,36 meter.

Meerval eet watervogels

Meervallen zijn reusachtige vissen die sinds de openstelling van het Rijn-Main-Donaukanaal in 1992 zijn afgezakt tot de Rijn, de IJssel, de Waal en het IJsselmeer. In gewicht en lengte overtreffen ze alle andere vissoorten in de rivieren. Ze kunnen twee tot drie meter lang worden en spreken daarom tot de verbeelding bij sportvissers. De vangst van een meerval ervaren veel sportvissers als een ware sensatie. Sportvisserij Oost-Nederland noemt in de podcast Rivierverhalen de meerval een ‘cultvis’. In kringen van sportvissers wordt de vangst van een meerval als een ware sensatie neergezet, zo blijkt uit filmpjes op YouTube.

Rivier uit natuurlijke balans

Riviervisser Komen zegt dat hij er elk voorjaar getuige van is hoe meervallen tientallen jonge watervogels verorberen. ‘We vissen op de randmeren. Daar zien we uit de polder ganzen komen met jongen en futen en meerkoeten met jongen. Die worden stuk voor stuk van het water afgehapt door meervallen.’

Komen stelt dat rivieren in Oostbloklanden door meervallen al volledig uit hun natuurlijke balans zijn gebracht. ‘We zien nu bij ons ook al een aantal voor het riviersysteem kenmerkende vissoorten die teruglopen en we schrijven dat toe aan de meerval, de aalscholver en de wolhandkrab die ook massaal voorkomt.’

Beschermde status

De meerval is eetbaar, maar heeft een beschermde status in Nederland. Gevangen meervallen moeten daarom worden teruggezet. En dat blijft ook zo, al groeit hun aantal, zeggen visonderzoekers van RAVON, de onafhankelijke instantie voor bescherming van vissen. ‘Voor de meerval zien we daarin voor de periode 2007 t/m 2018 een lichte toename.  In de jaren zeventig zat meerval alleen in het Haarlemmermeergebied. Nu in alle grote rivieren en ook steeds meer in kleine riviertjes. Klimaatveranderingen en koelwaterlozingen dragen waarschijnlijk bij aan het voortplantingssucces’, zegt visexpert Jan Kranenberg van RAVON tegen Rivierverhalen.

Op Instagram tonen sportvissers hun gevangen meervallen in onze grote rivieren.

Hij tekent erbij aan dat er amper kwantitatieve gegevens zijn over meervallen in grote rivieren, omdat meervallen lastig te vangen zijn. Kranenberg: ‘Anekdotische informatie van sport- en beroepsvissers wijst erop dat de soort plaatselijk veel voorkomt.’

‘Plaag is kwestie van tijd’

Doorgewinterde karpervisser Matthijs van Halm maakt zich ook zorgen over de oprukkende meerval in de rivieren, zegt hij in de podcast Rivierverhalen. ‘In Frankrijk is het al een plaag. En het is een kwestie van tijd voordat het hier bij ons ook een plaag wordt, want deze vissen hebben geen natuurlijke vijanden. Ze vreten alles weg.’

Volgens Matthijs wordt de meerval sportvis nummer 1 in Nederland. ‘Dat is voor sommige sportvissers hartstikke leuk, want een meerval aan je hengel is altijd een gevecht. Ik geef zelf voorkeur aan de karper.’

Matthijs van Halm vist liever op karper in de IJssel. ‘De meerval is niet om aan te gluren’

Die beschermde status had er nooit op gemoeten, vindt beroepsvisser Komen. ‘Duitsland doet veel wetenschappelijk onderzoek naar de visstand. Daar geldt dat je elke gevangen meerval verplicht moet meenemen; die mag je niet terugzetten. Zo gauw de meerval over de grens met Nederland komt, is ‘ie beschermd en moet je elke meerval met rust laten. Dat is merkwaardig.’

Wolf onder water

Visbioloog Frank Spikmans reageert op 6 september 2020 in het NPO Radio 1-programma Vroege Vogels op de uitspraken van Komen in de podcast Rivierverhalen. Hij erkent dat de meerval flink is toegenomen en hij schrijft dat toe aan de verhoogde watertemperatuur in de grote rivieren. Ook suggereert hij dat sportvissers de meerval hebben uitgezet. Spikmans noemt de meerval ‘een toppredator aan de top van de voedselketen, een wolf onder water.’

Met dit klassieke vaartuig, verricht Frans Komen zijn werkzaamheden als beroepsvisser op de rivieren. Hij heeft dit schip aangemeld voor erkenning als materiaal erfgoed.

Wolhandkrab

Frans Komen voorziet ook een andere plaag, namelijk die van de wolhandkrab. Dat is een krabbesoort die als invasieve exoot wordt beschouwd, maar die mag sinds 2011 niet meer worden gevangen voor consumptie omdat er te hoge concentraties dioxine in is aangetroffen. Sindsdien breidt de krab zich hand over hand uit in de grote rivieren als de Rijn en de Maas. In het IJsselmeer mag de wolhandkrab wel worden gevangen door beroepsvissers.

In het voorjaar van 2020 heeft Komen onderzoek gedaan naar het voorkomen van de krab op de Rijn tussen Lobith en Spijk. ‘In zestien fuiken vingen we in twee maand tijd 260.000 krabben die stroomopwaarts trokken. Zulke aantallen hebben we nog nooit eerder op de Rijn waargenomen’, aldus de visserman uit Terwolde. De krabben paaien in de monding van rivieren. ‘Uit Stellendam krijgen we signalen dat er ongekend veel wolhandkrabben worden gezien. Die trekken volgend jaar de rivieren op.’

Beluister de aflevering over riviervisserij in de podcast Rivierverhalen over de IJssel via Spotify, Apple of Google of Anchor.

Knotwilgen: wakers in rivierlandschap

Knotwilgen horen bij mijn favoriete bomen. Met name omdat ze laten zien dat er veel schoonheid en fierheid is als je door het leven bent getekend. En omdat het levenskrachtige wakers zijn in het alsmaar veranderende rivierenlandschap. 

Twee kunstenaars – Birthe Leemeijer en Natascha Libbert – verzamelen verhalen en foto’s van wilgen in de IJsselvallei. Dat doen ze voor de kunstmanifestatie IJsselbiennale onder de noemer ‘Ontmoetingen bij de wilg’. Hun resultaten zijn tot september 2020 te zien en te horen in het Kunstenlab in Deventer. Het is de moeite waard om langs te gaan.

Mijn geliefde IJssel-knotwilg momenten:

In het verlengde van het kunstproject geef ik graag wat beelden van mijn favoriete knotwilgen langs de IJssel.

Deze knotwilg in de uiterwaarden bij Wijhe troonde fier uit boven het hoge water toen de rivier buiten de oevers trad. De sporen van het hoogwater waren naderhand lange tijd op de bombast te zien. Deze sporen worden gevormd door fijne, grijze slibdeeltjes die achterblijven in de boomschors. 

Er is een gat gevallen in je borst…

Knotwilgen in Scheller en Oldeneler Buitenwaarden herinneren aan het oude cultuurlandschap dat verloren is gegaan door Ruimte voor de Rivier. (foto: Wim Eikelboom)

Dit gedicht van Koos Geerds mijmer ik graag bij deze knotwilg in de Scheller en Oldeneler Buitenwaarden:

Ik ben je vriend,

ik weet het zeker

nu ik je zie;

Er is een gat gevallen 

in je borst

tot aan de ruggegraat,

het bloed trekt langs de huid

steeds hogerop

en duizelt,

want het hart gaf doortocht

aan de daad;

verdriet vreet alles weg,

je bloeit weer op.

Koos Geerds

(uit de bundel ‘Dit verre turen’ – 1986 – Arbeiderspers)

Bejaarde knotwilg langs oude IJsselarm

Langs een oude arm van de IJssel – de Schellerwade – staat deze indrukwekkende knotwilg voorovergebogen langs de oever. Het is de oudste knotwilg die ik ken in Zwolle. Vrijwilligers van landschapsonderhoud Overijssel zorgen ervoor dat deze bejaarde wilg in goede conditie blijft door 1x per vier jaar de kruin kaal te knippen. Als je dat niet zou doen, zou de knotwilg uiteindelijk omvallen door de zware taken op de kruin.

Staan in de boombast

In een oude knotwilg kun je soms rechtop staan, zoals in dit duo in de Duursche Waarden vlak achter de IJsseldijk in Den Nul. Zolangs de bast goed blijft, kan een holle knotwilg jarenlang mee. De jongeman die deze knotwilgen bewondert is trouwens Job Hulsman, die voor zijn website De Koekstad een wandeling met me maakte langs de IJssel. Zijn verhaal is hier te lezen.

knotwilgen in Duursche Waarden
Holle knotwilgen in de Duursche Waarden.

Wetenswaardigheden over de knotwilg:

  • Wilgen horen bij de snelst groeiende bomen van ons land. Ze zijn heel makkelijk te kweken: steek een wilgentak in de grond en je hebt binnen een paar jaar een wilgenboompje.
  • Wilgen gedijen het beste in een waterrijke omgeving, vandaar dat ze het goed doen aan de waterkant. Maar ook in uiterwaarden die regelmatig onderwater lopen, voelen wilgen zich thuis.
  • Zachthout-ooibos langs rivieren bestaat voor een groot deel uit wilgen. 
geknotte wilg in uiterwaarden
Geknotte wilgen zijn favoriete uitzichtpunten voor vogels in de uiterwaarden.
  • De knot van knotwilgen ontstaat niet vanzelf. Dat is mensenwerk. Om wilgen tot knotwilgen te vormen, is het nodig ze om de drie a vier jaar te snoeien. Zo groeit er geleidelijk een bolletje waaruit jaarlijks jonge scheuten tevoorschijn schieten. 
  • Door het hakken wordt het kernhout van de boom aan weer en wind blootgesteld. Dat verrot gemakkelijk, waardoor de boom geleidelijk aan hol wordt.
Knotwilgen met afgebroken zware takken.
Als je knotwilgen niet om de zoveel jaar snoeit, raakt de boom in verval, want de zware takken breken af.
  • Bevers zijn liefhebbers van wilgenschors. Ze knagen jonge wilgen om, eten de schors op en laten de afgekloven takjes liggen.
  • Wilgentakken waren vroeger geliefd voor gevlochten afrasteringen en oeverbescherming langs dijken en rivieren. Veel knotwilgen zijn verdwenen sinds wilgentenen voor deze doeleinden minder worden gebruikt.
  • Wilgenbast bevat salicinezuur. Dat is pijnstillend. Het de basis van de asperine. En het werkt ontsmettend.
  • In de volksgeneeskunde wordt wilgenbast aangeraden als natuurlijk hulpmiddel. Klazien uit Zalk adviseerde aftreksel van wilgentakjes te drinken tegen verkoudhoud, reuma en jicht.
  • Oude knotwilgen zijn een geliefde broedplaats voor steenuilen en nijlganzen.  
Mijmeren bij een knotwilg
Mijmeren bij een knotwilg langs de IJssel.

Contactgegevens: Wim Eikelboom