Tag: IJssel

Zeven mooiste hoogwater-foto’s

Het hoogwater in de IJssel in februari 2021 duurde anderhalve week lang. Het ging om een gemiddeld hoogwater wat betreft waterstand, maar in combinatie met strenge vorst was het een uitzonderlijke situatie. Dit zijn mijn zeven meest bijzondere foto’s:

Opgaande zon met elzenbos waarin ijsbrokken hangen.
IJsafzetting aan wilg
Nieuwsgierige pony’s in Duursche Waarden tijdens kanotocht op ondergelopen uiterwaarden.
Rivier stroomt met veel kracht de uiterwaarden in en neemt losliggende takken en stammen mee.
In de eerste week van februari trad de IJssel buiten de oevers.
Door onstuimige koude wind, verandere het ondergelopen land in woelige baren.
Zonsopkomst tussen populieren en geknotte wilgen in ondergelopen uiterwaarden.

Wil je niet alleen verhalen zien, maar ook horen? Luister dan naar de podcast met Rivierverhalen over de IJssel.

Zalk hoogwater

Stoere hoogwaterfietser in Zalk gaat viraal

Een filmpje waarop te zien is hoe een moeder met dochter achterop door het hoge water fietst van de Zalkerveerweg, is viraal gegaan op sociale media.

Het filmpje is inmiddels meer dan 450.000 keer bekeken op Twitter en LinkedIn en roept veel reacties op in het buitenland. Maker is Wim Eikelboom uit Zwolle van de podcast Rivierverhalen over de IJssel.

Hij vertelt hoe hij dit beeld vastlegde: ‘Ik fietste zaterdagmiddag over de Zalkerveerweg naar de IJssel om te genieten van wassende water. De weg was hier en daar al ondergelopen, maar op de fiets was het redelijk goed begaanbaar. Voor mij fietste een moeder met dochter achterop, die een kijkje wilde nemen bij de veerstoep. Ik stond versteld hoe onverschrokken ze door het stijgende water trapte.’

Oerhollands beeld

Wim plaatste het filmpje op zijn twitteraccount en dat viel in de smaak. Er stroomden tientallen reacties binnen uit binnen- en buitenland. De fietsprofessor zorgde ervoor dat het filmpje internationale aandacht kreeg via Twitter en LinkedIn onder de noemer: Hollandse moeders…

Ook De Telegraaf verwerkte de beelden in een filmpje over hoogwater.

Vrouwelijke Hansje Brinker

Wim Eikelboom begrijpt wel waarom dit tafereel zoveel reacties oproept: ‘Voor mij is deze stoere vrouw een moderne variant op Hansje Brinker: Zij laat zien dat je niet te snel moet terugdeinzen voor het hoge water en dat het goed is om je kind te laten ervaren wat stijgend rivierwater doet.’

Wie is deze vrouw?

Inmiddels is ook bekend wie deze vrouw is. Het gaat om Mariët Boom uit Zalk met haar 7-jarige dochter Maika. ‘Ze is nu wereldberoemd’, schrijven haar collega’s van de basisschool waar Mariët werkt.

Haar doortastende fietsrit roept op Twitter waardering op in het buitenland:

De Stentor maakt er na het weekend ook een bericht over en belt ook met Mariët Boom. Zij reageert nuchter op alle internationale aandacht: ‘Ik hoef niet zonodig een bekende Zalker te zijn’, zegt ze met een kwinkslag naar haar oud-inwoner Klazien uit Zalk die wel genoot van alle aandacht.

Zalkerbos stroomt onder

De IJssel zette ook de omliggende landerijen en paden van het oeroude Zalkerbos – een buitendijks hardhout-ooibos – geleidelijk aan onder water. Ook dat legde Wim Eikelboom vast:

Update

Ook bij De Stentor was dit verhaal populair. Het was een week lang het best gelezen online artikel met ruim 80.000 lezers:

Meer verhalen over de IJssel beluisteren? Ga naar de podcast Rivierverhalen over de IJssel.

Dit artikel verscheen ook op KampenOnline.

Dynamische riviernatuur en het juk van onderhoudsdrang

Met de rivieren in de hoogwater-stand klinkt de loftrompet over de natuurlijke rijkdom en machtige dynamiek van ons rivierenlandschap. Maar er zitten wel wat addertjes onder het ondergelopen gras. 

Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer vierden deze week 25 jaar successen in natuurontwikkeling langs onze grote rivieren

Er is 6.700 hectare nieuwe riviernatuur bijgekomen en de soortenrijkdom langs de rivieren ging sprongen voorwaarts. Het rivierenlandschap is de enige plek in ons land waar natuurlijke rijkdom de afgelopen jaren toenam in plaats van achteruit kachelde. De bever, otter en zeearend zijn kroonjuwelen van die succesvolle natuurontwikkeling in de uiterwaarden. Met hoogwater ziet het er fantastisch uit:

‘Rivieren zijn levende karakters’

Toch knaagt er ook ongemak. Dat werd deze week duidelijk in twee online-bijeenkomsten van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Minister Cora van Nieuwenhuizen sprak mooie woorden: ‘Rivieren zijn levende karakters die zich niet makkelijk laten temmen. Waterveiligheid gaat samen met natuurontwikkeling en die aanpak zetten we door in de Kaderrichtlijn Water en voortzetting van programma-aanpak Grote Wateren.’ 

Haar ministerie organiseerde deze week ook een groots opgezette bijeenkomst over onderhoud van de uiterwaarden. En daarbij wordt robuuste natuurontwikkeling vooral gezien als een ontwikkeling die je moet reguleren en intomen. Want niet ecologische processen mogen leidend zijn, maar normen voor waterveiligheid en scheepvaartbelangen. 

Veiligheid voorop

Rijkswaterstaat spreekt altijd in dezelfde drieslag over rivieren. Veiligheid staat voorop, daarna volgt bevaarbaarheid en als sluitstuk wordt het belang van recreatie en natuur genoemd. ‘Beheren en onderhouden’ van de uiterwaarden zijn de werkwoorden van Rijkswaterstaat.

Onderhoud aan de oevers van de IJssel in opdracht Rijkswaterstaat

En dat is een andere insteek dan bij experts van riviernatuur, onder wie boswachter Thijmen van Heerde. Hij zegt: ‘De rivier krijgt haar dynamiek weer terug. De natuur geven we weer de ruimte. De natuur maakt het af, zoals het zou moeten zijn. Wij zijn nu klaar en de natuur ontwikkelt zich verder en verder. Na een hoogwater verschijnt ergens een bosjes of ontstaat een rivierduin.’

Dat is een mooi ideaal. Maar de werkelijkheid is dat riviernatuur zich slechts mag ontwikkelen in een keurslijf van de Waterwet. Daaruit is een zogeheten vegetatielegger  voortgekomen, waarin tot op de meter nauwkeurig beschreven staat waar spontane begroeiing wel en niet is toegestaan langs onze rivieren.

Sylvo Thijsen erkent: lastig punt

Deze onderhoudsmatige benadering van riviernatuur verdraagt zich moeilijk met spontane natuurontwikkeling langs de rivieren. Waarom moet het bosje worden gekapt waar de bever hout knaagt? Waarom moet op last van Rijkswaterstaat die uit zichzelf gegroeide boom verdwijnen? Waarom is struikgewas langs oevers taboe? Waarom mag een omgevallen boom niet blijven liggen?

Staatsbosbeheer-directeur Sylvo Thijsen erkent dat ‘hier een lastig punt’ ligt.

En met ‘hier’ doelt hij met name op ooibossen, de spontaan gegroeide oerbossen in de uiterwaarden. Die gaan niet altijd samen met beheeropvattingen van Rijkswaterstaat. ‘Het levert nog wel eens strijd in het veld op, welke boom wel of niet mag blijven staan. Daar schuurt het’, zei hij deze week in een gesprek over afsluiting van het programma Nadere Uitwerking Rivierengebied (NURG).

Bever knaagt in ooibos langs de IJssel
Bever zet tanden in het spontaan gegroeide ooibos. Zo helpt dit rivierdier mee aan onderhoud.

Werk samen met natuur

Op de bijeenkomst waar Thijsen deze woorden sprak, klonk de oproep bij het publiek: Maak natuur niet tot sluitstuk van veiligheidsbeheer, maar werk meer samen met de natuur in de hoogwaterveiligheid. 

Rijkswaterstaat-directeur Oost-Nederland Marjolijn van de Zandschulp beklemtoonde dat haar organisatie ‘niet alleen een grijze, maar ook een groene kant heeft.’

Rivieroever is geen wegberm

Om grijze en groene belangen bij elkaar te houden is het nodig dat niet waterstaatkundige rekenmodellen leidend en maatgevend zijn. Laat ook het besef groeien dat dynamische riviernatuur tekort wordt gedaan met een onderhoudsmatige benadering. Anders gezegd: een natuurlijke rivieroever vraagt om een andere aanpak dan een wegberm. 

Over het succes van riviernatuur gaat het ook in een aflevering van de podcast Rivierverhalen over de IJssel. Beluister ‘m hier.

Update: In reactie op dit verhaal geeft bioloog Patrick Jansen van Universiteit Wageningen zijn instemming:

Komt rivierwater IJssel straks uit onze kraan?

Provincie Overijssel gaat onderzoeken of rivierwater rechtstreeks uit de IJssel geschikt is voor drinkwater. De geschiedenis herhaalt zich: 125 jaar geleden was dit ook een vraag, die toen leidde tot fel debat.

In december 2020 nam Proviniciale Staten van Overijssel het voorstel aan om te zoeken naar nieuwe bronnen voor de drinkwatervoorziening. Reden is dat de behoefte aan drinkwater de komende 30 jaar met maar liefst 28% toeneemt in Overijssel.

Droogte

Alle kraanwater in Overijssel is tot op heden afkomstig uit de ondergrond. Drinkwaterbedrijf Vitens haalt op 23 plekken in de provincie water uit de bodem om het kraanwater-proof te maken. Het CDA in Overijssel vindt dat rivierwater een kansrijk alternatief is voor het oppompen van grondwater, nu grondwater door de droge zomers alsmaar schaarser wordt. De partij kreeg het voor elkaar om de IJssel op te nemen in een onderzoek van de provincie naar robuuste drinkwatervoorziening over 15 tot 30 jaar.

Tot 1890 waren de inwoners van Overijssel voor hun drinkwater aangewezen op de dorpspomp en eigen bronnen. Door uitbraken van cholera klonk de roep om een betrouwbare voorziening voor drinkwater. 

‘Tegenzin jegens rivierwater’

Tussen 1883 en 1890 woedde er in Zwolle een fel debat over de winning van drinkwater uit de IJssel. In de kranten verschenen tal van ingezonden stukken voor en tegen. Aanleiding was een voorstel aan de gemeenteraad om een drinkwaternet aan te leggen, gevoed met gefilterd water rechtstreeks uit de IJssel. Dat was in ruime mate voorhanden en onderzoek had aangetoond dat het bacteriegehalte in de IJssel geruststellend laag was. 

‘Voor veel Zwollenaars is het onaangename gedachte om rivierwater te drinken dat van zoveel steden het rioolwater en menage heeft opgenomen dat door schippers is verontreinigd’, reageerde een Zwollenaar in een ingezonden stuk in de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant. Ook werd erop gewezen dat bij hoog water het slibgehalte in de rivier toeneemt en dat het dan moeilijk te filteren is. ‘Velen geven aan jegens rivierwater een tegenzin te gevoelen.’

Veluwse waterleiding

De gemeenteraad zwichtte uiteindelijk voor de bezwaren en koos voor een Gelders alternatief: drinkwater uit de bodem van de Veluwse heide.

Kampen legde al in 1883 een waterleiding vanaf de heide van Wezep naar de IJsselstad. Voor Kampen was rivierwaterwinning sowieso geen optie. De IJssel had hier last van zoutwater instroom van de toenmalige Zuiderzee.

Zwolle kreeg dus eind 19e eeuw Veluws water aangevoerd via een zinken leiding over de IJssel vanuit het bos bij Heerde. Het drinkwater werd opgeslagen in de watertoren aan de Turfmarkt en in de Peperbus.

In 1925 toen de stad groeide en de behoefte aan drinkwater toenam, besloot Zwolle om indirect IJsselwater te winnen. Zo onstond de waterwinning Engelse Werk, die tot op de huidige dag in bedrijf is met verschillende putten langs de Schellerdijk.

Engelse Werk

Zwolle is tot dusver de enige plek met een zogeheten oevergrondwaterwinning langs de IJssel, waarbij ingedaald rivierwater uit de bodem wordt onttrokken. Omdat het water een weg heeft afgelegd door zuiverende grond, is het enigszins gefilterd.

Dat ziet er zo uit langs de IJssel:

Vitens slaat in de loop van 2021 nieuwe waterwinputten in het Engelse Werk om uit diepere lagen drinkwater te winnen. Dat is ook in deze tekening opgenomen.

Urk drinkt IJsselwater

Het is curieus om te melden dat er 1 plek was waar in de vorige eeuw wel rivierwater uit de IJssel werd geconsumeerd: Urk. Het eiland in de zoute Zuiderzee kreeg in de jaren twintig tot vijftig van de vorige eeuw bijna dagelijks vers rivierwater aangevoerd per schip. In 1950 kwam op Urk een einde aan het drinken van IJsselwater. Toen kreeg de Urker gemeenschap een aansluiting op het waterleidingnet van Overijssel.

Oude ansichtkaart uit 1926: Urkers halen zoet IJsselwater dat per schip wordt aangevoerd naar het eiland.

Koppelerwaard Wilsum

De provinciebestuur wil het aantal waterwingebieden de komende vijf jaar uitbreiden. Daarom is ingezet op het ‘versneld operationaliseren’ van ondermeer waterwinning in de uiterwaarden van de IJssel bij Wilsum. In de jaren negentig deed waterleidingbedrijf Overijssel onderzoek of meer plekken langs de IJssel zich lenen voor een oevergrondwaterwinning, in navolging van het Engelse Werk. Het Zalkerbos, de Vreugederijker Waard en de uiterwaarden van Wilsum werden toen genoemd als kansrijke locaties. Het provinciebestuur heeft het oog laten vallen op de Koppelerwaard langs de IJsseloever tussen Kampen en Zwolle.

Zicht op Wilsum langs de IJssel.

Vitens: liever geen rivierwater

Drinkwater bereiden uit rivierwater ziet Vitens vandaag de dag nog altijd als riskant en onbetrouwbaar. Vitens geeft de volgende voordelen aan grondwater boven rivierwater:

•        Grondwater heeft een constante temperatuur en kwaliteit. Dit is vooral van belang voor de zuivering van het grondwater tot drinkwater. Door de constante en stabiele kwaliteit, kunnen zuivering en transportsystemen optimaal functioneren.

•        Grondwater is microbiologisch stabiel. Voor de volksgezondheid is het van belang dat het ruwe (ongezuiverde) water zo weinig mogelijk microbiologische organismen bevat. Omdat grondwater lange tijd onder zuurstofloze omstandigheden in de bodem heeft gezeten, is de kans op aanwezigheid van schadelijke virussen en bacteriën klein.

•        Beschikbaarheid van grondwater leidt tot weinig risico’s op kwantiteitproblemen. Beschikbaarheid van goed grondwater is daarmee veel minder afhankelijk van klimatologische gebeurtenissen, zoals droogte, en incidenten rondom waterkwaliteit in vergelijking met andere bronnen. Grondwater is altijd beschikbaar.

•        Grondwater is eenvoudig te zuiveren bij een goede kwaliteit. Dit betekent een relatief laag energieverbruik en weinig reststoffen in vergelijking met complexe zuiveringsmethoden, die nodig zijn voor minder schone bronnen

•        Grondwater is veel minder gevoelig voor calamiteiten dan oppervlaktewater zoals bijvoorbeeld bij lozingen op rivieren.

Controlebuis van Vitens aan de oever van de IJssel. Zo houdt Vitens grondwaterkwaliteit in de gaten.

Drinkbare rivieren

Het is overigens wel een mooi ideaalbeeld: een rivier met drinkbaar water zonder chemische stoffen en medicijnresten. Dat ideaal wordt al enige tijd uitgedragen door Lia An Phoa, die daarvoor Drinkable Rivers heeft opgericht.

Zij vraagt aandacht voor haar droom door langs rivieren te wandelen. In de eerste helft van 2021 trekt ze ook langs de IJssel.

Waarom MRIJ echte rivierkoe is

Er is een koe die vanouds bij ons rivierenlandschap hoort. De opmars van natuurinclusieve landbouw, biedt kansen voor MRIJ, Maas- Rijn- en IJsselvee.

In de podcast Rivierverhalen over de IJssel vertelt MRIJ-boer Tom Lugtenberg  met veel toewijding over zijn MRIJ-veestapel. Hij boert als zesde generatie van zijn familie op IJsselhoeve De Riet bij Olst.

Wim Eikelboom met MRIJ-boer Tom Lugtenberg van IJsselhoeve De Riet

Boer Tom geeft zes redenen waarom de rivierkoe uitstekend past in een die vraagt om vee dat zich laat combineren met respect voor natuur en landschap:

  • ‘Deze roodbonte koe is robuust en kan dus vroeg weiden op lage kleigronden langs de rivier die nog drassig zijn. Door de vrij hoge hoeven kunnen ze soepel lopen in natte weilanden.’
  • ‘De MRIJ-koe past bij het ruige landschap van de rivieren door een goede bespiering. De koe bouwt in de zomer reserves op, waar ‘ie in de winter op kan teren. De koe kan zichzelf redden als het moet.’
  • ‘De MRIJ-koe is een dubbeldoel koe die melk geeft en zorgt voor goed vlees. Een gemiddelde melkkoe geeft 9.000 liter per jaar; een gemiddelde MRIJ-koe 7.500 liter. Maar per saldo leveren ze toch meer op, want ze hebben meer vet en eiwit in de melk en ze geven een hogere opbrengst als slachtkoe.’
  • ‘De MRIJ-koe is een duurzame koe die lang meegaat. Ze houden het lang vol, gemiddeld ruim zeven jaar, terwijl reguliere melkkoeien er na dik vijf jaar de brui aan geven.’ 
  • ‘De MRIJ-koe weerspiegelt het karakter van de streek: ze zijn rustig en bedaard. Echt een no-nonsens-koe.’
  • ‘Het achterstel staat een beetje scheef. Het zijn compacte, klein dikkertjes. De uiervorm van een MRIJ-koe is minder fraai, maar de uierkracht is groter.’ 

MRIJ-melkfabriek

Tom en Ellis Lugtenberg werken samen met een plaatselijke ondernemer aan opstart van een kleine melkfabriek in Olst. Ze willen regionale melk- en zuivelproducten en vlees verkopen die met zorg en respect voor het IJssellandschap zijn geproduceerd. Het plan moet eind 2021 werkelijkheid worden.

IJsselhoeve De Riet
IJsselhoeve De Riet

Tot de komst van de Amerikaanse Holstein Friesian-koeien was MRIJ het meest gangbare ras in de melkveehouderij. Sinds de jaren zestig raakt dit ras uit de mode. Ondanks de opmars van de Holstein-koe, bleven er ook boeren de MRIJ-koe trouw. Met name in de IJsselvallei en op de Veluwe, maar ook elders.

Mond- en Klauwzeer ruiming

In 2001 kregen veel van die boeren een zware slag te verwerken toen hun veestapel moest worden geruimd om de uitbraak van mond- en klauwzeer te stoppen. Sindsdien is het aantal MRIJ-boeren nog minder geworden. Het aantal MRIJ-koeien in ons land wordt tegenwoordig geschat op 10.000.

MRIJ-boeren hebben zich ook verenigd in een vakvereniging, waarin ze fokkennis en ervaringen uitwisselen.

MRIJ koeien

Geslacht Van Marle

Bij het grote publiek zijn koeien van het MRIJ-ras bekend geworden door de populaire streekromans van Annie Oosterbroek-Dutschun. Daarin gaat het over belevenissen van een boerenfamilie aan de IJssel bij Marle, een werkelijk bestaand IJssel-buurtschap tussen Hattem en Deventer.

Buurtschap Marle op de IJsseldijk

De roodbonte MRIJ-koe staat ook vaak afgebeeld op schilderijen van IJssel-schilder Jan Voerman

Jan Voerman schilderde vaak IJsselvee
Zicht op Zalk bij hoog water in de IJssel

Hoe de veldwachter van Zalk glansrol kreeg na dijkdoorbraak IJssel

De allerlaatste dijkdoorbraak langs de IJssel staat op naam van Zalk. Bij het dorp begaf op 8 januari 1926 de rivierdijk. Een watersnood was het gevolg. Hoewel niemand het leven verloor, was de schade groot. De plaatselijke veldwachter kreeg een glansrol.

Zalk watersnood 1926 - beeld HCO
Zo zag Zalk eruit na de dijkdoorbraak bij het dorp.

De meeste inwoners zochten hun toevlucht bij familie en vrienden in Kampen en Hattem, nadat het dorp op last van het provinciebestuur ontruimd moest worden. Ongeveer 50 Zalkers vonden opvang in een Kamper school en fabriekshal, waar plaatselijke padvinders hielpen met de dagelijkse voedselverstrekking aan de hoogwatervluchtelingen. Honderden paarden, schapen, varkens en koeien konden tijdig in veiligheid worden gebracht en mochten in schuren en stallen staan bij boeren in het naburige Kampen en Hattem. Ze kregen voer op kosten van de gemeente.

Zalk herinnering watersnood
Op de plek van de dijkdoorbraak vlak voor Zalk, staat dit bord met uitleg. Destdijds werd een inzamelingsactie gehouden voor de getroffen inwoners van Zalk.

Militairen bewaken dorp

Militairen van het garnizoen Kampen bewaakten het leegstaande, ondergelopen dorp. Ze hielden verblijf op het marktplein bij de kerk. Want de kerk van Zalk staat op een oude rivierduin van de IJssel, vandaar dat het niet onderliep. Een bakker – wiens huis nog droog stond – bleef achter om de militairen van brood te voorzien. 

In Zalk en omtrek stond ruim een halve meter rivierwater. Het water zakte al snel binnen een paar dagen. Niet alleen Zalk, maar ook andere plekken in het land waren getroffen door een winterse watersnood door extreem hoog water in de rivieren. Koningin Wilhelmina maakte een rondgang door het land langs als rampplekken. Ze bezocht ook Zalk. 

Veldwachter De Koning van Zalk

Bij dat koninlijk bezoek kreeg de plaatselijke veldwachter een opmerkelijke glansrol toegedicht door de verslaggever van het Overijsselsch Dagblad van 14 januari 1926: 

‘Een alleraardigst moment beleefden wij in Zalk. Daar voert de oude gemeente-veldwachter Mondriaan, die altijd even opgewekt en monter is, den scepter over de paar honderd inwoners van het plaatsje Zalk. De nikkelen knoopen van zijn keurig sluitende uniformjas waren keurig opgepoetst en glinsterden in de warme voorjaarszon. De zware bakkebaarden en voorname snor waren zorgvuldig gekamd en verzorgd. In strakke militaire houding – zijn rechterhand steunend op de dikke stok met zilveren knop – wachtte hij – bewust van zijn waardigheid – de komst van de het vorstelijk gezelschap aan den ingang van het dorp op.

Hij was de eerste die door de Koningin werd opgemerkt en enige tijd onderhield Hare Majesteit zich met hem. Hij antwoordde op de vragen met een ongekende vrijmoedigheid. Het was op den breeden kop te lezen, dat hij zich meer dan ooit Koning van Zalk voelde; wat hij na het onderhoud met de Koningin liet blijken, door de hoogste autoriteiten met brutale vrijpostigheid aan te spreken. Toen de burgemeester van Kampen hem voorbij ging, was zijn eerste gezegd: ‘Zoo burgemeester, hoe gaat ’t ermee?’ Hij stak zijn hand uit en de burgemeester weigerde zijn hand te schudden.

(…) Met zijn rechterhand draaide hij vergenoegd de krullende snor, de linker zwaaide met de zwarte knuppel en met een klein tikje minachting kijkt hij neer op de eenvoudige Zalker boeren, die nu wel begrepen zouden hebben, dat zij met grooter achting en eerbied dan voorheen tegen de grootste aller Zalkers hebben op te zien.’

Bron: Overijsselsch Dagblad 14 januari 1926

Veldwachter van Zalk: Hendrik Mondriaan
Veldwachter Hendrik Mondriaan met zijn dienstfiets.

Hij drage zijn uniformknoopen blinkend

In reactie op dit artikel verscheen korte tijd later een ingezonden brief van iemand die steun betuigde aan de veldwachter met de woorden: ‘Hij leve, de Koning van Zalk, Mondriaan!’

Koning van Zalk -Delpher

Veldwachter was geliefd

Kennelijk werd veldwachter Hendrik Mondriaan door de lokale bevolking op handen gedragen. Een bewijs daarvan levert een kleine advertentie in de regionale krant in 1929, waarin waardering wordt uitgesproken voor de steunende rol van politieman Mondriaan bij een ernstig ongeluk: 

De veldwachter van Zalk kreeg in 1926 uit handen van de Commissaris der Koning een watersnood-medaille voor zijn inzet tijdens de IJssel-overstroming. 

Hendrik Mondriaan was geboren Fries. Hij is 66 jaar geworden; ging in 1931 met pensioen en overleed in datzelfde jaar. 

Dit artikel kwam tot stand met dank aan Delpher.

Dijkdoorbraak Zalk vanuit de lucht gezien.

Zalk kreeg geen landelijke bekendheid door veldwachter Mondriaan, maar wel door Klazien van den Brink. Wie was Klazien en hoe werd ze een populaire bekende Nederlander? Beluister het verhaal over Klazien uit Zalk in de podcast Rivierverhalen.

oeverbescherming plasic soep

Hoe oeverbescherming van de IJssel bijdraagt aan plastic soep

In NRC Handelsblad trekt een rivierliefhebber langs de Waal aan de bel over kunststof oeverbescherming van Rijkswaterstaat die geleidelijk afbreekt en bijdraagt aan de plastic vervuiling in de rivier. Dat speelt ook langs de IJssel.

Struinend langs de IJssel signaleerde ik afgelopen jaren – bij lage waterstanden – hoe op verschillende plekken kunststof doeken langs de oevers langzaam vergaan en dat kleine niet afbreekbare deeltjes daarvan in de rivier terecht komen. 

Hier laat ik een aantal voorbeelden daarvan zien op verschillende plekken, die ik in 2020 vastlegde:

Wat is dit voor doek?

Het gaat om resten van het zogeheten geotextiel, een sterk kunststof weefsel. Na de watersnoodramp van 1953 werd een ijzersterk synthetisch nylondoek ontwikkeld om zeedijken en rivieroevers te beschermen tegen uitspoeling door golven en hoogwater. Dat product kreeg de naam Nicolon. Rijkswaterstaat heeft op grote schaal Nicolon-doeken aangebracht op waterweringen en langs oevers van de grote rivieren. Het heeft een levensduur van zo’n vijftig jaar en begint nu ‘op’ te raken.

Het product wordt gemaakt door Nicolon BV, dat in 1974 in handen kwam van Ten Cate. Het bedrijf spreekt over ‘een zeer resistent industrieel textiel dat een belangrijke fase markeert in de overgang van traditioneel naar technisch textiel.’ Het wordt ook wel geotextiel genoemd. Het is aangebracht op kribben en oevers om uitspoeling te voorkomen.

In dit internationale promotiefilmpje uit 2012 worden de toepassingen van Nicolon getoond:

Nicolon legde Ten Cate geen windeieren. De dijkbekledingen zijn wereldwijd afgezet. Het zorgde ervoor dat het vanouds Twentse textielbedrijf uitgroeide tot een internationale onderneming.  

Doeken verpulveren tot plastic afval

Tijdens lage waterstanden in de IJssel komen de kunststof doeken bloot te liggen en is zichtbaar hoe resten ervan langzaam bij stukjes en beetjes in de rivier verdwijnen als een vrij gestage bijdrage aan de plastic soep, de vervuiling door microplastics:

Beeld van vergane kunststof doeken bij laag water in de IJssel in Wijhe.

Rijkswaterstaat doet aan onderhoud van oevers en vervangt op veel plekken verouderd geotextiel door nieuwe bekleding van hetzelfde spul. Dat ziet er dan zo uit, zoals hier langs de IJssel bij De Wilp:

Nieuwe basaltstenen en worteldoek om te voorkomen dat een talud wegspoelt langs de IJssel bij De Wilp.

Meer natuurlijke oevers

Rijkswaterstaat streeft ernaar om meer natuurlijke oevers te maken langs de rivieren in het kader van Kaderrichtlijn Water. Dat wil zeggen: er ligt dan geen basalt, maar de rivier mag zandige strandjes vormen. Dat is gunstig voor de biodiversiteit.

Tot de jaren vijftig was dat de werkelijkheid langs de IJssel. Dit schilderij van de IJsseloever tussen Deventer en Olst toont hoe zo’n zandige oever eruit zag in 1918, met fraaie zandruggen:

IJsseloever tussen Deventer en Olst in 1918. Schilder P. Geist.
Schilderij van P. Geist uit Olst van de IJsseloever tussen Deventer en Olst in 1918.

Update met toelichting Rijkswaterstaat

Dagblad De Stentor pikt mijn signaal op en maakt er een artikel over in de krant. Een woordvoerder van Rijkswaterstaat stelt dat er weinig of niks aan de hand is bij goed onderhoud van het doek.

Bij Rijkswaterstaat zijn er wel degelijk zorgen over geotextiel langs de oevers, zo blijkt uit dit citaat op een website van de organisatie en waarin technisch manager Aike van der Nat het volgende zegt:

Losliggende oeverdoek langs de IJssel

Update januari 2021

Het probleem wordt opgepikt door het online tijdschrift Waterforum. Zij zetten de feiten op een rij.

In Trouw is een artikel verschenen over het probleem van de oeverbescherming die voor plastic soep vervuiling zorgt.

En ChristenUnie-Kamerlid Carla Dik-Faber heeft opheldering gevraagd aan de verantwoordelijk minister in Kamervragen. Die kun je hier lezen.

De Plastic Soup Foundation vindt dat alle oeverbescherming die los komt te liggen per direct moet worden verwijderd.

Benieuwd naar meer verhalen over de IJssel? Abonneer je op de podcast Rivierverhalen.

Wonderschone wilgen langs de IJssel

Langs de IJssel staan op verschillende plekken wilgen die het waard zijn om te koesteren. Een kennismaking met een paar knappe knoeperds.

Kun je een boom redden door er een kettingzaag in te zetten? Het antwoord bij een oude wilg is volmondig ‘ja’. Toch zijn er altijd aarzelingen bij beheerders om wilgen onderhanden te nemen. Maar: niets doen, betekent vaak de ondergang voor een schietwilg. We nemen een kijkje op de volgende plekken:

Bentinckswelle

In de uiterwaaarden Bentinckswelle bij Zalk staat een knotwilg met een omtrek van ruim vijf meter. Hij/zij hoort bij de oudste schietwilgen langs de IJssel.

Omdat de wilg jarenlang niet was onderhouden, begonnen de takken te breken. De boom was in verval. Staatsbosbeheer maakte in december 2020 de wilg een kopje kleiner, waardoor de wilg weer met nieuwe levenskracht kan groeien. Een bewijs dat onderhoud van levensbelang is voor oude knotwilgen.

Scherenwelle

Ook op andere plekken in de IJsseldelta gedijen bijzondere schietwilgen van formidabel formaat. In de Scherenwelle bij Wilsum – eveneens een natuurreservaat van Staatsbosbeheer in de uiterwaarden – staan twee prachtige schietwilgen aan de oever van de rivier. Het gaat om exemplaren met een omtrek van zo’n zes meter.

Oude wilg op de IJsseloever bij Wilsum.

Staatsbosbeheer heeft het advies gekregen om ook deze kanjers van oude wilgen ook te knotten, zodat de onderstam intact blijft en opnieuw kan uitlopen. Dat is de enige manier om deze veteranenbomen te behouden voor de toekomst. Als er niets gebeurt, valt de wilg op den duur uit elkaar en groeit de stam uiteen in losse delen.

Op de oude onderstam van een wilg bij Wilsum lijkt het een octopus-boom.

Roetwaard Olst

In de Roetwaard bij Olst – een afgesloten reservaat van Staatsbosbeheer – staan ook een paar formidabele schietwilgen. Ook hiervoor geldt: ze zijn zover doorgeschoten dat op korte termijn verval dreigt. Dat zie je hier ook gebeuren:

Gelukkig staan er ook oude wilgen fier overeind op de oude zomerdijk van de Roetwaard, zoals dit indrukwekkende exemplaar met een omtrek van bijna zes meter:

Oude schietwilg langs de IJssel
Oud schietwilg langs de IJssel, vlakbij Olst.

De bast van wilgen is een kunstwerk op zich:

Beluister ook de podcast over bomen langs de rivier, waarin Birthe Leemeijer iets vertelt over haar kunstproject over de knotwilg lang de IJssel:

Unieke proef: is IJssel geschikt voor winning waterkracht-stroom?

In de IJssel bij Zwolle wordt gedurende 2021 een proef gedaan met een drijvende turbine om duurzame rivierstroom op te wekken. Hoe zit dat precies?

Vlakbij de Hanzeboog-brug ligt sinds november 2020 een drijvend schoepenrad in de rivier. Het is een kleine turbine om stroom te winnen uit waterkracht. De IJssel staat bekend als een rivier met een behoorlijke stroomsnelheid van gemiddeld ruim 3 kilometer per uur. Dat komt door het verval tussen Arnhem en Kampen. Naarmate de waterstand stijgt, groeit die stroomsnelheid.

Lintur – Nederlandse uitvinding

De proefopstelling met de IJssel-stroomturbine wordt mede mogelijk gemaakt door provincie Overijssel en gemeente Zwolle. Rijkswaterstaat heeft een vergunning gegeven. Het gaat om een proefopstelling met de Lintur, de lineaire turbine; een Nederlandse uitvinding van scheepsbouwkundig ingenieur Arnout de Bruijn. De Lintur levert stroom voor 35 tot 40 huishoudens, stellen de ontwerpers. In dit filmpje wordt uitgelegd hoe het apparaat werkt:

Zwolle wil waterkracht

Zwolle laat al langere tijd een oogje vallen op de IJssel voor duurzame energie-opwekking. Het Ambitiedocument Energietransitie (juni 2017) van het gemeentebestuur oppert de bouw van kleine waterkrachtcentrales op kribben in de rivier. De plaatsing van de Lintur-turbine is het eerste experiment dat nu wordt uitgevoerd om te zien wat er komt kijken bij het winnen van groene electriciteit uit stromend rivierwater. 

Dit zijn de waterkracht-wensen van de gemeente Zwolle:

Bron: Ambitiedocument Energietransitie gemeente Zwolle

Sportvissers bezorgd

De sportvissers zien veel haken en ogen aan de komst van waterkrachtcentrales in de rivier. Dat signaal gaf Sportvisserij Nederland drie jaar geleden toen de eerste proefballonnen verschenen voor waterkracht in de IJssel. Ze vrezen dat vissen erin worden vermorzeld of gewond raken. De uitvinders van de LINTUR-turbine stellen dat hun uitvinding visvrienvriendelijk is. 

Impact op landschap klein

De proef in de IJssel bij Zwolle is onderdeel van het programma Self Supporting Rivier Systeem (SSRS), waarin Rijkswaterstaat samen met het bedrijfsleven zoekt naar duurzame en betaalbare innovaties in rivierbeheer. Volgens SSRS zijn waterkrachtcentrales in rivieren ‘een kans voor lokale duurzame energie en goede ecologie, waarbij de impact op het landschap klein is.’

Proefopstelling LINUR-turbine bij deHanzeboog in Zwolle blijft een jaar liggen.

Bovenstrooms stroomt IJssel sneller

De keus voor Zwolle is opvallend, want de 127 kilometer lange IJssel kent bovenstrooms – tot Deventer – de snelste stroomsnelheid. Vanaf Deventer tot Kampen is het tempo van de rivier lager. Maar bij bruggen neemt de rivier een spurt en daarom is de keus gevallen op de spoorbrug Hanzeboog. 

De drijvende mini-waterkrachtcentrale ligt vast aan een meerpaal aan rand van de vaargeul en vormt dus geen belemmering voor de scheepvaart. 

proefopstelling in IJssel opwekking waterkracht
De proefopstelling van de mini-waterkrachtcentrale blijft een jaar op deze plek liggen.

Beluister de podcast Rivierverhalen over de IJssel met verhalen over deze rivier.

Zicht op Zalk

Zalk broedt op plan voor museumpje over Klazien

Zalk broedt op een plan voor een klein museum over Klazien uit Zalk. Het dorpshuis is daar een goede plek voor.

Dat zegt Johan Boeve, voorzitter van het dorpshuis Zalk, in de nieuwe aflevering van de podcast Rivierverhalen over de IJssel. Hij wil graag het voorbeeld volgen van buurdorp ‘s Heerenbroek, waar een bescheiden museum is te vinden over de bekende weerman Jan Pelleboer, die werd geboren en opgroeide in ‘s Heerenbroek.

Johan Boeve wil graag museum voor Klazien uit Zalk in zijn dorp
Johan Boeve wil graag een museumpje voor Klazien in zijn dorp.

Zalk noemde in 2009 een straat naar Klazien. Dat is tot nu toe het enige zichtbare eerbetoon ter herinnering aan deze fameuze inwoner van het IJsseldorp, die in 1997 overleed. Met haar optredens in de landelijke media zette zij Zalk op de kaart. Tot op de dag van vandaag leeft Klazien voort als staande uitdrukking in de taal bij sceptici van alternatieve geneeskunst. Klazien had de bijnaam ‘Het kruidenvrouwtje van Zalk’, omdat ze pleitbezorger was voor de geneeskrachtige werking van planten.

Straat met nieuwbouw kreeg in 2009 de naam ‘Klaasje van den Brinkerf’, de echte naam van Klazien uit Zalk.

Standbeeld Klazien

Een standbeeldje voor Klazien vinden de inwoners van Zalk wat te gortig (‘Mensen op die manier vereren houden we niet zo van.’), maar een klein museum zou een aanwinst zijn voor het dorp, vindt Johan Boeve. Hij is voorzitter van de stichting die het dorpshuis beheert en verzamelaar van artikelen die over Zalk verschijnen.

In de podcast Rivierverhalen over de IJssel zegt hij: ‘Hier in het dorp is niets blijvends te vinden over Klazien. Als we een expositie in het dorpshuis inrichten, kunnen mensen die op bezoek komen in Zalk daar een kijkje nemen.’ Boeve stelt voor om in de expositie de boekjes en tv-optreden van Klazien te laten zien en klederdracht. ‘Zij maakte zich sterk voor klederdracht en vertelde oude verhalen die de moeite waard zijn om te bewaren.’

Klazien uit Zalk klederdracht
Kleusien – zoals haar naam in dialect klinkt – was ambassadeur van volksverhalen en klederdracht. Deze afbeelding is afkomstig uit het boekje ‘Groot IJselmuiden’.

Zalk beschikt sinds 2016 over een vrij groot multifunctioneel dorpshuis dat onderdak biedt aan de plaatselijke muziekvereniging, zangverenigingen, diverse sportclubs, kinderopvang en een fysiotherapeut. En het wordt ook een afhaalpunt voor pakketbezorging. In dit gebouw zou een museumpje over de beroemde dorpsgenoot goed passen, stelt Boeve.

Dorpshuis Zalk in beeld voor museum Klazien uit Zalk
Het in 2016 in gebruik genomen nieuwe dorpshuis van Zalk staat aan de rand van het dorp.

Archief verloren gegaan

Johan Boeve vindt het spijtig dat het persoonlijk archief van Klazien is geruimd toen ze overleed in 1997. ‘Zij heeft heel veel artikelen geschreven over ons dorp. Uiteindelijk is alles weggegooid, heb ik gehoord. Er zijn heel veel stukken verloren gegaan. En dat vind ik hartstikke jammer.’

Het Historisch Centrum Overijssel bevestigt dat zij niet beschikken over het persoonlijk archief van Klazien.

Samen met haar man ligt Klazien op de plaatselijke begraafplaats in Zalk. Het graf wordt regelmatig bezocht door mensen die in Zalk op zoek zijn naar zichtbare sporen van Klazien. In haar hoogtijdagen had Klazien – dankzij haar tv-optredens – een grote schare fans die haar boekjes kochten met tips over huismiddeltjes uit vroeger tijden.

Grafsteen van Klazien uit Zalk
Eenvoudige grafsteen, die in 2007 is geplaatst. Aanvankelijk had het graf van Klazien geen steen, omdat de familie niet wilde dat haar graf een trekpleister zou worden.

‘Romantisch boerderijtje’

Veel toeristen die Zalk aan doen, willen weten waar Klazien woonde. ‘Ze hebben daar een beeld bij van een oud boerderijtje en een grote kruidentuin’, zegt Johan Boeve in de podcast Rivierverhalen over de IJssel. In werkelijkheid woonde Klazien in een vrij nieuwe bungalow met een bescheiden groentetuin en boomgaard, aan de Vinkensteeg in Zalk.

Huis van Klazien uit Zalk
Het huis waar Klazien uit Zalk met haar gezin woonde. In de achtertuin zicht op de kerk van Zalk.

Update: Zowel RTV-Oost als De Stentor maken berichtgeving naar aanleiding van deze podcastaflevering over Klazien uit Zalk, waarin de wens voor een museum voor het eerst hardop wordt uitgesproken.

Stentor over museum Klazien

Contactgegevens: Wim Eikelboom