Eenzijdige natuurontwikkeling tast ziel rivierlandschap aan

Eenzijdige natuurontwikkeling tast ziel rivierlandschap aan

riviernatuur

Er is een nieuwe serie afgravingen in aantocht in de uiterwaarden van de IJssel en de Waal om meer nieuwe dynamische riviernatuur te ontwikkelen. We slaan door met het opofferen van ons authentieke rivierlandschap aan natte natuurontwikkeling, vindt rivierliefhebber Wim Eikelboom.

Op tal van plekken langs de IJssel en Waal was het afgelopen 20 jaar een komen en gaan van graafmachines, shovels en kiepwagens. De rivier moest meer ruimte krijgen en daarom zijn heel wat uiterwaarden onderhanden genomen met vergravingen. Veel boerenland maakte plaats voor geulen, waterplassen en verruigde graslanden. Het leverde behalve vergroting van de veiligheid ook gevarieerde en rijke riviernatuur op, waarin tal van nieuwe diersoorten zoals bever en zeearend goed gedijen. 

Stroomlijn

In de slotfase van Ruimte voor de Rivier volgde een tweede golf van natuuringrepen onder de naam Stroomlijn. Rijkswaterstaat maakte korte metten met overdadige begroeiing in de uiterwaarden en zette de kettingzaag in bomen, heggen en struiken. Stroomlijn was ingegeven door de vrees dat bebossing van de rivieroevers voor gevaarlijke opstuwing zorgt bij hoogwater. Op tal van plekken sneuvelden oude hagen, knotwilgen en bosjes die kenmerkend waren voor het oude rivierlandschap.

Rijkswaterstaat werkt nu aan nieuwe plannen voor een derde traject aan natuurmaatregelen in de uiterwaarden. Er zijn dertig opties uitgewerkt voor nieuwe geulen en strangen langs de IJssel, Waal en Nederrijn, plus aanleg van natuurvriendelijke oevers. Dat gebeurt ditmaal onder de vlag van Kaderrichtlijn Water, een opgave van de Europese Unie om de ecologische kwaliteit van rivieren te vergroten. Dat klinkt nobel, want wie is er tegen vergroting van biodiversiteit langs de rivieren. Maar de ingrepen van de Kaderrichtlijn Water hebben ook een keerzijde.

Verlies van vertrouwde

Met name in de IJsselvallei is afgelopen 25 jaar vrij veel authentiek en karakteristiek rivierlandschap verdwenen om plaats te maken voor nevengeulen en waterrijke natuur. Met de komst van hoogwatergeulen Veessen-Wapenveld en de Ossenwaard bij Deventer, werd in de ogen van omwonenden de ziel uit het landschap gesneden. 

Als je het vertrouwde landschap afgraaft, win je niet alleen iets. Je verliest ook iets: het vertrouwde, zei landschapshistoricus Auke van der Woud onlangs. Voor die psychologische kant van de Kaderrichtlijn Water is meer aandacht nodig. Bovendien vereist de nieuwe Omgevingswet ruimtelijk kwaliteitsdenken en dat echt iets anders dan eenzijdige natte natuurontwikkeling die het mes zet in authentieke uiterwaarden.

Waterrijke geulen zijn weliswaar gunstig voor natuurlijke rijkdom van watervogels, vissen en ander waterdieren, maar gaan ten koste van vogels en insecten die liever op het oude cultuurland verblijven. Waterrijke uiterwaarden hebben bovendien als bijwerking dat het eldorado’s zijn voor ganzen. In het Gelderse rivierengebied is recent alarm geslagen over de verganzing als uitwas van natuurontwikkeling langs rivieren. En ook de bever is nu al zo talrijk aanwezig langs veel grote rivieren, dat het wachten is op het moment dat waterschappen het dier tot probleemsoort verklaren omwillen van veiligheid van de dijken. 

IJssel slijt

Een derde kanttekening bij de Kaderrichtlijn Water-plannen is de verdroging: De bodem van de IJssel en Waal slijten. Beide rivieren komen alsmaar dieper in het landschap te liggen. Daardoor onttrekt de rivier water aan de omgeving. Dat zien we nu al: afgelopen zomer stonden veel natte natuurgebieden in uiterwaarden droog. Meer natte natuur lijkt dus een utopie. 

Drooggevallen nevengeulen met vastgelegde boomstronken langs de IJssel bij Wijhe.

Natuurinclusieve landbouw

Grijp liever kansen om in het rivierengebied de alom gewenste en noodzakelijke omslag te maken naar natuurinclusieve circulaire landbouw, waarin plaatselijke boeren een rol spelen in het beheer van natuurlijk rivierenlandschap. Staatsbosbeheer is daar al mee aan het experimenteren. Zo wordt ook de regionale economie in de IJsselvallei een dienst bewezen.

Dit opinie-artikel verscheen op 10 oktober 2020 in De Stentor.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *