‘Kievitsbloemen schreeuwen om koemest’

Zeldzame kievitsbloemen gedijen het beste op onbemeste weilanden langs rivieren, is het adagium in natuurbeheer. Ecoloog Albert Corporaal ontdekte dat kievitsbloemen juist achteruitkachelen op plekken zonder koemest. Staatsbosbeheer denkt daar anders over.

Tekst en foto's Wim Eikelboom/Rivierverhalen

Corporaal geldt als onbetwiste kenner van de kievitsbloem, een veeleisende vroege voorjaarsbloeier langs oevers van rivieren. Hij doet al vijftig jaar wetenschappelijk onderzoek naar het schaarse inheemse plantje.

Verhaal gaat verder onder de foto

Albert Corporaal kievitsbloem
Corporaal (links) tijdens een natuurwandeling door De Brommert, kievietsbloemen-reservaat langs het Zwarte Water.

Loire

De kievitsbloem gedijt met name op buitendijkse gronden langs het Zwarte Water, de Vecht en in de IJsseldelta. Ook komt de kievitsbloem voor op oeverlandjes langs weteringen in Zwolle (vandaar de bijnaam Zwolse tulp). Elders in Nederland is de wilde kievitsbloem (Fritillaria meleagris) beperkt tot enkele natuurterreinen in Zuid-Holland, Groningen en Utrecht.

Kievitsbloemen stellen hoge eisen aan de plek waar ze groeien. Ze geven de voorkeur aan kleiige gronden die af en toe onderwater staan met regenwater, zoals uiterwaarden langs rivieren. Het duurt 6 tot 7 jaar voordat het zaad van het bolgewas tot bloei komt. Dat bepaalt voor een deel de kwetsbaarheid van deze inheemse voorjaarsbloeier. Europees zijn kievietsbloemen ook zeldzaam. Ze komen voor langs de oevers in de monding van de Loire in Frankrijk en op een paar plekken in Zweden. 

Dogma niet bemesten

De grootste populatie kievitsbloemen van Nederland staat langs het Zwartewater tussen Zwolle en Hasselt. Maar hier doet zich een sluipend probleem voor: ze doen te weinig aan verjonging waardoor het aantal langzaam maar zeker achteruit gaat, merkt Corporaal. ‘De populatie langs het Zwarte Water bij Hasselt en langs de IJssel bij Wilsum is aan het verouderen en verarmen door de schrale bodem waarin weinig wormen zitten. Dat zie je ondermeer doordat er ook geen weidevogels zijn in kievitsbloemenhooilanden.’

Natuurbeherende organisaties als Landschap Overijssel en Staatsbosbeheer kiezen voor ervoor om kievitsbloemen-reservaten onbemest te laten. Er mag alleen in het najaar een klein poosje vee in weiden, maar dat levert te weinig verrijking op van de bodem, constateert Corporaal. ‘Ruwe koemest in lichte dosering zou heel goed zijn hier. Niet bemesten is een dogma in natuurbeheer dat aan herziening toe is’, vindt hij.

Staatsbosbeheer: Kievitsbloem neemt toe

‘Deze discussie snijdt geen hout’, reageert boswachter Jeroen Bredenbeek van Staatsbosbeheer. Hij herkent niets van de waarnemingen van Corporaal in zijn gebieden met kievietsbloemen. ‘Er zijn geen signalen dat kievitsbloemen zich onvoldoende verjongen door voedselarmoede in de bodem. Het is wel zodat op de Brommert de vegetatie schraler wordt, omdat er minder overstromingen zijn.’

Bredenbeek: ‘In onze terreinen neemt de kievitsbloem alleen maar toe, met een beheer van alleen maar hooien en soms een beetje naweiden met koeien. Wij vinden het geen goed idee om kievietsbloemenland te gaan bemesten. Uit recent onderzoek langs de IJssel en het Zwarte Water blijkt overigens dat kievietsbloemen niet ieder jaar bloeien. Soms vallen ze terug in zwaard- of kandelaarvorm. Soms verschijnen ze twee jaar niet, om daarna weer vrolijk te bloeien. Wat hiervan de oorzaak is, weten we nog niet.’

Verhaal gaat verder onder de foto + gedicht

Hoop terugkeer langs de IJssel

In 1968 stond de kievitsbloem op het randje van de afgrond. Toen heeft provincie op diverse plekken langs de Vecht en het Zwarte Water voorkomen dat er bloemen zouden verdwijnen.

Verhaal gaat verder onder de foto:

kievitsbloem Overijssel gered

Provincie Overijssel heeft afgelopen jaren flink geinvesteerd in natuurontwikkeling langs het Zwarte Water, om meer leefgebied te maken voor kievietsbloemen.

Lokaal zijn er ook kleine initiatieven om het bloempje een handje te helpen. Zo zijn er langs de IJssel in Zwolle kievietsbloemen gezaaid, in de hoop dat de plant zich hier vestigt.

Verhaal gaat verder onder de foto

Met vrijwilligers van A Rocha  Zwolle is maaisel uitgestrooid in de Schellerwaarden. Het maaisel met zaden van kievietsbloemen is afkomstig van terreinen van Landschap Overijssel met veel kievietsbloemen. 

Update: provincie gaat natuurgraslanden niet bemesten

Naar aanleiding van deze oproep van Albert Corporaal op Rivierverhalen hebben provinciale ambtenaren de koppen bij elkaar gestoken. Hun standpunt is en blijft: Wij gaan niet over tot bemesten van kievitsbloemenhooilanden. ‘Wel zullen we bij de monitoring van vegetatietypen de gradiënten in nutriënten (ofwel de meststoffen) nader bestuderen.’

Provincie Overijssel heeft in 2018 een onderzoek gedaan naar bemesting van kievitsbloemhooilanden. Hierbij waren ecologen van de provincie, Landschap Overijssel, Staatsbosbeheer en De Bosgroep betrokken. Daaruit kwam de conclusie dat bemesting geen toegevoegde waarde heeft voor kievitsbloemenhooilanden. De gedachte is dat verschraling leidt tot meer soortenrijkdom van wilde planten en bloemen. ‘Verschraling is geen probleem voor de biodiversiteit. Met langdurig hooibeheer zonder bemesting kunnen we de hoge botanische natuurwaarden herstellen. Dat proces duurt zo’n twintig tot dertig jaar’, aldus provincie Overijssel.

Lees ook

Contactgegevens: Wim Eikelboom