Moeizame missie van nieuw hardhoutooibos langs onze rivieren

Boompjes planten is hip. Toch verloopt de voorgenomen uitbreiding van eiken, essen en iepen-bos langs de rivieren heel moeizaam. Dit artikel legt uit waarom.

Tekst en foto's Wim Eikelboom - Rivierverhalen

Hardhoutooibossen worden ze genoemd. Het zijn de meest zeldzame en soortenrijke bostypen van ons land. Bos dat bestaat uit eiken, essen en iepen, bomen die langzaam groeien. Er zijn ook zachthoutooibossen, snelgroeiende rivierbossen die bestaan uit snelgroeiende wilgen en populieren. Zachthoutooibos heeft de overhand, vanwege die snelle groei.

Verhaal gaat verder onder de foto

Hardhoutooibos met eiken in de Duursche Waarden langs de IJssel.

In heel Nederland zijn hardhoutooibossen langs de grote rivieren op de vingers van twee handen te tellen. Het meest bekend zijn het Colenbranderbos in de Millingerwaard, het Heyendalbosje langs de IJssel in Cortenoever en het Zalkerbos tussen Kampen en Zwolle. Hardhoutooibos groeit op hoger gelegen delen van de uiterwaarden die niet bij elk hoogwater onder stromen.

Om hardhoutooibos te stimuleren wordt ingezet op aanplant ervan. Langs de Waal deed Staatsbosbeheer in 2021 een poging daartoe in de Geitenwaard met jonge boompjes van zomereik, fladderiep, gewone esdoorn, haagbeuk, zwarte els, veldesdoorn en zwarte populier.

Uitbreiding slechts mondjesmaat

De uitbreiding van het areaal hardhoutooibos verloopt stroperig. Om te beginnen is er Rijkswaterstaat die strenge eisen stelt aan de plekken waar zulke bossen wel of niet mogen komen. Vanwege hoogwaterveiligheid is ooibos niet welkom in de stroombaan van de rivier.

Daarnaast hebben veel bewoners langs de rivieren geen trek in bos. Rivierbewoners hechten waarde aan een open rivierlandschap. Ze zien aanplant van bos als aantasting van dat vrije zicht.

De ontwikkeling van nieuwe hardhoutooibos hoort bij de kerndoelen van Natura2000 voor de Rijntakken. Maar plannenmakers voor natuurherstel slagen er niet in om de gestelde doelen voor nieuw hardhoutooibos te halen. Neem de IJssel. Het geplande areaal hardhoutooibos in de Hoenwaard bij Hattem is gehalveerd onder druk van lokale bewoners.

Ook bij Cortenoever (gemeente Brummen) en bij Zalk (gemeente Kampen) wordt slechts mondjesmaat hardhoutooibos bijgeplant. In Cortenoever komt er 8,7 hectare gemengd hard- en zachthoutooibos bij. In Zalk staat 1,5 hectare aanplant op de rol. En in de Duursche Waarden bij Olst stuit de voorgenomen bosuitbreiding op bezwaren van bewoners.

Dit zijn de doelen voor hardhoutooibos, zoals opgesteld in Natura2000-plannen voor de IJssel:

Kritiek op aanplant bos

Boswetenschappers plaatsen overigens kanttekeningen bij de aanplant van hardhoutooibos. Het bos zou vooral uit zichzelf moeten ontstaan door ruimte te geven aan natuurlijke processen.

‘Een ooibos is een complex samenspel tussen allerlei lokale omstandigheden en processen. Bij spontane ontwikkeling bepalen die omstandigheden welke soorten bomen en struiken zich kunnen vestigen. Dit geeft de garantie dat ze ook echt aansluiten bij de karakteristieken van de standplaats. Dat is vooraf vaak niet goed te voorspellen en aangeplante bossen zullen daar bijna altijd van afwijken, zeker wanneer er zich door klimaatverandering en boomziektes, allerlei veranderingen gaan voordoen in de samenstelling van onze ooibossen’, schrijven ooibos-onderzoekers in een rapport dat in 2021 uitkwam, onder de vlag van de Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren.

‘Bovendien is er landschappelijk weinig zo storend als een ritmisch aangeplant ‘compensatiebosje’ tegen de achtergrond van een zich spontaan ontwikkelende omgeving. Het zijn ingrepen die tot ver in de toekomst zichtbaar zijn als uitbijters in het landschap.’

Zo ziet aangeplant hardhoutooibos eruit (verhaal gaat verder onder de foto)

Zwarte ooievaar

Ooibossen zijn belangrijk voor de instandhouding van de soortenrijkdom in de natuur. Maar liefst 118 plant- en diersoorten zijn min of meer afhankelijk van ooibos in de uiterwaarden. Het gaat met name om mossen, vaatplanten en broedvogels. Nieuwe ooibossen dragen bij aan herstel van het natuurlijk riviersysteem. Er kunnen zich ook nieuwe soorten vestigen die we nog niet kennen in Nederland. Daarbij is de hoop al jarenlang gevestigd op de zwarte ooievaar als broedvogel.

Lees ook het verhaal over welles-niet-bossen en meer kans op rivierbos dan gedacht.

Lees ook

Contactgegevens: Wim Eikelboom