Tag: IJssel

Onbekend schilderij ontdekt van Katerveer over IJssel bij Zwolle

Een afgeladen platte veerpont steekt van wal naar de overzijde van de IJssel. Aan de kant ligt een vrachtschip. De hoge wolkenlucht weerspiegelt in het water van de rivier. Dat is het beeld zoals de Duitse kunstschilder Alfred Streubel het schilderde in 1926. Het schilderij kwam onlangs boven water uit een particuliere collectie.

Tot pakweg honderd jaar geleden was Zwolle vanuit zuid-Nederland enkel per pont over de IJssel bereikbaar, want bruggen over de rivier waren er nog niet. Tegen de tijd dat de eerste brug in aanbouw was, legde Streubel de Zwolse veerpont van het Katerveer in olieverf vast voor het nageslacht. Dit is het volledige schilderij:

Oude ansichtkaarten leveren bewijs

Het schilderij vermeldt niet de preciese plek van het tafereel. Hoe weten we zeker dat het hier om de veerpont van het Katerveer bij Zwolle gaat?

Net als bij de recente plaatsbepaling van het befaamde boomwortel-schilderij van Vincent van Gogh: Oude ansichtkaarten bieden uitkomst.

Oude ansichten van het Katerveer tonen een landschap dat dezelfde sporen draagt als het schilderij. En ook de vorm van de veerpont heeft gelijkenis. Gezien vanaf de Zwolse kant, toont de Gelderse overzijde een bosschage met twee woningen en een vrij open landschap met enkele populieren. Dat komt overeen met de werkelijkheid van weleer, zoals vastgelegd op foto’s. Vandaag de dag is dat overigens verdwenen.

Zwolse connectie

Hoe raakte een Duitse kunstschilder met zijn schildersezel verzeild aan de oever van de IJssel?

Kennelijk had Streubel een Zwolse connectie. Het bewijs daarvoor levert Delpher: Een kleine advertentie in de Provinciale Overijsselsche en Zwolse Courant van een eeuw geleden, vermeldt de naam van Alfred Streubel. Kunstzaal Kok organiseert een verkooptentoonstelling voor zijn nieuwe schilderijen.

Kunstzaal Kok was in de eerste helft van de vorige eeuw een bekende kunstgalerie in de Overijsselse hoofdstad. Het is onduidelijk hoe vaak Streubel in de omgeving van Zwolle neerstreek. Wellicht bestaan er meer schilderijen van hem van het IJssellandschap. 

Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant – 1920

Streubel woonde in Chemnitz, in het zuidoosten van Duitsland. Hij leefde van 1861 tot 1947 en staat bekend om zijn berglandschappen en stillevens. Zijn stijl is vrij eenvoudig en zijn werken doen vandaag de dag geen hoge bedragen op veilingen. Niettemin is dit opgedoken schilderij van het Katerveer historisch waardevol.

Houten pont

De geschiedenis van het Katerveer gaat terug tot 1200. Toen was er een dorpje aan de Gelderse kant van de IJssel met de naam Caeten, later verbasterd tot Caten, Koten en Katen. Het was eeuwenlang een belangrijke oversteekplaats tussen Noord- en Zuid-Nederland.

Caten, dorpje dat verwijst naar Katerveer
Ouds bekende kaart waarop het dorpje Caten staat en Catense Veer, tolovergang over de IJssel. Document dateert uit 1570 en is aanwezig in het Gelders Archief.

Rond 1450 werd de veerdienst eigendom van de gemeente Zwolle. Bij het veerhuis was ook een stal voor paarden die de koetsen trokken. In 1914 werd de houten pont vervangen door een platte stalen pont met motoraandrijving, zodat ook onder winterse omstandigheden de veerdienst in bedrijf bleef.

Trouwens: Het rivierdorpje Katen is in de loop van eeuwen van de aardbodem verdwenen.

Oud filmbeeld van wachtende paarden aan de Zwolse veerstoep van het Katerveer.

De Zwolsche Courant maakt er op 27 oktober 1917 melding van dat er plannen zijn om het Katerveer te vervangen door een ‘modern verbindingsmiddel’ een brug: 


‘Het pontveer dat zo’n idyllischen indruk maken kan, wanneer op stillen zomeravond de langer lager en lager zinkt en de pont vredig, onmerkbaar bijna, voortglijdt van den eenen oever naar den anderen. Het moge schilders inspireren dit ouderwetse pontveer, dat ons denken doet aan de tijden van trekschuit en dillegence, maar in onzen tijd is het niet meer op zijn plaats.’ 

Tekening van Katerveer in archief Historisch Centrum Overijssel-datering 1915

Co Breman

Met de oplevering van de boogbrug over de IJssel kwamer in 1930 een einde aan het Katerveer. De bouw van de vaste oeververbinding duurde drie jaar. Mogelijk heeft Alfred Streubel de veerpont in 1926 op het schildersdoek vereeuwigd in de wetenschap dat dit historische riviervervoer spoedig tot het verleden zou gaan behoren. 

Hij was in elk geval niet de enige die het Katerveer voor het nageslacht wilde vastleggen. Van de Zwolse kunstschilder Co Breman is ook een potloodtekening bekend van het Katerveer. 

Co Breman tekent met potlood het Katerveer bij Zwolle vanaf de Zwolse oever – 1929

Reproducties van dit schilderij werden door de Zwolse kunsthandel Kok uitgebracht om de opening van de nieuwe IJsselbrug te vieren, zo blijkt uit een advertentie in de lokale krant in 1930:

Breman reproductie bij ingebruikneming IJsselbrug Zwolle
ooibos in ochtend

Vijf tips om je onder te dompelen in een ooibos langs de rivier

Wie een Nederlandse jungle wil beleven, raad ik een wandeling aan in een ooibos. Een ooibos is een spontaan gegroeid bos langs een grote rivier.

Ooibossen zijn puur natuur. Er is geen mensenhand aan te pas gekomen. De rivier neemt zaden mee van wilgen en populieren. Zulke boomsoorten groeien met graagte in uiterwaarden waar natuur de vrije hand krijgt. Het resultaat is een dicht bos waarin bomen sneuvelen en mogen blijven liggen. In zekere zin zijn dit de oerbossen van de toekomst.

Op tal van plekken langs de Waal, Maas en IJssel kun je een ooibos ervaren. Hierbij vijf ooibos-tips. Of om in de bewoordingen van de Japanse bosbaden-cultuur te spreken: Vijf tips om jezelf onder te dompelen in een ooibos.

1. Duursche Waarden

Langs de IJssel tussen Wijhe en Olst kun je een prachtige wandeling maken door twee soorten ooibos: hardhout en zachthout. Het oogt weelderig en hier en daar wild. Hardhout ooibos bestaat uit eiken en elsen; boomsoorten die niet graag langdurig met de onderstam in het water staan. Dit ooibos is een officieel bosreservaat met katwilgen, schietwilgen en amandelwilgen.

2. Millingerwaard

Misschien wel het meest bekende ooibos van ons land staat in de Millingerwaard. Het zeventig jaar oude wilgenbos van de Kekerdomse waard is een aanrader voor een wandeling, maar de oevers van de Waal geven ook andere mogelijkheden om te struinen door ooibos.

3. Afferdense en Deetse Uiterwaarden

In dit riviernatuurgebied langs de Waal zijn recent meestromende geulen gegraven en er zijn uiterwaarden verlaagd, waarbij ook ooibos is verloren gegaan. Maar in het gebied kun je naar hartelust struinen op zoek naar sporen van de bever en de das, die leeft aan de randen van de hardhoutooibossen in deze rivieroevers.

4. Blauwe Kamer

Langs de Nederrijn aan de voet van de Grebbeberg is het ooibos van de Blauwe Kamer te vinden. In de wilgenbossen is de natuurlijke rijkdom groot. In elk jaargetijde heeft dit gebied veel te bieden voor de struiner.

5. Koningssteen

Op de grens van Limburg en Belgie stroomt de Grensmaas. In natuurgebied Koningssteen heeft de natuur al dertig jaar lang de ruimte en de fraaie resultaten daarvan zie je in dit prachtige staaltje riviernatuur in Zuid-Nederland.

Ooibos langs de Waal.

Meer weten over de geschiedenis van bossen langs de rivieren? In dit verhaal vertel ik over de geschiedenis van ooibos. Over zwarte populieren – een vrij zeldzame boomsoort langs de rivieren – kun je hier lezen.

Zwolle krijgt ‘t eindelijk voor elkaar: stad aan de IJssel

Wat eeuwen wens was, lijkt werkelijkheid te worden: Zwolle groeit stedelijk vast aan de IJssel.

Het is een lang gekoesterde wens van talloze Zwolse stadsbestuurders: Hoe maak je van Zwolle een IJsselstad?

Een rechtstreekse ligging aan een grote rivier als de IJssel biedt een stad veel voordelen. In de Middeleeuwen werd dat al duidelijk toen de grote handelsbelangen zich afspeelden op de hoofdvaarwegen van de Rijn, IJssel en Waal. De Vecht en het Zwartewater telden minder mee. En dat zijn de rivieren welks water de Zwolse stadsgrachten nat houden. Wie op oude en nieuwe kaarten kijkt, kan niets anders dan constateren dat Zwolle feitelijk geen IJsselstad is.

Oude kaart uit 17e eeuw toont aan dat Zwolle verbonden is met Zwarte Water en Vecht, maar niet met de IJssel.

Willemsvaart

Zwolle doet al in 1361 een eerste poging om een gracht te graven van de stad naar de IJssel, ontdekte Jos Mooijweer vorig jaar bij onderzoek naar de Willemsvaart. Mooijweer werkt als historicus bij Historisch Centrum Overijssel. 

Het plan blijft steken en honderd jaar later wordt opnieuw een poging gedaan voor een IJsselverbinding. Buursteden Kampen en Deventer zien de bui hangen en maken bezwaar tegen de IJsseldrift van Zwolle. Het duurt tot 1819 voordat de aanleg van de vaarverbinding tussen de binnenstad en de rivier een feit is.

Zwolle-IJsselkanaal

In 1964 raakt de Willemsvaart buiten gebruik door het graven van het Zwolle-IJsselkanaal, zodat zware vrachtschepen via de rivier de stad kunnen bereiken. Het kanaal kostte 10 miljoen gulden. De wens was om een groot havengebied te maken, plus aansluiten op spoorlijnen, zodat Zwolle internationaal op de kaart zou worden gezet als distributiestad van allure. De realiteit pakt minder florisant uit: Tot een echte haven van betekenis komt het niet en aansluiting op het spoorwegnet blijft uit.

Haven op plek Schellerberg

En dan zijn er nog vergeefse pogingen gedaan tot stadsuitbreiding aan de zuidkant van Zwolle tot aan de oever van de IJssel. Dat is geblokkeerd dankzij landgoed Schellerberg. Dit oude landgoed op een rivierduin van de IJssel ligt als een buffer tussen binnenstad en de groene uiterwaarden. De eigenaars van landgoed Schellerberg zijn nooit gezwicht voor druk vanuit het stadsbestuur om plaats te maken voor stadsuitbreiding.

Na de Tweede Wereldoorlog verschijnt er een plan om een IJsselhaven te bouwen aan de zuidkant van de stad, zodat Zwolle – net als Kampen, Deventer en Zutphen. De ontwerpers onder leiding van architect Willem Dudok hebben hun oog laten vallen op buurtschap Schelle en de Schellerberg. Het plan voor de haven strandt omdat het landgoed zich beroept op het oude recht van uitzicht tot aan de Triezelerberg aan de overkant van de IJssel in Hattem. “Dankzij het servituut van uitzicht kon dit landschap behouden blijven”, vertelt mevrouw Tromp Meesters (voormalig eigenaar van het landgoed) in het boek ‘Het verhaal van Schelle Oldeneel’ (2018).

Woonwijk langs IJssel

Door de sloop van de IJsselcentrale ziet Zwolle nu voor het eerst kans om toch dichtbij de IJssel te bouwen. Op de plek van de voormalige energiecentrale moet een woonwijk komen met maximaal 500 huizen, meldt De Stentor. Het terrein is al omgeven door een dijk, dus het is feitelijk binnendijks gebied. Niettemin is het omgeven door uiterwaarden waarvoor een Natura 2000-bescherming geldt.

Plek waar Engie en gemeente Zwolle 400 tot 500 huizen willen bouwen aan de IJssel. (beeld: Engie)

Woonboten in zijarm IJssel

Een groep Zwollenaren heeft ook een oogje laten vallen op de oude haveninhammen die grenzen aan het IJsselcentrale-terrein. Ze willen hier een drijvende woongroep realiseren van duurzame woonarken. Het plan is om voor de woonarken eigen energie op te wekken met een turbine in de stroom van de rivier.

Daarmee gaat Zwolle nog een stap verder dan wonen naast de IJssel; wellicht wordt wonen in IJsselwater werkelijkheid. 

Op kleinere schaal onderneemt Zwolle nog een poging om de binnenstad met de IJssel te verbinden. En dat moet gebeuren via het Engelenpad, een speciale wandelroute. In dit artikel geef ik uitleg over deze route.

‘Meerval wordt plaag in rivieren’

In grote rivieren als de IJssel gaat de meerval een plaag vormen die zorgt voor bedreiging van de visstand. Dat zegt binnenvisser Frans Komen uit Terwolde in de podcast Rivierverhalen over de IJssel.

‘Een meerval wordt geen honderd kilo van worteltjes, dus die vreet alles op. De opmars van de meerval is een bedreiging van de visstand in de rivieren. Ze vreten niet alleen vis, maar ook watervogels’, aldus Komen. ‘Er zitten er nu al gruwelijk veel. En ze nemen alleen maar toe’. Hij vindt dat de meerval niet langer als beschermde diersoort moet worden gezien. 

Lees hieronder verder:

Meerval steeds talrijker

De vangst van een grote meerval is nu nog vaak vermeldenswaardig. Regelmatig haalt een sportvisser de krant of regionale omroep als er een reusachtig exemplaar aan de haak wordt geslagen.  

In dit filmpje zie je meervalvissers op de IJssel ter hoogte van Wijhe en Olst:

Maar de lastig te vangen meerval is veel talrijker dan het lijkt, stelt de binnenvisser uit Terwolde op basis van zijn praktijkervaring. ‘We hebben permanent fuiken staan voor visserijkundig onderzoek op de IJssel en de Rijn. En we vangen in ieder kribvak dan ongeveer twintig meervallen. We vangen soms hele grote van boven de twee meter.’

Meerval eet watervogels

Meervallen zijn reusachtige vissen die sinds de openstelling van het Rijn-Main-Donaukanaal in 1992 zijn afgezakt tot de Rijn, de IJssel, de Waal en het IJsselmeer. In gewicht en lengte overtreffen ze alle andere vissoorten in de rivieren. Ze kunnen twee tot drie meter lang worden en spreken daarom tot de verbeelding bij sportvissers. De vangst van een meerval ervaren veel sportvissers als een ware sensatie. Sportvisserij Oost-Nederland noemt in de podcast Rivierverhalen de meerval een ‘cultvis’. In kringen van sportvissers wordt de vangst van een meerval als een ware sensatie neergezet, zo blijkt uit filmpjes op YouTube.

Rivier uit natuurlijke balans

Riviervisser Komen zegt dat hij er elk voorjaar getuige van is hoe meervallen tientallen jonge watervogels verorberen. ‘We vissen op de randmeren. Daar zien we uit de polder ganzen komen met jongen en futen en meerkoeten met jongen. Die worden stuk voor stuk van het water afgehapt door meervallen.’

Frans Komen: meerval zorgt voor verstoring natuurlijke balans in onze rivieren.

Komen stelt dat rivieren in Oostbloklanden door meervallen al volledig uit hun natuurlijke balans zijn gebracht. ‘We zien nu bij ons ook al een aantal voor het riviersysteem kenmerkende vissoorten die teruglopen en we schrijven dat toe aan de meerval, de aalscholver en de wolhandkrab die ook massaal voorkomt.’

Beschermde status

De meerval is eetbaar, maar heeft een beschermde status in Nederland. Gevangen meervallen moeten daarom worden teruggezet. En dat blijft ook zo, al groeit hun aantal, zeggen visonderzoekers van RAVON, de onafhankelijke instantie voor bescherming van vissen. ‘Voor de meerval zien we daarin voor de periode 2007 t/m 2018 een lichte toename.  In de jaren zeventig zat meerval alleen in het Haarlemmermeergebied. Nu in alle grote rivieren en ook steeds meer in kleine riviertjes. Klimaatveranderingen en koelwaterlozingen dragen waarschijnlijk bij aan het voortplantingssucces’, zegt visexpert Jan Kranenberg van RAVON tegen Rivierverhalen.

Op Instagram tonen sportvissers hun gevangen meervallen in onze grote rivieren.

Hij tekent erbij aan dat er amper kwantitatieve gegevens zijn over meervallen in grote rivieren, omdat meervallen lastig te vangen zijn. Kranenberg: ‘Anekdotische informatie van sport- en beroepsvissers wijst erop dat de soort plaatselijk veel voorkomt.’

‘Plaag is kwestie van tijd’

Doorgewinterde karpervisser Matthijs van Halm maakt zich ook zorgen over de oprukkende meerval in de rivieren, zegt hij in de podcast Rivierverhalen. ‘In Frankrijk is het al een plaag. En het is een kwestie van tijd voordat het hier bij ons ook een plaag wordt, want deze vissen hebben geen natuurlijke vijanden. Ze vreten alles weg.’

Volgens Matthijs wordt de meerval sportvis nummer 1 in Nederland. ‘Dat is voor sommige sportvissers hartstikke leuk, want een meerval aan je hengel is altijd een gevecht. Ik geef zelf voorkeur aan de karper.’

Matthijs van Halm vist liever op karper in de IJssel. ‘De meerval is niet om aan te gluren’

Die beschermde status had er nooit op gemoeten, vindt beroepsvisser Komen. ‘Duitsland doet veel wetenschappelijk onderzoek naar de visstand. Daar geldt dat je elke gevangen meerval verplicht moet meenemen; die mag je niet terugzetten. Zo gauw de meerval over de grens met Nederland komt, is ‘ie beschermd en moet je elke meerval met rust laten. Dat is merkwaardig.’

Wolf onder water

Visbioloog Frank Spikmans reageert op 6 september 2020 in het NPO Radio 1-programma Vroege Vogels op de uitspraken van Komen in de podcast Rivierverhalen. Hij erkent dat de meerval flink is toegenomen en hij schrijft dat toe aan de verhoogde watertemperatuur in de grote rivieren. Ook suggereert hij dat sportvissers de meerval hebben uitgezet. Spikmans noemt de meerval ‘een toppredator aan de top van de voedselketen, een wolf onder water.’

Wolhandkrab

Frans Komen voorziet ook een andere plaag, namelijk die van de wolhandkrab. Dat is een krabbesoort die als invasieve exoot wordt beschouwd, maar die mag sinds 2011 niet meer worden gevangen voor consumptie omdat er te hoge concentraties dioxine in is aangetroffen. Sindsdien breidt de krab zich hand over hand uit in de grote rivieren als de Rijn en de Maas. In het IJsselmeer mag de wolhandkrab wel worden gevangen door beroepsvissers.

Visserschip van familie Komen is materieel erfgoed. Hier passeren ze de IJsselbrug in Zwolle.

In het voorjaar van 2020 heeft Komen onderzoek gedaan naar het voorkomen van de krab op de Rijn tussen Lobith en Spijk. ‘In zestien fuiken vingen we in twee maand tijd 260.000 krabben die stroomopwaarts trokken. Zulke aantallen hebben we nog nooit eerder op de Rijn waargenomen’, aldus de visserman uit Terwolde. De krabben paaien in de monding van rivieren. ‘Uit Stellendam krijgen we signalen dat er ongekend veel wolhandkrabben worden gezien. Die trekken volgend jaar de rivieren op.’

Beluister de aflevering over riviervisserij in de podcast Rivierverhalen over de IJssel via Spotify, Apple of Google of Anchor.

Knotwilgen: wakers in rivierlandschap

Knotwilgen horen bij mijn favoriete bomen. Met name omdat ze laten zien dat er veel schoonheid en fierheid is als je door het leven bent getekend. En omdat het levenskrachtige wakers zijn in het alsmaar veranderende rivierenlandschap. 

Twee kunstenaars – Birthe Leemeijer en Natascha Libbert – verzamelen verhalen en foto’s van wilgen in de IJsselvallei. Dat doen ze voor de kunstmanifestatie IJsselbiennale onder de noemer ‘Ontmoetingen bij de wilg’. Hun resultaten zijn tot september 2020 te zien en te horen in het Kunstenlab in Deventer. Het is de moeite waard om langs te gaan.

Mijn geliefde IJssel-knotwilg momenten:

In het verlengde van het kunstproject geef ik graag wat beelden van mijn favoriete knotwilgen langs de IJssel.

Deze knotwilg in de uiterwaarden bij Wijhe troonde fier uit boven het hoge water toen de rivier buiten de oevers trad. De sporen van het hoogwater waren naderhand lange tijd op de bombast te zien. Deze sporen worden gevormd door fijne, grijze slibdeeltjes die achterblijven in de boomschors. 

Er is een gat gevallen in je borst…

Knotwilgen in Scheller en Oldeneler Buitenwaarden herinneren aan het oude cultuurlandschap dat verloren is gegaan door Ruimte voor de Rivier. (foto: Wim Eikelboom)

Dit gedicht van Koos Geerds mijmer ik graag bij deze knotwilg in de Scheller en Oldeneler Buitenwaarden:

Ik ben je vriend,

ik weet het zeker

nu ik je zie;

Er is een gat gevallen 

in je borst

tot aan de ruggegraat,

het bloed trekt langs de huid

steeds hogerop

en duizelt,

want het hart gaf doortocht

aan de daad;

verdriet vreet alles weg,

je bloeit weer op.

Koos Geerds

(uit de bundel ‘Dit verre turen’ – 1986 – Arbeiderspers)

Bejaarde knotwilg langs oude IJsselarm

Langs een oude arm van de IJssel – de Schellerwade – staat deze indrukwekkende knotwilg voorovergebogen langs de oever. Het is de oudste knotwilg die ik ken in Zwolle. Vrijwilligers van landschapsonderhoud Overijssel zorgen ervoor dat deze bejaarde wilg in goede conditie blijft door 1x per vier jaar de kruin kaal te knippen. Als je dat niet zou doen, zou de knotwilg uiteindelijk omvallen door de zware taken op de kruin.

Staan in de boombast

In een oude knotwilg kun je soms rechtop staan, zoals in dit duo in de Duursche Waarden vlak achter de IJsseldijk in Den Nul. Zolangs de bast goed blijft, kan een holle knotwilg jarenlang mee. De jongeman die deze knotwilgen bewondert is trouwens Job Hulsman, die voor zijn website De Koekstad een wandeling met me maakte langs de IJssel. Zijn verhaal is hier te lezen.

knotwilgen in Duursche Waarden
Holle knotwilgen in de Duursche Waarden.

Wetenswaardigheden over de knotwilg:

  • Wilgen horen bij de snelst groeiende bomen van ons land. Ze zijn heel makkelijk te kweken: steek een wilgentak in de grond en je hebt binnen een paar jaar een wilgenboompje.
  • Wilgen gedijen het beste in een waterrijke omgeving, vandaar dat ze het goed doen aan de waterkant. Maar ook in uiterwaarden die regelmatig onderwater lopen, voelen wilgen zich thuis.
  • Zachthout-ooibos langs rivieren bestaat voor een groot deel uit wilgen. 
geknotte wilg in uiterwaarden
Geknotte wilgen zijn favoriete uitzichtpunten voor vogels in de uiterwaarden.
  • De knot van knotwilgen ontstaat niet vanzelf. Dat is mensenwerk. Om wilgen tot knotwilgen te vormen, is het nodig ze om de drie a vier jaar te snoeien. Zo groeit er geleidelijk een bolletje waaruit jaarlijks jonge scheuten tevoorschijn schieten. 
  • Door het hakken wordt het kernhout van de boom aan weer en wind blootgesteld. Dat verrot gemakkelijk, waardoor de boom geleidelijk aan hol wordt.
Knotwilgen met afgebroken zware takken.
Als je knotwilgen niet om de zoveel jaar snoeit, raakt de boom in verval, want de zware takken breken af.
  • Bevers zijn liefhebbers van wilgenschors. Ze knagen jonge wilgen om, eten de schors op en laten de afgekloven takjes liggen.
  • Wilgentakken waren vroeger geliefd voor gevlochten afrasteringen en oeverbescherming langs dijken en rivieren. Veel knotwilgen zijn verdwenen sinds wilgentenen voor deze doeleinden minder worden gebruikt.
  • Wilgenbast bevat salicinezuur. Dat is pijnstillend. Het de basis van de asperine. En het werkt ontsmettend.
  • In de volksgeneeskunde wordt wilgenbast aangeraden als natuurlijk hulpmiddel. Klazien uit Zalk adviseerde aftreksel van wilgentakjes te drinken tegen verkoudhoud, reuma en jicht.
  • Oude knotwilgen zijn een geliefde broedplaats voor steenuilen en nijlganzen.  
Mijmeren bij een knotwilg
Mijmeren bij een knotwilg langs de IJssel.

Levend IJssel-schilderij van Jan Voerman

Op veel plekken biedt de IJssel een landschap om in te lijsten. Daarom de daad bij het woord gevoegd.

Samen met houtkunstenaar Edward Otten heb ik een grote lijst geplaatst aan de oever van de IJssel in Zwolle. Het is een levend schilderij in de geest van de beroemde IJssel-schilder Jan Voerman.

De lijst staat op het Voerman Struinpad, een wandelpad door de uiterwaarden van Zwolle. Vanaf dit wandelpad heb je precies zicht op het landschap zoals Voerman het veel vastlegde: de rivier, een royale lucht en het silhouet van Hattem met Andreastoren en Dijkpoort. De lijst geeft deze uitsnede.

Voerman schilderde van 1899 tot 1940 vanuit zijn woonplaats Hattem het IJssellandschap. Hij gaf niet nauwkeurig de werkelijkheid weer, maar gaf een eigen draai aan het landschap. Zijn Voermanluchten zijn spreekwoordelijk geworden voor de IJssel.

Cultuureducatie

Het levend schilderij is een mooie plek voor cultuureducatie. De aftrap deed ik met groep 7 van basisschool De Octopus in Zwolle-Zuid. De kinderen kregen van mij uitleg over de IJssel en kunstschilder Sjoerdtje Hak gaf een tekenles met houtskool. Sjoerdtje is een bekende IJssel-schilder uit Herxen.

Het is prachtig om kinderen bewust te maken van de waarde en schoonheid van het IJssellandschap, zowel wat betreft natuur als culturele geschiedenis.

Wandelen in de wolken

Voor wandelaars op het Voerman Struinpad is er ook een speciale podcast over het leven en werk van Jan Voerman met de titel ‘Wandelen in de wolken’.

Peter van Bruggen is de verteller. Van Bruggen is de bekende radiomaker die eerder dit jaar een oeuvreprijs kreeg vanwege zijn grote verdiensten voor het radiovak. 

Het levend schilderij mag van Rijkswaterstaat niet permanent blijven staan op de rivieroever. Tijdens het winterseizoen – als er hoogwater komt – moet de lijst weg.

De Zwolse kunstschilder Daniel Douglas laat zich inspireren door de lijst en heeft de IJssel ontdekt als onderwerp voor zijn schilderijen. Hij gaat de komende maanden aan de slag om de rivier in allerlei varianten vast te leggen. Het resultaat is in de loop van 2021 te zien in de particuliere kunstgallery van Bruno Barat in Hattem.

Daniel Douglas schildert de IJssel
Daniel Douglas bij de Voerman-lijst aan het werk. (foto: Wim Eikelboom)
Herman Post weidemelkende boer

Is Herman Post laatste weidemelkende boer langs de IJssel?

In de uiterwaarden van de IJssel bij Zalk melkt Herman Post zijn koeien op de manier zoals dat in de vorige eeuw gebruikelijk was. Is Herman de laatste weidemelkende boer langs de IJssel?

De tijd lijkt stil te staan bij de melkmachine van Herman. De krullende vijftigplusser boert in het rivierdorp Zalk, daar waar de IJssel een bijna haakse bocht maakt. En hij doet dat authentiek en kleinschalig, want hij houdt niet van het gejaagde moderne leven. Schaalvergroting vindt hij een vies woord.

Koeien aan de ouderwetse melkmachine in uiterwaarden Zalk

Dertien melkkoeien

Twee keer daags zet Herman zijn dertien melkkoeien aan de machine in het weiland. Een tuffend geluid van een dieselmotor klinkt langs de rivier.

Zijn koeien lopen op een stuk wei met een licht glooiing. Dat is een rivierduin, honderden jaren geleden ontstaan van zandafzetting van de IJssel. Het is een beschermd landschapselement dat beslist niet mag worden afgegraven.

Herman wil niet geinterviewd worden, maar hij vindt het geen probleem om op de foto te gaan. Dagelijks melkt hij de koeien in de wei en vermoedelijk hoort hij bij de allerlaatste weidemelkers langs de IJssel. Zowel ‘s ochtends als in het begin van de avond is hij een uur onder de pannen met het melken van zijn mini-veestapel. In weer en wind onder de blote hemel.

Herman Post

130 liter rauwe melk

Het boerenbestaan begon hij zelf, want zijn vader was geen landbouwer. Maar Herman had als jonge vent als in zijn hoofd dat hij boer wilde worden. En dat is gelukt. Al is het een hele kleine kudde, hij kan er prima mee rondkomen, benadrukt hij. Herman zegt niet veel nodig te hebben. Hij woont in het dorp bij zijn oude moeder. En hij heeft elders in Zalk een stal waar zijn koeien staan.

Bij de stal is ook een melktank van FrieslandCampina waar Herman de volle melkbussen in leegt als hij terugkomt van het weidemelken. Vijf stuks zijn het telkens; goed voor 130 liter rauwe melk per beurt. Met een klein autootje rijdt hij dagelijks de bussen van de wei naar de stal.

Herman smeert de uiers van de koeien in met zonnebrandcreme, onder het motto: wat goed is voor mensen, is ook goed voor dieren. De creme beschermd de uiers tegen korstvorming, waardoor ze moeilijk zijn te melken.

Koeien aan de melkmachine aan de IJsseldijk bij Zalk - foto Wim Eikelboom
Dertien koeien aan de melkmachine naast de IJsseldijk bij Zalk (foto’s: Wim Eikelboom)
bevroren IJssel in 1940

IJs op de IJssel: bid dat het nog eens zo winter wordt

De IJssel vroor tot de vorige eeuw regelmatig dicht in de winter. IJs op de IJssel was altijd een sensationele belevenis.

Weerman Jan Pelleboer (geboren in het IJsseldorp ‘s Heerenbroek) maakte er in 1987 melding van dat voor het eerst in 25 jaar wandelaars over het ijs de IJssel waren overgestoken. Voor zover bekend was dit de laatste keer in de recente geschiedenis dat de stromende rivier in bevroren toestand kon worden bewandeld.

IJssel bevroren bij Olst

Volkswagen kever

De op een na laatste keer was in 1963. Toen lag er 35 centimeter ijs op de IJssel. Roelof Keppel uit Hattem vertelt in de podcast Rivierverhalen hoe hij als jochie op de achterbank van de volkswagen kever van zijn vader in die winter de bevroren IJssel overstak. ‘Dat was een behoorlijk waagstuk. Het riep best wat spanning op; mijn vader had er moeite mee om de wagen in bedwang te houden. In terugblik vind ik het niet zo’n verstandige onderneming.’

Bovenstaande foto van poserende gezinnen met hun auto’s komt uit het familie-album van Niek Jan Boschman uit Olst en is gemaakt op de bevroren IJssel in 1963. In die winter werd voor personenauto’s bij de veerpont van Olst een route afgebakend, zodat ze de rivier veilig konden overrijden. 

Strenge winters

krantenberichten over ijs op de IJssel

In de eerste helft van de vorige eeuw kwam het regelmatig voor dat de IJssel dicht vroor, soms zelfs een paar jaar achtereen. Sterker nog: alle grote overstromingen in de rivieren tussen 1770 en 1900 zijn veroorzaakt door ijsvorming en ijsdammen in de rivier.

In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw was stenge vorst uitzonderlijker. Maar bijna altijd was de bevroren rivier vermeldenswaardig in de krant.

Bericht over zware ijsgang in de IJssel in 1875

Dagblad De Tijd meldt in februari 1954 dat duizenden mensen er een uitje van maakten om te voet of per auto een bevroren rivier over te steken. De krant spreekt van ‘het beleven van een ongewone sensatie’. In het eerste oorlogsjaar bleek dat ook het geval:

  • lees verder onder de afbeelding
Maasbode – januari 1940

Kinderwagen

Erna Futselaar uit Deventer stuurde me een foto uit haar familie-album waarop ze in kinderwagen op de bevroren IJssel bij Deventer poseert in de jaren vijftig:

dichtgevroren IJssel Deventer

Het dichtvriezen van de rivier gebeurde vaak in een paar dagen tijd, herinnert oud-veerbaas van Olst Ties Geist zich. Hij vertelt erover in de podcast Rivierverhalen. Soms ging het veerpersoneel het rivierijs met een grote handzaag te lijf, zodat de overtocht zo lang mogelijk door kon gaan. ‘We hebben dat ook wel met een kettingzaag geprobeerd, maar dat was geen succes’, aldus Geist. De ijsberichten werden nauwkeurig bijgehouden in een boekje.

Ties Geist, oud veerbaas pont Olst
Oud-veerbaas Ties Geist van Olst. In 2008 ging hij met pensioen en kwam er einde aan vier generaties Geist op de veerpont van Olst.

Schilderijen van bevroren IJssel

De bevroren rivier de IJssel is in de loop van de tijd ook een geliefd thema geweest voor landschapsschilders. In het Stedelijk Museum Kampen hangt dit werk van Maarten Meuldijk (1894-1972): schaatsers op de IJssel in 1929.  Die winter staat in de top vijf van koudste winters van de 20e eeuw. 

schaatsers op de IJssel bij Kampen in 1929 door Maarten Meuldijk
Maarten Meuldijk schilderde in 1929 dit tafereel: schaatsers op dichtgevroren IJssel bij Kampen.

Meuldijk staat in de traditie van Hendrick Avercamp (1585-1634), die in de 17e eeuw als eerste begon met het vastleggen van ijsvermaak. Avercamp heeft prachtige werken nagelaten van de bevroren IJssel waarop de hele bevolking zich uitleeft aan ijspret. 

Schaatspret op de IJssel bij Kampen door Hendrick Avercamp (particuliere collectie)

Bij dit bekende schilderij van schaatsers op de IJssel bij Kampen, schreef de Kamper dichter Wim Ramaker in 1978 de prachtige dichtregels waarin het verlangen doorklinkt naar een winter met strenge vorst:

Bid voor dit winterdoek

Dat het nooit door dooi wordt aangetast

(…)

Bid dat het nog eens zo winter wordt

de IJssel dicht en onverkort

een lange brug van oever tot oever

alleen de vissen een beetje droever

Maar wij glijdend door de tijd

binnen een bevroren eeuwigheid.

(bron: Misschien gaan we de IJssel wel op – 1978)

Johannes Boele (1876-1968) – schaatsen op de IJssel bij Kampen

Koelwater

Volgens kenners speelt ook geloosd koelwater van de industrie een rol in het niet meer dichtvriezen van rivieren. Het rivierwater koelt daardoor minder snel af bij strenge vorst. Tegelijk zie je dat lozing van koelwater recent is afgebouwd, omdat de temperatuur van het rivierwater te hoog is opgelopen de afgelopen jaren. Daardoor raakt het aquatisch milieu in de war als de rivierstand zakt. Wellicht vergroot dat de kansen weer op een bevroren rivier.

Oude ansichtkaart van veerpont over de IJssel bij Doesburg bij ijsgang.

Zin in meer rivierverhalen? Beluister de podcast Rivierverhalen over de IJssel. Met verhalen over de natuur langs de rivier, schatzoeken langs de rivier en rivierzwemmers.

IJssel bij Kampen

Rijkswaterstaat zet streep door veelbelovend bubbelscherm in IJssel om plastic te vangen

Een door Rijkswaterstaat uitverkoren veelbelovend en effectief afvangsysteem om plastic uit rivieren te filteren, komt er niet vanwege de hoge kosten. 

Het gaat om het zogeheten bubbelscherm, waarmee in 2017 een kortstondige, maar succesvolle proef is gedaan in de IJssel bij Kampen. De methode gold als een spraakmakende innovatie in strijd tegen plastic soep in de oceanen.

De IJssel is een relatief schone rivier; toch drijft er heel wat plastic mee. Met name van flesjes.

Kosten te hoog

Er ligt een plan om het bubbelscherm als langdurige pilot een plek te geven in de IJsselmonding. Daar heeft het ministerie van infrastructuur en waterstaat een streep door gezet omdat de kosten ervan te hoog zijn, laat de woordvoerster van staatssecretaris Stientje van Veldhoven weten aan Rivierverhalen.nl

Eerder had de provincie Overijssel zich al bereid verklaard om hiervoor flink in de buidel te tasten, door 125.000 euro toe te zeggen als mede-financier. Rijkswaterstaat zou een paar ton bijleggen. Het projectplan dat er nu ligt, loopt uiteindelijk in de miljoenen en dat vindt het ministerie van infrastructuur en waterstaat te gortig.

Spraakmakende innovatie

Extra zuur: De bedenkers van het bellenscherm wonnen in 2016 een innovatiewedstrijd van Rijkswaterstaat. Die wedstrijd was uitgeschreven om tot vernieuwende concepten te komen om rivieren plasticvrij te maken. Rijkswaterstaat noemde het ‘een spraakmakende innovatie’ en stelt nu – vijf jaar later – vast dat het bellenscherm bij nader inzien te prijzig is. 

Luchtbelletjes drijven afval naar oever

Het concept draagt de naam Great Bubble Barrier. Het werkt met luchtbelletjes die via een buis op de bodem van de rivier naar boven worden geblazen. De bellenstroom zorgt voor een muur van lucht, waardoor meegevoerde plastics ter plekke naar de oever drijven. Zo kan allerlei soorten plastic vlak voor de monding van de rivier worden weggevangen, zodat het niet de zee in stroomt. Hier wordt het toegelicht op de IJssel:

Succesvolle test bij Kampen

De kortstondige test bij Kampen in 2017 was succesvol. In drie weken tijd onderschepte het scherm 80 procent van het meestromende plastic afval in de IJssel. In reactie daarop kondigden de bedenkers aan dat ze graag een permanent scherm zouden willen plaatsen in de IJssel. Daarvoor is de afgelopen jaar een lobby gevoerd. Dat resulteerde in een aanvraag bij staatssecretaris Stientje van Veldhoven van infrastructuur en waterstaat. 

Zo ziet het bubbelscherm en vangsysteem in de rivier er van boven uit.
(beeld: Great Bubble Barrier)

Vangarmen sluis Borgharen

Het bellenscherm werd gezien gezien als een kansrijk technisch hulpmiddel in de strijd tegen plastic zwerfafval in een vrij afstromende rivier. Het ministerie van infrastructuur en waterstaat heeft een actieplan om te voorkomen dat microplastics het milieu vervuilen. Het testen van vangsystemen in rivieren wordt daarin concreet genoemd.

Rijkswaterstaat trekt de stekker uit het bubbelscherm en kiest voor een goedkopere variant die minder effectief is: vangarmen die plastics uit het water moeten filteren. Dat gebeurt experimenteel al in de Maas ter hoogte van de ongebruikte sluis in Borgharen. En er komt ook zo’n proef met Noria in de monding van de Nieuwe Waterweg bij Rotterdam.

Het minpunt van dit systeem is dat het enkel drijvend afval aan de oppervlakte verzamelt. Het schoepenrad bereikt niet de breedte van een waterweg en vist niet het onderwater-plastic op. De Bubble Barrier doet dat wel.

Experimentele vangarmen-systeem Noria om plastic uit water te halen in sluiscomplex Borgharen. (Foto: Rijkswaterstaat)

Opruimen afval op rivierstrandjes Kampen

Het ministerie kiest voor aanvullend onderzoek naar hoeveel microplastic in de rivieren zit, laat een woordvoerster weten. “Vanuit het ministerie staat in ieder geval buiten kijf dat het belangrijk is om de problematiek nog scherper in kaart te brengen: hoeveel afval stroomt er door de Nederlandse rivieren? Waar komt het vandaan? Hoe beweegt het zich door de rivier heen?” 

Ook wordt ingezet op een proef om recreanten en sportvissers langs de rivieren meer bewust te maken van het opruimen van hun afval. Dit jaar wordt ingezet op twee populaire IJsselstrandjes bij de stad Kampen. “Samen met beheerders ontwikkelt Rijkswaterstaat maatregelen om zwerfafval te voorkomen. Denk aan het plaatsen van voldoende afvalbakken”, aldus het departement. Het strandje bij Kampen is een geliefde recreatieplek, waar vaak troep achterblijft.

Dit beeld van KampenOnline toont het bewuste strandje waar veel rommel achterblijft.

River Fashion

Op diverse plekken langs de IJssel zijn er al creatieve initiatieven om plastic afval uit de rivier een herbestemming te geven. Zo willen Hanneke Siebelink uit Zutphen in 2021 een hippe kledinglijn op de markt brengen met de naam River Fashion. De kleding moet gemaakt worden van plastic afval uit de IJssel.

Ook zijn er diverse kunstprojecten met afval uit de IJssel in het kader van de IJsselbiennale.

Zin in meer verhalen over de IJssel: beluister de podcast Rivierverhalen via je eigen favoriete podcastplatform.

Lees ook: Minder riviervuil na hoogwater

Verslag van eerste praktijktest van het bellenscherm in de IJssel bij Kampen in 2017
Ida Gerhardt op kade langs de IJssel in Zutphen

Hoe zelfkritische Ida Gerhardt IJssel-gedicht uit oeuvre schrapte

In de eerste editie van Overijssel Jaarboek voor cultuur en historie uit 1947 kom ik een riviergedicht van Ida Gerhardt tegen dat ontbreekt in haar verzameld werk. Wat is hier aan de hand?

Ida Gerhardt (1905-1997) heeft verschillende riviergedichten op haar naam staan. Misschien wel het meest bekend zijn haar dichtregels:

’t Wordt voorjaar langs de IJssel bij Veecaten

Wolken en licht, in wisselend staten

Scheppen een Voerman: een opalen zwerk

dat hemels is en Hollands bovenmate.

Gerhardt werd geboren in Gorinchem, gelegen aan de Linge en Boven-Merwede. Ze woonde en werkte enige tijd in Kampen aan de IJssel. En haar laatste levensjaren bracht ze door in de buurt van Zutphen aan de IJssel. De rivier stroomt dus als het ware door het leven en haar werk.

IJsseldorp Zalk

En de rivier was haar inspiratiebron. Langs de dijk van het IJsseldorp Zalk zijn twee plaquettes te vinden met Ida Gerhardt-gedichten die hun oorsprong vinden in het landschap ter plekke. Het gaat om Paasmorgen en dit gedicht, dat behoort bij mijn favorieten:

Wanneer de zwaluw aan de balken bouwt,

de ooievaar zijn breedste vlucht ontvouwt,

de koekoek in de wilgen niet kan zwijgen…

Kus het geluk, dat u is toevertrouwd!

Ida Gerhardt-gedicht in uiterwaarden van de IJssel bij Zalk.

De Revier

Haar tweede bundel Het veerhuis ademde het rivierlandschap. Het verscheen in 1945. In het eerste cultureel jaarboek Overijssel dat in 1947 uitkwam, worden de poëzie-kwaliteiten van Gerhardt geprezen. Ook haar gedicht De Revier staat erin afgedrukt:

De Revier

Als ik door de dikke pil met het verzameld werk van Ida Gerhardt blader uit mijn boekenkast, kom ik tot de ontdekking dat De Revier ontbreekt. Hoe kan dat? Vond Gerhardt het gedicht bij nader inzien toch niet goed genoeg?

Dialect van Kampen

Mieke Koenen, de biograaf van Ida Gerhardt geeft opheldering. Zij publiceerde in 2015 Dwars tegen de keer. Leven en werk van Ida Gerhardt. Daarin staan twee alinea’s over De Revier. De titel van dit gedicht is overigens een kwinkslag naar het dialect van de IJsselstad waar Ida les gaf.

De eerste opmerking is dat kunsthistorica Johanna Goekoop-de Jong in 1946 schreef dat het gedicht De Revier haar zo recht in het hart had geraakt, dat ze meteen naar de boekhandel was gegaan om de bundel Het veerhuis aan te schaffen. Johanna Goekoop was geboren in Kampen en het gedicht riep bij haar jeugdsentimenten wakker.

Absolute dieptepunt van zoetsappigheid

Dichter en poëzie-criticus Adriaan Morriën daarentegen schreef een vrij kritische recensie over Gerhardts dichtbundel Het veerhuis. Het gedicht De Revier noemde hij ‘het absolute dieptepunt van zoetsappigheid, waarin geen greintje ironie of zelfrelativering te bespeuren was’.

Koenen schrijft dat het De Revier ‘beslist niet hoort bij Ida’s beste werk en naderhand werd verworpen’. In latere drukken van Het veerhuis was dit gedicht niet meer opgenomen en zo raakte het dus uit de gratie.

Straatpoëzie

Om te voorkomen dat dit eigenzinnige IJssel-gedicht in de vergetelheid raakt, schrijf ik dit artikel. Wie weet komt De Revier ooit nog op een plaquette te staan op de IJsselkade in Kampen. Want Ida Gerhardts gedichten zijn geliefd als straatpoezie. Met ruim 35 gedichten is zij zo’n beetje koploper in ons land met gepubliceerde poëzie op openbare plekken.

In mijn podcast Rivierverhalen over de IJssel worden IJssel-gedichten voorgedragen door radiolegende Frits Spits. De gedichten van Ida Gerhardt ontbreken. Dat heeft te maken met de auteursrechten.

Gedicht ‘Paasmorgen’ prijkt op plaquette op de IJsseldijk bij Zalk.

Contactgegevens: Wim Eikelboom