‘Rivierhout trekt waterbeestjes’

Rijkswaterstaat investeert veel geld in het aanbrengen en verankeren van dode boomstammen langs rivieroevers en in nevengeulen, om de biodiversiteit te verrijken. Zorgt het voor meer waterbeestjes?

Tekst en beeld: Wim Eikelboom/Rivierverhalen

Van nature hoort dood hout bij een rivier, maar Rijkswaterstaat haalt alle drijvende stammen en takken weg vanwege vaarveiligheid. Om de natuur een handje te helpen zijn de afgelopen jaren dode bomen (rivierhout) verankerd in en langs de rivieren.

In opdracht van Rijkswaterstaat deed het bedrijf Eurofins onderzoek naar welke en hoeveel waterbeestjes er op rivierhout leven. Het gaat dan over minuscule waterdiertjes als vlokreeften, waterpissebedden en slijkgarnalen, haften, borstelwormen, slakken, kokerjuffers en dansmuggen.

Beestjes op steen of hout

De onderzoekers maakten een vergelijking met stortstenen oevers. Dat is gedaan omdat de meeste beestjes een voorkeur hebben voor een bepaalde ondergrond (substraat): op stenen, leven andere beestjes dan op hout of in een zandbodem. Met het onderzoek wil Rijkswaterstaat aantonen dat vrij kostbare investeringen in rivierhout nuttig zijn voor de natuur. 

Er zijn drie jaar lang in het voorjaar monsters genomen op drie plekken langs de IJssel en drie plekken langs de Waal op zowel stortstenen oevers als rivierhout in kribvakken in de rivier, als rivierhout in strangen en nevengeulen. 

Dit zijn de meest opvallende uitkomsten:

  • De dichtheid in minuscule waterbeestjes varieert nogal tussen de jaren waarin metingen zijn gedaan en tussen de locaties van rivierhout. In 2019 werd meer beestjes per vierkante centimeter aangetroffen op hout dan op steen langs de rivieroevers. In het algemeen neemt het aantal waterbeestjes toe, maar niet alleen op hout; ook op stenen oeverbekleding. Dat duidt er kennelijk op dat de waterkwaliteit van de rivieren vooruitgaat. 
Dit zijn kleine waterbeestjes die zijn onderzocht.
(Bron: fragment uit waterdieren zoekkaart Stichting ARK)
  • Onze rivieren zijn vergeven van exotische waterbeestjes die de inheemse waterbeestjes overheersen. Zowel op rivierhout als op stenen langs de rivieroevers zijn zeer talrijke dichtheden aan exotische waterbeestjes aangetroffen. Gemiddeld is driekwart (78%) van de onderzochte beestjes een exoot. Het gaat met name om kaspische slijkgarnalen (links) en pontokaspische vlokreeften (rechts). De pontokaspische vlokreeft kan 2 centimeter worden en staat bekend als reuzenvlokreeft.

Beide beestjes hebben zich massaal in de Nederlandse rivieren gevestigd na openstelling van het Main-Donaukanaal in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Oorspronkelijk komen ze alleen voor in het gebied van de Zwarte Zee. Via datzelfde Main Donaukanaal zijn ook veel exotische grondels in onze rivieren terecht gekomen.

Kaspische slijkgarnalen beconcurreren inheemse waterdiertjes als de driehoeksmossel en de slijkgarnaal die vanouds voorkomt in de Rijn en Maas.

  • Ondanks de overdaad aan exoten, hebben de onderzoekers vastgesteld dat de dichtheid van de inheemse soorten waterbeestjes op rivierhout hoger is dan op steen. Ook is de soortenrijkdom op rivierhout groter. Dit is de slotconclusie wat betreft de kleine waterdiertjes die vanouds in Nederland voor komen:

Rivierhout is met name in trek bij allerlei soorten dansmuggenlarven, die in de beschutting van het verankerde bomen volwassen worden. Ook zijn diverse karakteristieke riviersoorten vastgelegd, zij het niet in overtuigende dichtheden, zoals haften, schietmotten en steenvliegen. De larven van schietmotten heten kokerjuffers. 

Rivierhout ligt droog

Hoewel de metingen geen overdonderend resultaat laten zien, staat het voor de onderzoekers als een paal boven water dat rivierhout bijdraagt aan natuurherstel: “Het antwoord op de vraag ‘Helpt hout?’ Is dus ja. Ons onderzoek toont aan dat rivierhout helpt de biodiversiteit van ongewervelde waterbeestjes in de Rijntakken te vergroten. En daarmee helpt het de waterkwaliteit te verbeteren”, aldus Amy Storm van Eurofins.

Verhaal gaat verder onder de foto

Dat veel aangebracht rivierhout grote delen van het jaar gedeeltelijk droog ligt, vindt zij niet bezwaarlijk voor de ecologische waarde. “Door grote fluctuatie van de stand van de rivieren komt het voor dat hout soms geheel of deels droog ligt. Tijdens onze bemonstering kwam dat niet voor. Dat het hout deels droog ligt is gunstig voor verschillende soorten macrofauna, zoals bijvoorbeeld een libelle die als larve in het water leeft en als volwassen boven het water vliegt.” 

Bij het onderzoek naar rivierhout is een nieuw soort borstelworm ontdekt, een minuscuul waterdiertje. ’De soortstatus van deze borstelworm is nog onbekend, omdat we naar alle waarschijnlijkheid te maken hebben met een nieuwe soort voor de wetenschap’, schrijven de onderzoekers in hun rapport. Het gaat om de Aktedrilus. Dit nieuwe waterbeestje is gevonden in en langs de Waal en de IJssel, zowel op stenen oevers als op rivierhout.Nadere studie aan deze worm wordt op dit moment verricht aan de Universiteit van Göteborg, waar deze Nederlandse exemplaren worden gesequenced om het DNA in kaart te brengen. Waarschijnlijk bestaat de soort al langer in Nederland, maar vanwege het kleine formaat (minder dan 1 millimeter) is hij niet eerder aangetroffen.’

Lees ook

Contactgegevens: Wim Eikelboom