Riviervisser: variatie riviervissen op ‘historisch dieptepunt’

De soortenrijkdom aan vissen in onze grote rivieren is ‘tot een historisch dieptepunt’ gekelderd. Daarom zijn maatregelen nodig voor herstel van de stand van riviervissen.

Door Wim Eikelboom/Rivierverhalen

Dat schrijft riviervisser Frans Komen uit Terwolde in een verslag over schieraalvisserij aan Rijkswaterstaat. Zijn waarneming is opmerkelijk in het licht van de recent verschenen Visatlas, waarin juist de strekking is dat de verbeterde kwaliteit van het binnenwater heeft gezorgd voor meer soorten vis.

Om de visstanden in de grote rivieren te verbeteren, vraagt riviervisserij Komen om een proef op de Nederrijn tussen Driel en Maurik om wolhandkrabben en meervallen weg te vangen. Dat zijn volgens hem boosdoeners.

Verhaal gaat verder onder de foto

Soortenrijkdom verarmd

De soortenrijkdom van vis in onze rivieren zag Komen de laatste vijf jaar teruglopen. ‘Tussen 2013 en 2019 vingen we per fuik gemiddeld een halve emmer eenjarige vis. In 2021 is dat niet meer dan een soepkop bestaande uit baars, snoekbaars, blankvoorn en kaspische grondels, pos, roofblei en meerval.’

Komen stelt dat hij tot 2019 in totaal 41 verschillende vissoorten ving bij zijn jaarlijkse onderzoek naar schieraalvisserij op de Nederrijn. Afgelopen twee jaar liep het aantal vissoorten terug tot 19, waarvan zes exoten. Ook nam de meerval in aantal toe, net als baars en snoekbaars.’ Bij al deze vissoorten staan visseneitjes en vissenlarven op het menu.

Verhaal gaat verder onder de foto

Riviervisser Komen ziet een verband met de opening van het Main-Donau-Rijnkanaal in 1992. Sindsdien nam het aantal toe van de meerval, ponto-kaspische vlokreeft, kaspische grondels en wolhandkrab. Maar hij signaleert ook een toename van roofvis paling, snoekbaars en baars, ten koste van andere schubvissen. Komen: ‘Jaar na jaar zagen we het verarmen in soort en aantal. Deze trend nemen we in het hele Rijnsysteem in meer of mindere mate waar.’

Er zijn nog geen onafhankelijker cijfers die het gelijk of ongelijk van Komen bevestigen. De laatste overheidscijfers over de stand en biodiversiteit van zoetwatervissen in onze rivieren dateren van 2017. De recent verschenen Visatlas geeft wel cijfers over de visstand in het zoete water. Daarin staat dat verbeterde waterkwaliteit de afgelopen 25 jaar heeft gezorgd door een toename van vissoorten.

Meerval

Komen: ‘De overheid heeft miljoenen geïnvesteerd in de verbetering van de visstand om aan internationale verdragen te voldoen, zoals de Kaderrichtlijn Water. Nu de positieve verwachtingen van de experts niet uitkomen, lijkt het ons zinvol om de beroepsmatige praktijk (lees: riviervissers) in te schakelen om te voorkomen dat er over enige jaren uitsluitend sprake is van meerval zonder vis en watervogels.’ Volgens Komen is deze drastische impact van de meerval inmiddels al waar te nemen in de Duitse Boven-Rijn en Oost-Europese wateren. Hij trok hierover in 2021 voor het eerst aan de bel in de podcast Rivierverhalen.

Daarom stelt Komen voor om in de Nederrijn over een lengte van 30 kilometer gericht wolhandkrabben, meervallen en snoekbaars te vangen. De binnenvisser uit Terwolde spreekt van een ‘vissstand herstelproject’ in de grote rivieren. Hij heeft van de autoriteiten nog geen reactie ontvangen op zijn voorstel. Rijkswaterstaat zegt op voorhand dat ‘nader onderzoek’ nodig is.

In de podcast Rivierverhalen vertelt Frans Komen over de geschiedenis van de riviervisserij:

Lees ook

Contactgegevens: Wim Eikelboom