Reddingsactie voor bescheiden rivierplantje Tripmadam

Het is een bescheiden rivierplantje met een exotische naam en het behoort tot de meest zeldzame soorten van Overijssel. Ontdek welke pogingen worden gedaan om de Tripmadam te redden van de ondergang.

Wie het bewijs wil zien dat de rivieren landen met elkaar verbinden, moet zoeken naar de Tripmadam. Het is een sedum-bloempje dat vanouds voorkomt op berghellingen in Zuid-Duitsland en Zwitersland. Maar het groeit ook op de hellingen van de Dutch Mountains, de dijken.

Meegevoerd met het rivierwater vestigde de tripmadam zich in de Hollandse Delta. Bij voorkeur op plekken die doen denken aan het berglandschap: steenachtige zandige hellingen, zoals rivierduinen of taluds. Het hoort bij de zogeheten stroomdalflora, wilde planten die gedijen in de nabijheid van rivieren.

Nog op 9 plekken

In Overijssel kwam de Tripmadam twintig jaar geleden nog op 18 plekken voor. Afgelopen jaren zijn al die plekken opnieuw bekeken, en nu staat de tripmadam nog slechts op 9 plekken langs de IJssel en de Vecht. Het kwetsbare plantje kachelt hard achteruit.

In de uiterwaarden van de rivieren is de Tripmadam inmiddels overal verdwenen, vooral door bemesting en door verandering van beheer. Er is nu alleen nog een klein aantal groeiplaatsen op dijken over. Dat is geen garantie voor het voortbestaan van de Tripmadam, want rivierdijken vallen officieel buiten de Natura 2000-begrenzing van de IJssel-uiterwaarden.

Oude IJsselbrug

Er is een plaats waar de Tripmadam op wonderlijke wijze heeft overleefd: het talud van de oude IJsselbrug in Zwolle. In de podcast Rivierverhalen over de IJssel vertelt plantenexpert Theo de Kogel het bijzondere verhaal over deze reddingsactie.

Theo de Kogel speurt op een rivierduin in de uiterwaarden naar de Tripmadam.

Op verzoek van provincie Overijssel bekommert Theo de Kogel zich sinds zijn pensionering om het lot van het zeldzame en kwetsbare rivierplantje, dat lid is van de sedumfamilie. ‘Dat is onderdeel van het programma ‘soorten op orde’ van de provincie Overijssel’, aldus Theo. ‘Dit programma is gericht op 114 soorten in onze natuur die het moeilijk hebben en waarvoor het gangbare beleid onvoldoende soelaas biedt.’

Provincie Overijssel heeft het natuurherstel-programma Condities voor Soorten op Orde. Dat is specifiek gericht op sterk bedreigde soorten planten en dieren. Voor 13 soorten plantensoorten worden specifieke maatregelen genomen om het leefgebied uit te breiden, zodat het plantje meer overlevingskansen heeft. Zaaien van zaad van bedreigde planten is onderdeel van het programma. Duifkruid hoort daarbij, maar ook de Tripmadam.

Op een aantal plekken heeft Theo stekken van de IJsselbrug-tripmadam geplant, zoals in Zalkerwaarden en de Schellerwaarden. Daar zijn door natuurherstelprojecten nieuwe geschikte leefgebieden voor dit plantje ontstaan met open zandige plekken. ‘Uit zichzelf zou dit plantje die plekken niet meer kunnen bereiken, maar met een beetje hulp lukt dat wel.’

Redder van Tripmadam

Op die manier is Theo de redder van de Tripmadam. ‘Bij deze herintroductie maakt ik gebruik van oorspronkelijk, inheems plantmateriaal’, benadrukt Theo.

Hij maakt zich zorgen over de komende dijkversterking tussen Zwolle en Olst. ‘De belangrijkste Tripmadam-plekken zijn op de IJsseldijken die op de schop gaan, waardoor deze planten dreigen te verdwijnen. Het waterschap heeft beloofd dat ze kwetsbare stroomdalvegetaties ontzien.’

Theo de Kogel is ook van plan de Tripmadam te herintroduceren langs de Vecht, Beneden-Regge, Dinkel en in de IJssel-uiterwaarden bij Fortmond en in de Koppelwaard bij Wilsum.

Tuinieren

Onder plantendeskundigen is er discussie of je op deze manier planten moet helpen. Sommigen zien dit niet als natuurbeheer, maar als tuinieren. Piet Bremer – ecoloog bij de provincie Overijssel – zei er het volgende over in het tijdschrift van FLORON, de organisatie voor flora-onderzoek in Nederland:

Dames lichte zeden

FLORON, de organisatie die zich inzet voor bedreigde flora in ons land, noemt de Tripmadam ‘zeldzaam in het rivierengebied en bij de Overijsselse Vecht en Dinkel. Zeer zeldzaam in Zuid-Limburg.’ De FLORON Verspreidingsatlas geeft aan dat de soort sinds 1950 is gehalveerd. Daarom staat het plantje op de Rode lijst als kwetsbaar. 

De herkomst van de naam Tripmadam doet denken aan dames van lichte zeden. Maar dat is niet het geval. Tripmadam is te herleiden tot tripe de madame, waarin het woord tripe verwijst naar een fluweelachtige kledingstof. Vermoedelijk doet de berijpte blauwgroene kleur van dit plantje daaraan denken. 

Lees ook

Contactgegevens: Wim Eikelboom