Indrukwekkend IJssel-gedicht van onderduiker Helma Wolf-Catz

De Joodse roman-schrijver Helma Wolf-Catz schreef tijdens haar onderduik in Deventer in 1943-1944 een indrukwekkend gedicht over de IJssel, gebaseerd op een visioen.

Tekst Wim Eikelboom / Rivierverhalen

Helma Catz begint in 1924 met het publiceren van literair werk. Ze trouwt met Justus Wolf en krijgt een kind. Haar eerste roman verschijnt in 1932: Wouter – de liefde van een jongen. Het wordt geprezen door literaire critici.

Verhaal gaat verder onder de afbeelding

Uit de krant in 1937

De Tweede Wereldoorlog maakt het huwelijk van Helma stuk. Haar man wordt weggevoerd naar concentratiekamp Auschwitz en vermoord. Zij blijft achter met haar dochter en duikt onder op verschillende adressen, waaronder in Deventer.

Hotel De Engel aan het Grote Kerkhof biedt onderdak aan het stel. De achterzijde biedt haar zicht op de IJssel.

Verhaal gaat verder onder de foto

Dit is de plek waar Helma gedichten schrijft, die naderhand uitkomen onder de titel Aan de rand….

De verzen zijn opgedragen aan haar verdwenen man Justus.

Origineel manuscript van de bundel Aan de Rand; gedichten geschreven in de onderduik in Deventer.

Zonder schaduw

In het Overijssels Jaarboek voor Culturele Historie van 1947 beschrijft Helma Wolf-Catz hoe ze op 20 augustus 1944 een visioen krijgt van een ‘een vrolijke apostel in een wit gewaad langs de IJssel. Met een gouden band om zijn middel en een kruis op zijn schouders. Het kruis was bijna te zwaar om te dragen, maar dat maakte hem des te blijmoediger. Hij lachte zacht en zijn ogen blonken. Eens zou hij sterven, dat wist hij, maar nu leefde hij en hij torste blijmoedig zijn kuis.’

‘Het visioen verdwijnt en ik staar op de IJssel. Ik zie het vlakke water aldoor stromen. De grote groenbladige bomen dromen mee. En aan de overkant staan de bomen van de Worp. En naast die plek grazen koeien en lopen bruine paarden. Er ligt een Rijnaak en er liggen ook gekapte boomstronken.’

Dit is het gedicht: Zonder schaduw

De IJssel stroomt

en wij gaan langs de bedding.

Een kind, dat droomt

en uitziet naar de redding,

die verder wijkt

tot nevel in het niet.

tot waar verleden reikt.

Ik zie haar niet.

De IJssel stroomt

langs zanderige wanden

Mijn kind verdroomt

en wandelt in haar schande

door deze oude stad,

waar vensters dood zijn

en een roepstem bad.

De IJsstel stroomt,

de deuren waaien open.

Ze waaien open en ze waaien dicht,

en achteloos komt leed gekropen.

een kier. Een helper met een stug gezicht.

De IJssel stroomt

door trage smalle bedding.

De blaren wuiven en de hemel droomt.

werwachten wij iets van de redding.

Mijn helper is wel moedig en beschroomd.

De IJssel stroomt

de zachte blaren zweven,

Het raam lacht, waar het water stroomt.

wij moeten nederig en eenzaam leven.

Mijn helpers raam ligt achter het geboomt.

Deventer 18 augustus 1944

Helma Wolf Catz overleefde de Tweede Wereldoorlog, schreef naderhand romans en literair werk. Zij stierf in 1979 in Naarden op 79-jarige leeftijd.

Alles over het leven en werk van Helma Wolf-Catz is te vinden op een speciale webplek.

Meer gedichten over de IJssel lees je in dit artikel op Rivierverhalen
Lees ook

Contactgegevens: Wim Eikelboom