Maand: januari 2021

Komt rivierwater IJssel straks uit onze kraan?

Provincie Overijssel gaat onderzoeken of rivierwater rechtstreeks uit de IJssel geschikt is voor drinkwater. De geschiedenis herhaalt zich: 125 jaar geleden was dit ook een vraag, die toen leidde tot fel debat.

In december 2020 nam Proviniciale Staten van Overijssel het voorstel aan om te zoeken naar nieuwe bronnen voor de drinkwatervoorziening. Reden is dat de behoefte aan drinkwater de komende 30 jaar met maar liefst 28% toeneemt in Overijssel.

Droogte

Alle kraanwater in Overijssel is tot op heden afkomstig uit de ondergrond. Drinkwaterbedrijf Vitens haalt op 23 plekken in de provincie water uit de bodem om het kraanwater-proof te maken. Het CDA in Overijssel vindt dat rivierwater een kansrijk alternatief is voor het oppompen van grondwater, nu grondwater door de droge zomers alsmaar schaarser wordt. De partij kreeg het voor elkaar om de IJssel op te nemen in een onderzoek van de provincie naar robuuste drinkwatervoorziening over 15 tot 30 jaar.

Tot 1890 waren de inwoners van Overijssel voor hun drinkwater aangewezen op de dorpspomp en eigen bronnen. Door uitbraken van cholera klonk de roep om een betrouwbare voorziening voor drinkwater. 

‘Tegenzin jegens rivierwater’

Tussen 1883 en 1890 woedde er in Zwolle een fel debat over de winning van drinkwater uit de IJssel. In de kranten verschenen tal van ingezonden stukken voor en tegen. Aanleiding was een voorstel aan de gemeenteraad om een drinkwaternet aan te leggen, gevoed met gefilterd water rechtstreeks uit de IJssel. Dat was in ruime mate voorhanden en onderzoek had aangetoond dat het bacteriegehalte in de IJssel geruststellend laag was. 

‘Voor veel Zwollenaars is het onaangename gedachte om rivierwater te drinken dat van zoveel steden het rioolwater en menage heeft opgenomen dat door schippers is verontreinigd’, reageerde een Zwollenaar in een ingezonden stuk in de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant. Ook werd erop gewezen dat bij hoog water het slibgehalte in de rivier toeneemt en dat het dan moeilijk te filteren is. ‘Velen geven aan jegens rivierwater een tegenzin te gevoelen.’

Veluwse waterleiding

De gemeenteraad zwichtte uiteindelijk voor de bezwaren en koos voor een Gelders alternatief: drinkwater uit de bodem van de Veluwse heide.

Kampen legde al in 1883 een waterleiding vanaf de heide van Wezep naar de IJsselstad. Voor Kampen was rivierwaterwinning sowieso geen optie. De IJssel had hier last van zoutwater instroom van de toenmalige Zuiderzee.

Zwolle kreeg dus eind 19e eeuw Veluws water aangevoerd via een zinken leiding over de IJssel vanuit het bos bij Heerde. Het drinkwater werd opgeslagen in de watertoren aan de Turfmarkt en in de Peperbus.

In 1925 toen de stad groeide en de behoefte aan drinkwater toenam, besloot Zwolle om indirect IJsselwater te winnen. Zo onstond de waterwinning Engelse Werk, die tot op de huidige dag in bedrijf is met verschillende putten langs de Schellerdijk.

Engelse Werk

Zwolle is tot dusver de enige plek met een zogeheten oevergrondwaterwinning langs de IJssel, waarbij ingedaald rivierwater uit de bodem wordt onttrokken. Omdat het water een weg heeft afgelegd door zuiverende grond, is het enigszins gefilterd.

Dat ziet er zo uit langs de IJssel:

Vitens slaat in de loop van 2021 nieuwe waterwinputten in het Engelse Werk om uit diepere lagen drinkwater te winnen. Dat is ook in deze tekening opgenomen.

Urk drinkt IJsselwater

Het is curieus om te melden dat er 1 plek was waar in de vorige eeuw wel rivierwater uit de IJssel werd geconsumeerd: Urk. Het eiland in de zoute Zuiderzee kreeg in de jaren twintig tot vijftig van de vorige eeuw bijna dagelijks vers rivierwater aangevoerd per schip. In 1950 kwam op Urk een einde aan het drinken van IJsselwater. Toen kreeg de Urker gemeenschap een aansluiting op het waterleidingnet van Overijssel.

Oude ansichtkaart uit 1926: Urkers halen zoet IJsselwater dat per schip wordt aangevoerd naar het eiland.

Koppelerwaard Wilsum

De provinciebestuur wil het aantal waterwingebieden de komende vijf jaar uitbreiden. Daarom is ingezet op het ‘versneld operationaliseren’ van ondermeer waterwinning in de uiterwaarden van de IJssel bij Wilsum. In de jaren negentig deed waterleidingbedrijf Overijssel onderzoek of meer plekken langs de IJssel zich lenen voor een oevergrondwaterwinning, in navolging van het Engelse Werk. Het Zalkerbos, de Vreugederijker Waard en de uiterwaarden van Wilsum werden toen genoemd als kansrijke locaties. Het provinciebestuur heeft het oog laten vallen op de Koppelerwaard langs de IJsseloever tussen Kampen en Zwolle.

Zicht op Wilsum langs de IJssel.

Vitens: liever geen rivierwater

Drinkwater bereiden uit rivierwater ziet Vitens vandaag de dag nog altijd als riskant en onbetrouwbaar. Vitens geeft de volgende voordelen aan grondwater boven rivierwater:

•        Grondwater heeft een constante temperatuur en kwaliteit. Dit is vooral van belang voor de zuivering van het grondwater tot drinkwater. Door de constante en stabiele kwaliteit, kunnen zuivering en transportsystemen optimaal functioneren.

•        Grondwater is microbiologisch stabiel. Voor de volksgezondheid is het van belang dat het ruwe (ongezuiverde) water zo weinig mogelijk microbiologische organismen bevat. Omdat grondwater lange tijd onder zuurstofloze omstandigheden in de bodem heeft gezeten, is de kans op aanwezigheid van schadelijke virussen en bacteriën klein.

•        Beschikbaarheid van grondwater leidt tot weinig risico’s op kwantiteitproblemen. Beschikbaarheid van goed grondwater is daarmee veel minder afhankelijk van klimatologische gebeurtenissen, zoals droogte, en incidenten rondom waterkwaliteit in vergelijking met andere bronnen. Grondwater is altijd beschikbaar.

•        Grondwater is eenvoudig te zuiveren bij een goede kwaliteit. Dit betekent een relatief laag energieverbruik en weinig reststoffen in vergelijking met complexe zuiveringsmethoden, die nodig zijn voor minder schone bronnen

•        Grondwater is veel minder gevoelig voor calamiteiten dan oppervlaktewater zoals bijvoorbeeld bij lozingen op rivieren.

Controlebuis van Vitens aan de oever van de IJssel. Zo houdt Vitens grondwaterkwaliteit in de gaten.

Drinkbare rivieren

Het is overigens wel een mooi ideaalbeeld: een rivier met drinkbaar water zonder chemische stoffen en medicijnresten. Dat ideaal wordt al enige tijd uitgedragen door Lia An Phoa, die daarvoor Drinkable Rivers heeft opgericht.

Zij vraagt aandacht voor haar droom door langs rivieren te wandelen. In de eerste helft van 2021 trekt ze ook langs de IJssel.

Waarom MRIJ echte rivierkoe is

Er is een koe die vanouds bij ons rivierenlandschap hoort. De opmars van natuurinclusieve landbouw, biedt kansen voor MRIJ, Maas- Rijn- en IJsselvee.

In de podcast Rivierverhalen over de IJssel vertelt MRIJ-boer Tom Lugtenberg  met veel toewijding over zijn MRIJ-veestapel. Hij boert als zesde generatie van zijn familie op IJsselhoeve De Riet bij Olst.

Wim Eikelboom met MRIJ-boer Tom Lugtenberg van IJsselhoeve De Riet

Boer Tom geeft zes redenen waarom de rivierkoe uitstekend past in een die vraagt om vee dat zich laat combineren met respect voor natuur en landschap:

  • ‘Deze roodbonte koe is robuust en kan dus vroeg weiden op lage kleigronden langs de rivier die nog drassig zijn. Door de vrij hoge hoeven kunnen ze soepel lopen in natte weilanden.’
  • ‘De MRIJ-koe past bij het ruige landschap van de rivieren door een goede bespiering. De koe bouwt in de zomer reserves op, waar ‘ie in de winter op kan teren. De koe kan zichzelf redden als het moet.’
  • ‘De MRIJ-koe is een dubbeldoel koe die melk geeft en zorgt voor goed vlees. Een gemiddelde melkkoe geeft 9.000 liter per jaar; een gemiddelde MRIJ-koe 7.500 liter. Maar per saldo leveren ze toch meer op, want ze hebben meer vet en eiwit in de melk en ze geven een hogere opbrengst als slachtkoe.’
  • ‘De MRIJ-koe is een duurzame koe die lang meegaat. Ze houden het lang vol, gemiddeld ruim zeven jaar, terwijl reguliere melkkoeien er na dik vijf jaar de brui aan geven.’ 
  • ‘De MRIJ-koe weerspiegelt het karakter van de streek: ze zijn rustig en bedaard. Echt een no-nonsens-koe.’
  • ‘Het achterstel staat een beetje scheef. Het zijn compacte, klein dikkertjes. De uiervorm van een MRIJ-koe is minder fraai, maar de uierkracht is groter.’ 

MRIJ-melkfabriek

Tom en Ellis Lugtenberg werken samen met een plaatselijke ondernemer aan opstart van een kleine melkfabriek in Olst. Ze willen regionale melk- en zuivelproducten en vlees verkopen die met zorg en respect voor het IJssellandschap zijn geproduceerd. Het plan moet eind 2021 werkelijkheid worden.

IJsselhoeve De Riet
IJsselhoeve De Riet

Tot de komst van de Amerikaanse Holstein Friesian-koeien was MRIJ het meest gangbare ras in de melkveehouderij. Sinds de jaren zestig raakt dit ras uit de mode. Ondanks de opmars van de Holstein-koe, bleven er ook boeren de MRIJ-koe trouw. Met name in de IJsselvallei en op de Veluwe, maar ook elders.

Mond- en Klauwzeer ruiming

In 2001 kregen veel van die boeren een zware slag te verwerken toen hun veestapel moest worden geruimd om de uitbraak van mond- en klauwzeer te stoppen. Sindsdien is het aantal MRIJ-boeren nog minder geworden. Het aantal MRIJ-koeien in ons land wordt tegenwoordig geschat op 10.000.

MRIJ-boeren hebben zich ook verenigd in een vakvereniging, waarin ze fokkennis en ervaringen uitwisselen.

MRIJ koeien

Geslacht Van Marle

Bij het grote publiek zijn koeien van het MRIJ-ras bekend geworden door de populaire streekromans van Annie Oosterbroek-Dutschun. Daarin gaat het over belevenissen van een boerenfamilie aan de IJssel bij Marle, een werkelijk bestaand IJssel-buurtschap tussen Hattem en Deventer.

Buurtschap Marle op de IJsseldijk

De roodbonte MRIJ-koe staat ook vaak afgebeeld op schilderijen van IJssel-schilder Jan Voerman

Jan Voerman schilderde vaak IJsselvee
Zicht op Zalk bij hoog water in de IJssel

Hoe de veldwachter van Zalk glansrol kreeg na dijkdoorbraak IJssel

De allerlaatste dijkdoorbraak langs de IJssel staat op naam van Zalk. Bij het dorp begaf op 8 januari 1926 de rivierdijk. Een watersnood was het gevolg. Hoewel niemand het leven verloor, was de schade groot. De plaatselijke veldwachter kreeg een glansrol.

Zalk watersnood 1926 - beeld HCO
Zo zag Zalk eruit na de dijkdoorbraak bij het dorp.

De meeste inwoners zochten hun toevlucht bij familie en vrienden in Kampen en Hattem, nadat het dorp op last van het provinciebestuur ontruimd moest worden. Ongeveer 50 Zalkers vonden opvang in een Kamper school en fabriekshal, waar plaatselijke padvinders hielpen met de dagelijkse voedselverstrekking aan de hoogwatervluchtelingen. Honderden paarden, schapen, varkens en koeien konden tijdig in veiligheid worden gebracht en mochten in schuren en stallen staan bij boeren in het naburige Kampen en Hattem. Ze kregen voer op kosten van de gemeente.

Zalk herinnering watersnood
Op de plek van de dijkdoorbraak vlak voor Zalk, staat dit bord met uitleg. Destdijds werd een inzamelingsactie gehouden voor de getroffen inwoners van Zalk.

Militairen bewaken dorp

Militairen van het garnizoen Kampen bewaakten het leegstaande, ondergelopen dorp. Ze hielden verblijf op het marktplein bij de kerk. Want de kerk van Zalk staat op een oude rivierduin van de IJssel, vandaar dat het niet onderliep. Een bakker – wiens huis nog droog stond – bleef achter om de militairen van brood te voorzien. 

In Zalk en omtrek stond ruim een halve meter rivierwater. Het water zakte al snel binnen een paar dagen. Niet alleen Zalk, maar ook andere plekken in het land waren getroffen door een winterse watersnood door extreem hoog water in de rivieren. Koningin Wilhelmina maakte een rondgang door het land langs als rampplekken. Ze bezocht ook Zalk. 

Veldwachter De Koning van Zalk

Bij dat koninlijk bezoek kreeg de plaatselijke veldwachter een opmerkelijke glansrol toegedicht door de verslaggever van het Overijsselsch Dagblad van 14 januari 1926: 

‘Een alleraardigst moment beleefden wij in Zalk. Daar voert de oude gemeente-veldwachter Mondriaan, die altijd even opgewekt en monter is, den scepter over de paar honderd inwoners van het plaatsje Zalk. De nikkelen knoopen van zijn keurig sluitende uniformjas waren keurig opgepoetst en glinsterden in de warme voorjaarszon. De zware bakkebaarden en voorname snor waren zorgvuldig gekamd en verzorgd. In strakke militaire houding – zijn rechterhand steunend op de dikke stok met zilveren knop – wachtte hij – bewust van zijn waardigheid – de komst van de het vorstelijk gezelschap aan den ingang van het dorp op.

Hij was de eerste die door de Koningin werd opgemerkt en enige tijd onderhield Hare Majesteit zich met hem. Hij antwoordde op de vragen met een ongekende vrijmoedigheid. Het was op den breeden kop te lezen, dat hij zich meer dan ooit Koning van Zalk voelde; wat hij na het onderhoud met de Koningin liet blijken, door de hoogste autoriteiten met brutale vrijpostigheid aan te spreken. Toen de burgemeester van Kampen hem voorbij ging, was zijn eerste gezegd: ‘Zoo burgemeester, hoe gaat ’t ermee?’ Hij stak zijn hand uit en de burgemeester weigerde zijn hand te schudden.

(…) Met zijn rechterhand draaide hij vergenoegd de krullende snor, de linker zwaaide met de zwarte knuppel en met een klein tikje minachting kijkt hij neer op de eenvoudige Zalker boeren, die nu wel begrepen zouden hebben, dat zij met grooter achting en eerbied dan voorheen tegen de grootste aller Zalkers hebben op te zien.’

Bron: Overijsselsch Dagblad 14 januari 1926

Veldwachter van Zalk: Hendrik Mondriaan
Veldwachter Hendrik Mondriaan met zijn dienstfiets.

Hij drage zijn uniformknoopen blinkend

In reactie op dit artikel verscheen korte tijd later een ingezonden brief van iemand die steun betuigde aan de veldwachter met de woorden: ‘Hij leve, de Koning van Zalk, Mondriaan!’

Koning van Zalk -Delpher

Veldwachter was geliefd

Kennelijk werd veldwachter Hendrik Mondriaan door de lokale bevolking op handen gedragen. Een bewijs daarvan levert een kleine advertentie in de regionale krant in 1929, waarin waardering wordt uitgesproken voor de steunende rol van politieman Mondriaan bij een ernstig ongeluk: 

De veldwachter van Zalk kreeg in 1926 uit handen van de Commissaris der Koning een watersnood-medaille voor zijn inzet tijdens de IJssel-overstroming. 

Hendrik Mondriaan was geboren Fries. Hij is 66 jaar geworden; ging in 1931 met pensioen en overleed in datzelfde jaar. 

Dit artikel kwam tot stand met dank aan Delpher.

Dijkdoorbraak Zalk vanuit de lucht gezien.

Zalk kreeg geen landelijke bekendheid door veldwachter Mondriaan, maar wel door Klazien van den Brink. Wie was Klazien en hoe werd ze een populaire bekende Nederlander? Beluister het verhaal over Klazien uit Zalk in de podcast Rivierverhalen.

oeverbescherming plasic soep

Hoe oeverbescherming van de IJssel bijdraagt aan plastic soep

In NRC Handelsblad trekt een rivierliefhebber langs de Waal aan de bel over kunststof oeverbescherming van Rijkswaterstaat die geleidelijk afbreekt en bijdraagt aan de plastic vervuiling in de rivier. Dat speelt ook langs de IJssel.

Struinend langs de IJssel signaleerde ik afgelopen jaren – bij lage waterstanden – hoe op verschillende plekken kunststof doeken langs de oevers langzaam vergaan en dat kleine niet afbreekbare deeltjes daarvan in de rivier terecht komen. 

Hier laat ik een aantal voorbeelden daarvan zien op verschillende plekken, die ik in 2020 vastlegde:

Wat is dit voor doek?

Het gaat om resten van het zogeheten geotextiel, een sterk kunststof weefsel. Na de watersnoodramp van 1953 werd een ijzersterk synthetisch nylondoek ontwikkeld om zeedijken en rivieroevers te beschermen tegen uitspoeling door golven en hoogwater. Dat product kreeg de naam Nicolon. Rijkswaterstaat heeft op grote schaal Nicolon-doeken aangebracht op waterweringen en langs oevers van de grote rivieren. Het heeft een levensduur van zo’n vijftig jaar en begint nu ‘op’ te raken.

Het product wordt gemaakt door Nicolon BV, dat in 1974 in handen kwam van Ten Cate. Het bedrijf spreekt over ‘een zeer resistent industrieel textiel dat een belangrijke fase markeert in de overgang van traditioneel naar technisch textiel.’ Het wordt ook wel geotextiel genoemd. Het is aangebracht op kribben en oevers om uitspoeling te voorkomen.

In dit internationale promotiefilmpje uit 2012 worden de toepassingen van Nicolon getoond:

Nicolon legde Ten Cate geen windeieren. De dijkbekledingen zijn wereldwijd afgezet. Het zorgde ervoor dat het vanouds Twentse textielbedrijf uitgroeide tot een internationale onderneming.  

Doeken verpulveren tot plastic afval

Tijdens lage waterstanden in de IJssel komen de kunststof doeken bloot te liggen en is zichtbaar hoe resten ervan langzaam bij stukjes en beetjes in de rivier verdwijnen als een vrij gestage bijdrage aan de plastic soep, de vervuiling door microplastics:

Beeld van vergane kunststof doeken bij laag water in de IJssel in Wijhe.

Rijkswaterstaat doet aan onderhoud van oevers en vervangt op veel plekken verouderd geotextiel door nieuwe bekleding van hetzelfde spul. Dat ziet er dan zo uit, zoals hier langs de IJssel bij De Wilp:

Nieuwe basaltstenen en worteldoek om te voorkomen dat een talud wegspoelt langs de IJssel bij De Wilp.

Meer natuurlijke oevers

Rijkswaterstaat streeft ernaar om meer natuurlijke oevers te maken langs de rivieren in het kader van Kaderrichtlijn Water. Dat wil zeggen: er ligt dan geen basalt, maar de rivier mag zandige strandjes vormen. Dat is gunstig voor de biodiversiteit.

Tot de jaren vijftig was dat de werkelijkheid langs de IJssel. Dit schilderij van de IJsseloever tussen Deventer en Olst toont hoe zo’n zandige oever eruit zag in 1918, met fraaie zandruggen:

IJsseloever tussen Deventer en Olst in 1918. Schilder P. Geist.
Schilderij van P. Geist uit Olst van de IJsseloever tussen Deventer en Olst in 1918.

Update met toelichting Rijkswaterstaat

Dagblad De Stentor pikt mijn signaal op en maakt er een artikel over in de krant. Een woordvoerder van Rijkswaterstaat stelt dat er weinig of niks aan de hand is bij goed onderhoud van het doek.

Bij Rijkswaterstaat zijn er wel degelijk zorgen over geotextiel langs de oevers, zo blijkt uit dit citaat op een website van de organisatie en waarin technisch manager Aike van der Nat het volgende zegt:

Losliggende oeverdoek langs de IJssel

Update januari 2021

Het probleem wordt opgepikt door het online tijdschrift Waterforum. Zij zetten de feiten op een rij.

In Trouw is een artikel verschenen over het probleem van de oeverbescherming die voor plastic soep vervuiling zorgt.

En ChristenUnie-Kamerlid Carla Dik-Faber heeft opheldering gevraagd aan de verantwoordelijk minister in Kamervragen. Die kun je hier lezen.

De Plastic Soup Foundation vindt dat alle oeverbescherming die los komt te liggen per direct moet worden verwijderd.

Benieuwd naar meer verhalen over de IJssel? Abonneer je op de podcast Rivierverhalen.

Eikelboom en de IJssel blijken nauw aan elkaar verwant

Waar komt mijn liefde voor de IJssel vandaan? Uit een speurtocht naar mijn voorgeslacht blijkt dat de IJssel en Eikelboom nauw met elkaar verbonden zijn.

Voor mijn podcast Rivierverhalen klom ik in mijn stamboom. Dankzij oom Dick Eikelboom uit Hattem kwam ik erachter dat de herkomst van onze familienaam terugvoert naar een bijzondere plek: een oude boerenhoeve pal naast de rivierdijk langs de IJssel in Veessen die ooit De Eykelboom heette.

Nijesteen voorheen De Eikelboom
De IJsselhoeve die hier voorheen stond, heette De Eykelboom; en daar heb ik mijn familienaam aan te danken.

IJsselhoeves

Het dorpje Veessen ligt aan de Veluwse kant van de IJsseldijk halverwege Hattem en Deventer. Het is een oud rivierdorpje met pontificale boerenhoeves. Op 1 van die hoeves is dus onze familienaam ontstaan. 

Dat gaat terug tot 1520, toen voor het eerst de boerderij in een acte bij de naam Eykelboom werd genoemd. De boerderij kreeg in 1654 bewoners die zich naderhand tooiden met de naam van hun hoeve de Eikelboom. Ziedaar de geboorte van mijn familienaam. Aanvankelijk als Eykelboom; in verdere generaties werd het: Eikelboom.

Dat ziet er zo uit in een tijdlijn, die Gerrit Kouwenhoven – streekarchivaris van Epe, Heerde en Hattem – voor me maakte:

Nijesteen

De boerderij waar ik mijn achternaam aan te danken heb, bestaat niet meer. Die is in 1865 afgebroken en op dezelfde plek is een boerderij herbouwd met de naam de Nijenstein en dat verbasterde naderhand tot Nijesteen en later tot De Nijensteen.

Van de oorspronkelijke hoeve is niets meer terug te vinden. Er bestaan ook geen tekeningen of foto’s van; evenmin van de eik op het erf.

In 2007 verscheen een boek over deze boerderij met de titel: Dienstbode op de Nijensteen; een IJsselhoeve in Oorlogstijd. Daarin beschrijft Tonja Schmidt-Weerdmeester hoe zij als jonge vrouw in dienst kwam op deze IJsselhoeve in de jaren veertig van de vorige eeuw.

Vandaag de dag is de Nijesteen eigendom van stichting De Oude Beuk, ofwel DOB Foundation. Dat is een vermogende stichting waarin een deel van het kapitaal is ondergebracht van de voormalige eigenaren van drogisterijketen Kruidvat. Zij verkochten in 2002 hun concern voor 1,3 miljard euro. Een deel daarvan wordt besteed aan goede doelen in Oost-Afrika en Nederland. 

Ik ben een kind van de rivier

Samengevat: de naam Eikelboom is dus nauw verbonden met de IJssel. Dat is een ontdekking die ik recent deed. Nu weet ik waarom deze dichtregels van Alet Boukes over de IJssel altijd een snaar bij me raken:

Ik ben een kind van de rivier, gedicht Alet Boukes Zwolle

Stichting voor behoud IJsselhoeven

IJsselhoeves – zoals de Eikelboom en Nijesteen – zijn er tientallen. Het zijn grote boerderijen in de nabijheid van de rivier die welvaart uitstralen. Vaak met een kenmerkende bouw. Er is een speciale stichting die zich inzet voor behoud van monumentale IJsselhoeven.

Contactgegevens: Wim Eikelboom