Maand: oktober 2020

Onbekend schilderij ontdekt van Katerveer over IJssel bij Zwolle

Een afgeladen platte veerpont steekt van wal naar de overzijde van de IJssel. Aan de kant ligt een vrachtschip. De hoge wolkenlucht weerspiegelt in het water van de rivier. Dat is het beeld zoals de Duitse kunstschilder Alfred Streubel het schilderde in 1926. Het schilderij kwam onlangs boven water uit een particuliere collectie.

Tot pakweg honderd jaar geleden was Zwolle vanuit zuid-Nederland enkel per pont over de IJssel bereikbaar, want bruggen over de rivier waren er nog niet. Tegen de tijd dat de eerste brug in aanbouw was, legde Streubel de Zwolse veerpont van het Katerveer in olieverf vast voor het nageslacht. Dit is het volledige schilderij:

Oude ansichtkaarten leveren bewijs

Het schilderij vermeldt niet de preciese plek van het tafereel. Hoe weten we zeker dat het hier om de veerpont van het Katerveer bij Zwolle gaat?

Net als bij de recente plaatsbepaling van het befaamde boomwortel-schilderij van Vincent van Gogh: Oude ansichtkaarten bieden uitkomst.

Oude ansichten van het Katerveer tonen een landschap dat dezelfde sporen draagt als het schilderij. En ook de vorm van de veerpont heeft gelijkenis. Gezien vanaf de Zwolse kant, toont de Gelderse overzijde een bosschage met twee woningen en een vrij open landschap met enkele populieren. Dat komt overeen met de werkelijkheid van weleer, zoals vastgelegd op foto’s. Vandaag de dag is dat overigens verdwenen.

Zwolse connectie

Hoe raakte een Duitse kunstschilder met zijn schildersezel verzeild aan de oever van de IJssel?

Kennelijk had Streubel een Zwolse connectie. Het bewijs daarvoor levert Delpher: Een kleine advertentie in de Provinciale Overijsselsche en Zwolse Courant van een eeuw geleden, vermeldt de naam van Alfred Streubel. Kunstzaal Kok organiseert een verkooptentoonstelling voor zijn nieuwe schilderijen.

Kunstzaal Kok was in de eerste helft van de vorige eeuw een bekende kunstgalerie in de Overijsselse hoofdstad. Het is onduidelijk hoe vaak Streubel in de omgeving van Zwolle neerstreek. Wellicht bestaan er meer schilderijen van hem van het IJssellandschap. 

Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant – 1920

Streubel woonde in Chemnitz, in het zuidoosten van Duitsland. Hij leefde van 1861 tot 1947 en staat bekend om zijn berglandschappen en stillevens. Zijn stijl is vrij eenvoudig en zijn werken doen vandaag de dag geen hoge bedragen op veilingen. Niettemin is dit opgedoken schilderij van het Katerveer historisch waardevol.

Houten pont

De geschiedenis van het Katerveer gaat terug tot 1200. Toen was er een dorpje aan de Gelderse kant van de IJssel met de naam Caeten, later verbasterd tot Caten, Koten en Katen. Het was eeuwenlang een belangrijke oversteekplaats tussen Noord- en Zuid-Nederland.

Caten, dorpje dat verwijst naar Katerveer
Ouds bekende kaart waarop het dorpje Caten staat en Catense Veer, tolovergang over de IJssel. Document dateert uit 1570 en is aanwezig in het Gelders Archief.

Rond 1450 werd de veerdienst eigendom van de gemeente Zwolle. Bij het veerhuis was ook een stal voor paarden die de koetsen trokken. In 1914 werd de houten pont vervangen door een platte stalen pont met motoraandrijving, zodat ook onder winterse omstandigheden de veerdienst in bedrijf bleef.

Trouwens: Het rivierdorpje Katen is in de loop van eeuwen van de aardbodem verdwenen.

Oud filmbeeld van wachtende paarden aan de Zwolse veerstoep van het Katerveer.

De Zwolsche Courant maakt er op 27 oktober 1917 melding van dat er plannen zijn om het Katerveer te vervangen door een ‘modern verbindingsmiddel’ een brug: 


‘Het pontveer dat zo’n idyllischen indruk maken kan, wanneer op stillen zomeravond de langer lager en lager zinkt en de pont vredig, onmerkbaar bijna, voortglijdt van den eenen oever naar den anderen. Het moge schilders inspireren dit ouderwetse pontveer, dat ons denken doet aan de tijden van trekschuit en dillegence, maar in onzen tijd is het niet meer op zijn plaats.’ 

Tekening van Katerveer in archief Historisch Centrum Overijssel-datering 1915

Co Breman

Met de oplevering van de boogbrug over de IJssel kwamer in 1930 een einde aan het Katerveer. De bouw van de vaste oeververbinding duurde drie jaar. Mogelijk heeft Alfred Streubel de veerpont in 1926 op het schildersdoek vereeuwigd in de wetenschap dat dit historische riviervervoer spoedig tot het verleden zou gaan behoren. 

Hij was in elk geval niet de enige die het Katerveer voor het nageslacht wilde vastleggen. Van de Zwolse kunstschilder Co Breman is ook een potloodtekening bekend van het Katerveer. 

Co Breman tekent met potlood het Katerveer bij Zwolle vanaf de Zwolse oever – 1929

Reproducties van dit schilderij werden door de Zwolse kunsthandel Kok uitgebracht om de opening van de nieuwe IJsselbrug te vieren, zo blijkt uit een advertentie in de lokale krant in 1930:

Breman reproductie bij ingebruikneming IJsselbrug Zwolle
ooibos in ochtend

Vijf tips om je onder te dompelen in een ooibos langs de rivier

Wie een Nederlandse jungle wil beleven, raad ik een wandeling aan in een ooibos. Een ooibos is een spontaan gegroeid bos langs een grote rivier.

Ooibossen zijn puur natuur. Er is geen mensenhand aan te pas gekomen. De rivier neemt zaden mee van wilgen en populieren. Zulke boomsoorten groeien met graagte in uiterwaarden waar natuur de vrije hand krijgt. Het resultaat is een dicht bos waarin bomen sneuvelen en mogen blijven liggen. In zekere zin zijn dit de oerbossen van de toekomst.

Op tal van plekken langs de Waal, Maas en IJssel kun je een ooibos ervaren. Hierbij vijf ooibos-tips. Of om in de bewoordingen van de Japanse bosbaden-cultuur te spreken: Vijf tips om jezelf onder te dompelen in een ooibos.

1. Duursche Waarden

Langs de IJssel tussen Wijhe en Olst kun je een prachtige wandeling maken door twee soorten ooibos: hardhout en zachthout. Het oogt weelderig en hier en daar wild. Hardhout ooibos bestaat uit eiken en elsen; boomsoorten die niet graag langdurig met de onderstam in het water staan. Dit ooibos is een officieel bosreservaat met katwilgen, schietwilgen en amandelwilgen.

2. Millingerwaard

Misschien wel het meest bekende ooibos van ons land staat in de Millingerwaard. Het zeventig jaar oude wilgenbos van de Kekerdomse waard is een aanrader voor een wandeling, maar de oevers van de Waal geven ook andere mogelijkheden om te struinen door ooibos.

3. Afferdense en Deetse Uiterwaarden

In dit riviernatuurgebied langs de Waal zijn recent meestromende geulen gegraven en er zijn uiterwaarden verlaagd, waarbij ook ooibos is verloren gegaan. Maar in het gebied kun je naar hartelust struinen op zoek naar sporen van de bever en de das, die leeft aan de randen van de hardhoutooibossen in deze rivieroevers.

4. Blauwe Kamer

Langs de Nederrijn aan de voet van de Grebbeberg is het ooibos van de Blauwe Kamer te vinden. In de wilgenbossen is de natuurlijke rijkdom groot. In elk jaargetijde heeft dit gebied veel te bieden voor de struiner.

5. Koningssteen

Op de grens van Limburg en Belgie stroomt de Grensmaas. In natuurgebied Koningssteen heeft de natuur al dertig jaar lang de ruimte en de fraaie resultaten daarvan zie je in dit prachtige staaltje riviernatuur in Zuid-Nederland.

Ooibos langs de Waal.

Meer weten over de geschiedenis van bossen langs de rivieren? In dit verhaal vertel ik over de geschiedenis van ooibos. Over zwarte populieren – een vrij zeldzame boomsoort langs de rivieren – kun je hier lezen.

Zwolle krijgt ‘t eindelijk voor elkaar: stad aan de IJssel

Wat eeuwen wens was, lijkt werkelijkheid te worden: Zwolle groeit stedelijk vast aan de IJssel.

Het is een lang gekoesterde wens van talloze Zwolse stadsbestuurders: Hoe maak je van Zwolle een IJsselstad?

Een rechtstreekse ligging aan een grote rivier als de IJssel biedt een stad veel voordelen. In de Middeleeuwen werd dat al duidelijk toen de grote handelsbelangen zich afspeelden op de hoofdvaarwegen van de Rijn, IJssel en Waal. De Vecht en het Zwartewater telden minder mee. En dat zijn de rivieren welks water de Zwolse stadsgrachten nat houden. Wie op oude en nieuwe kaarten kijkt, kan niets anders dan constateren dat Zwolle feitelijk geen IJsselstad is.

Oude kaart uit 17e eeuw toont aan dat Zwolle verbonden is met Zwarte Water en Vecht, maar niet met de IJssel.

Willemsvaart

Zwolle doet al in 1361 een eerste poging om een gracht te graven van de stad naar de IJssel, ontdekte Jos Mooijweer vorig jaar bij onderzoek naar de Willemsvaart. Mooijweer werkt als historicus bij Historisch Centrum Overijssel. 

Het plan blijft steken en honderd jaar later wordt opnieuw een poging gedaan voor een IJsselverbinding. Buursteden Kampen en Deventer zien de bui hangen en maken bezwaar tegen de IJsseldrift van Zwolle. Het duurt tot 1819 voordat de aanleg van de vaarverbinding tussen de binnenstad en de rivier een feit is.

Zwolle-IJsselkanaal

In 1964 raakt de Willemsvaart buiten gebruik door het graven van het Zwolle-IJsselkanaal, zodat zware vrachtschepen via de rivier de stad kunnen bereiken. Het kanaal kostte 10 miljoen gulden. De wens was om een groot havengebied te maken, plus aansluiten op spoorlijnen, zodat Zwolle internationaal op de kaart zou worden gezet als distributiestad van allure. De realiteit pakt minder florisant uit: Tot een echte haven van betekenis komt het niet en aansluiting op het spoorwegnet blijft uit.

Haven op plek Schellerberg

En dan zijn er nog vergeefse pogingen gedaan tot stadsuitbreiding aan de zuidkant van Zwolle tot aan de oever van de IJssel. Dat is geblokkeerd dankzij landgoed Schellerberg. Dit oude landgoed op een rivierduin van de IJssel ligt als een buffer tussen binnenstad en de groene uiterwaarden. De eigenaars van landgoed Schellerberg zijn nooit gezwicht voor druk vanuit het stadsbestuur om plaats te maken voor stadsuitbreiding.

Na de Tweede Wereldoorlog verschijnt er een plan om een IJsselhaven te bouwen aan de zuidkant van de stad, zodat Zwolle – net als Kampen, Deventer en Zutphen. De ontwerpers onder leiding van architect Willem Dudok hebben hun oog laten vallen op buurtschap Schelle en de Schellerberg. Het plan voor de haven strandt omdat het landgoed zich beroept op het oude recht van uitzicht tot aan de Triezelerberg aan de overkant van de IJssel in Hattem. “Dankzij het servituut van uitzicht kon dit landschap behouden blijven”, vertelt mevrouw Tromp Meesters (voormalig eigenaar van het landgoed) in het boek ‘Het verhaal van Schelle Oldeneel’ (2018).

Woonwijk langs IJssel

Door de sloop van de IJsselcentrale ziet Zwolle nu voor het eerst kans om toch dichtbij de IJssel te bouwen. Op de plek van de voormalige energiecentrale moet een woonwijk komen met maximaal 500 huizen, meldt De Stentor. Het terrein is al omgeven door een dijk, dus het is feitelijk binnendijks gebied. Niettemin is het omgeven door uiterwaarden waarvoor een Natura 2000-bescherming geldt.

Plek waar Engie en gemeente Zwolle 400 tot 500 huizen willen bouwen aan de IJssel. (beeld: Engie)

Woonboten in zijarm IJssel

Een groep Zwollenaren heeft ook een oogje laten vallen op de oude haveninhammen die grenzen aan het IJsselcentrale-terrein. Ze willen hier een drijvende woongroep realiseren van duurzame woonarken. Het plan is om voor de woonarken eigen energie op te wekken met een turbine in de stroom van de rivier.

Daarmee gaat Zwolle nog een stap verder dan wonen naast de IJssel; wellicht wordt wonen in IJsselwater werkelijkheid. 

Op kleinere schaal onderneemt Zwolle nog een poging om de binnenstad met de IJssel te verbinden. En dat moet gebeuren via het Engelenpad, een speciale wandelroute. In dit artikel geef ik uitleg over deze route.

riviernatuur

Eenzijdige natuurontwikkeling tast ziel rivierlandschap aan

Er is een nieuwe serie afgravingen in aantocht in de uiterwaarden van de IJssel en de Waal om meer nieuwe dynamische riviernatuur te ontwikkelen. We slaan door met het opofferen van ons authentieke rivierlandschap aan natte natuurontwikkeling, vindt rivierliefhebber Wim Eikelboom.

Op tal van plekken langs de IJssel en Waal was het afgelopen 20 jaar een komen en gaan van graafmachines, shovels en kiepwagens. De rivier moest meer ruimte krijgen en daarom zijn heel wat uiterwaarden onderhanden genomen met vergravingen. Veel boerenland maakte plaats voor geulen, waterplassen en verruigde graslanden. Het leverde behalve vergroting van de veiligheid ook gevarieerde en rijke riviernatuur op, waarin tal van nieuwe diersoorten zoals bever en zeearend goed gedijen. 

Stroomlijn

In de slotfase van Ruimte voor de Rivier volgde een tweede golf van natuuringrepen onder de naam Stroomlijn. Rijkswaterstaat maakte korte metten met overdadige begroeiing in de uiterwaarden en zette de kettingzaag in bomen, heggen en struiken. Stroomlijn was ingegeven door de vrees dat bebossing van de rivieroevers voor gevaarlijke opstuwing zorgt bij hoogwater. Op tal van plekken sneuvelden oude hagen, knotwilgen en bosjes die kenmerkend waren voor het oude rivierlandschap.

Rijkswaterstaat werkt nu aan nieuwe plannen voor een derde traject aan natuurmaatregelen in de uiterwaarden. Er zijn dertig opties uitgewerkt voor nieuwe geulen en strangen langs de IJssel, Waal en Nederrijn, plus aanleg van natuurvriendelijke oevers. Dat gebeurt ditmaal onder de vlag van Kaderrichtlijn Water, een opgave van de Europese Unie om de ecologische kwaliteit van rivieren te vergroten. Dat klinkt nobel, want wie is er tegen vergroting van biodiversiteit langs de rivieren. Maar de ingrepen van de Kaderrichtlijn Water hebben ook een keerzijde.

Verlies van vertrouwde

Met name in de IJsselvallei is afgelopen 25 jaar vrij veel authentiek en karakteristiek rivierlandschap verdwenen om plaats te maken voor nevengeulen en waterrijke natuur. Met de komst van hoogwatergeulen Veessen-Wapenveld en de Ossenwaard bij Deventer, werd in de ogen van omwonenden de ziel uit het landschap gesneden. 

Als je het vertrouwde landschap afgraaft, win je niet alleen iets. Je verliest ook iets: het vertrouwde, zei landschapshistoricus Auke van der Woud onlangs. Voor die psychologische kant van de Kaderrichtlijn Water is meer aandacht nodig. Bovendien vereist de nieuwe Omgevingswet ruimtelijk kwaliteitsdenken en dat echt iets anders dan eenzijdige natte natuurontwikkeling die het mes zet in authentieke uiterwaarden.

Waterrijke geulen zijn weliswaar gunstig voor natuurlijke rijkdom van watervogels, vissen en ander waterdieren, maar gaan ten koste van vogels en insecten die liever op het oude cultuurland verblijven. Waterrijke uiterwaarden hebben bovendien als bijwerking dat het eldorado’s zijn voor ganzen. In het Gelderse rivierengebied is recent alarm geslagen over de verganzing als uitwas van natuurontwikkeling langs rivieren. En ook de bever is nu al zo talrijk aanwezig langs veel grote rivieren, dat het wachten is op het moment dat waterschappen het dier tot probleemsoort verklaren omwillen van veiligheid van de dijken. 

IJssel slijt

Een derde kanttekening bij de Kaderrichtlijn Water-plannen is de verdroging: De bodem van de IJssel en Waal slijten. Beide rivieren komen alsmaar dieper in het landschap te liggen. Daardoor onttrekt de rivier water aan de omgeving. Dat zien we nu al: afgelopen zomer stonden veel natte natuurgebieden in uiterwaarden droog. Meer natte natuur lijkt dus een utopie. 

Drooggevallen nevengeulen met vastgelegde boomstronken langs de IJssel bij Wijhe.

Natuurinclusieve landbouw

Grijp liever kansen om in het rivierengebied de alom gewenste en noodzakelijke omslag te maken naar natuurinclusieve circulaire landbouw, waarin plaatselijke boeren een rol spelen in het beheer van natuurlijk rivierenlandschap. Staatsbosbeheer is daar al mee aan het experimenteren. Zo wordt ook de regionale economie in de IJsselvallei een dienst bewezen.

Dit opinie-artikel verscheen op 10 oktober 2020 in De Stentor.

oude wilg langs de IJssel

Schietwilgen: snelle groeiers aan de stroom

Op veel plekken langs onze rivieren groeien schietwilgen. Meestal zijn het vrij jonge bomen. Op enkele plekken staan wilgen van monumentaal kaliber.

Een van van de dikste schietwilgen van ons land wortelt langs de IJssel in Wilp, gemeente Voorst. De plantdatum van de boom is onbekend. De stam is hol, maar de boom is nog altijd vitaal met een omtrek van 7 meter. De boom groeit jaarlijks nog altijd een kleine 10 centimeter in omvang.

In de jaren negentig raakte deze wilg een deel van de stam kwijt na een blikseminslag, waardoor de boom nu overhelt naar 1 kant.

Naast deze dikke kanjer staat nog een bijzonder exemplaar van een hele oude schietwilg. Helaas is daar in het najaar van 2020 brand in gesticht, waardoor de driestammige boom zwaar gehavend is. Of is het toch een blikseminslag die de boom in vlam heeft gezet? Hoe dan ook: een wilg kan tegen een stootje en zal deze aanslag vast overleven.

Oude wilg langs de IJssel is zwaar gehavend door brandstichting.

Schietwilgen herken je aan de grijsgroene bladkruinen met stijle opgaande takken. Deze bomen horen bij de rivieren, want ze houden van oevers die regelmatig onderwater lopen. En hun groeisnelheid is indrukwekkend. Wilgen horen bij de meest snelgroeiende bomen van ons land, tot wel 30 centimeter per jaar.

Taai en levenskrachtig

Wilgen worden niet zo oud als andere loofbomen, maar ze zijn wel taai en levenskrachtig. Twijgen van wilgen schieten makkelijk wortel en vormen een nieuwe boom.

De oudste exemplaren van schietwilgen dateren uit de 18e en 19e eeuw. Veteranenwilgen staan in de uiterwaarden van Randwijk, langs de Waal in Beuningen en in de Duursche Waarden bij Olst. Ook staat een dikke oude schietwilg aan de oever van de IJssel in Zutphen.

De dikste schietwilg van Europa staat op naam van Frankrijk en heeft een omtrek van 9 meter.

Blaadjes van de schietwilg kunnen mooi dansen in de wind. Dit legde ik vast aan de rand van een wilgenbos langs de IJssel:

Voor de IJsselbiennale maakte kunstenaar Birthe Leemeijer een serie ontmoetingen bij wilgen langs de IJssel.

Contactgegevens: Wim Eikelboom