Tag: IJssel

Minder riviervuil na hoogwater

Het was me ook al opgevallen en het wordt bevestigd door Waterschap Drents Overijsselse Delta: na hoogwater in de IJssel, Zwarte Water, Vecht en Ganzendiep is dit jaar minder aangespoelde plastic troep aangetroffen dan voorgaande jaren. Het is een bewijs dat onze rivieren langzamerhand schoner worden.

Als het hoge water is gezakt, blijft langs dijken een strook met riviervuil achter. Het is een mix van riet, takken, gras, boomstammen en afval dat is meegevoerd door de rivier. In de volksmond wordt deze aangespoelde rommel daak, veek of deek genoemd. De rommel wordt door het waterschap meteen van de voet van de dijk verwijderd zodra het hoogwater is verdwenen. Dat is nodig om de grasmat van de rivierdijken gezond te houden. 

90% aangespoeld afval is groen

In 2018 ruimde het waterschap 964 ton aan rommel op na hoogwater; het jaar erop – toen de waterstanden slechts korte tijd hoog stonden – was het 224 ton. Dit jaar is 600 ton rommel bijeen gezameld. Daarvan is 90 procent groenafval en 10 procent bestaat uit plastic en huishoudelijk vuil. En dat is relatief weinig, erkent het waterschap.

Ingezameld afval langs de dijk

In de 10 jaar dat ik langs de IJssel struin, heb ik het zwerfvuil langs de oevers zien verminderen. Diezelfde constatering hoor ik van bewoners langs de rivier. Na een hoogwater spoelt er vrij veel rotzooi mee. Maar de rest van het jaar ligt er met name veel rommel op plekken waar mensen langs de oever recreeren en ter hoogte van bruggen. 

Drie campagnes schone IJssel

Er zijn nu drie campagnes die zich richten op een schone IJssel zonder afval: De campagne Schone Rivieren van IVN wordt gefinancierd met geld van de Postcodeloterij, die hiervoor een kleine 2 miljoen euro beschikbaar stelde. 

Schone IJsseloevers is al een langer bestaand een inititiatief vanuit de provincie Overijssel, waarbij vrijwilligers regelmatig afval inzamelen langs de oevers. 

En stichting Natuur en Milieu Overijssel heeft de campagne Drinkbare Rivieren omarmd, om aandacht te vragen voor de waterkwaliteit van de IJssel. 

Daarnaast zijn er ook jarenlang opruimacties van vrijwilligersgroepen die werken langs de IJssel, zoals natuurwerkgroep A Rocha Zwolle:

opruimactie van natuurorganisatie A Rocha Zwolle

Waterkwaliteit met sprongen vooruit

Hoewel ik schoonmaakacties toejuich, heb ik toch wat dubbele gevoelens bij al die initiatieven. Ze overlappen elkaar en ze houden de beeldvorming in stand dat het een smeerboel is langs en in de rivieren. En dat is niet mijn beeld van de werkelijkheid langs de IJssel. 

De afgelopen dertig jaar is de waterkwaliteit van de IJssel er namelijk met sprongen op vooruit gegaan. ‘Toen we als kind zwommen in de IJssel, was ons lijf altijd overdekt met een smerige zwarte laag’, vertelt IJssel-bewoner Gerrit Sluiter in mijn podcast Rivierverhalen. Zwemmen in de IJssel – mits tussen de kribben – is nu prima te doen. 

IJsseloevers prachtig natuurgebieden

Ook de uiterwaarden zijn er de afgelopen jaren alleen maar natuurlijker op geworden. Op veel plekken zijn IJsseloevers omgevormd tot prachtige natuurgebieden waar planten, bomen en dieren de ruimte krijgen. De rivieren zijn de triomf van natuurontwikkeling in ons land, noemde media-boswachter Arjan Postma het eens op NPO Radio 1.

Zeldzame zwanenbloemen langs de IJssel

Nergens in de Hollandse natuur is de soortenrijkdom er de afgelopen jaren zo op vooruit gegaan als in en langs de grote rivieren. Er leven weer otters in de IJssel. De bever – ooit uitgestorven bij Zalk – knaagt er weer lustig op los. De zeearend is terug en er zwemmen bijzondere nieuwe vissoorten in de rivier, zoals meerval, roofblei en barbeel. 

Bellenscherm in de IJssel

Oplossingen voor plastic afval wordt aan de bron aangepakt, zoals invoering van statiegeld op kleine plastic flesjes. En er zijn technische middelen in de maak om afval uit rivieren te filteren. Er is in 2017 een kortstondige proef en succesvolle test gedaan met een bellenscherm bij Kampen om meedrijvend plastic uit de IJssel te halen. De provincie Overijssel heeft erop aangedrongen om dit scherm weer in de IJssel te plaatsen. Het ministerie van infrastructuur en waterstaat heeft medio mei 2020 laten weten dat ze het bubbelscherm te duur vinden.

IJssel toonbeeld groene vooruitgang

Er mankeert nog het een en ander aan de waterkwaliteit, maar het is niet allemaal ach en wee wat de klok slaat. Onze geliefde IJssel is een toonbeeld van groene en schone vooruitgang. En dat moet ook gezegd worden. 

Meer verhalen over de IJssel? Beluister de podcast Rivierverhalen.

Johan van Dorsten: christelijke chroniqueur van de IJsselstreek

Streekromans geven soms een treffend tijdsbeeld van een regionale cultuur. Dat geldt ook voor de boeken over de IJsselstreek van Johan van Dorsten. Je zou hem kunnen typeren als protestants-christelijke chroniqueur van de Sallandse kant van de rivier de IJssel. 

Johan van Dorsten overleed in maart 2020 op 93-jarige leeftijd. Er verschijnt dan een klein berichtje in de regionale krant, waarin hij in herinnering wordt geroepen als geliefd streekroman-auteur in orthodox-christelijke kringen. 

Respect voor Sallanders

Tot dat moment had ik nog nooit van Johan van Dorsten gehoord. De vermelding dat hij een serie romans schreef over de IJssel wekt mijn belangstelling. Ik schaf een paar van zijn boeken aan en lees ze met aangename belangstelling.

Dit boek speelt zich af in het gehucht Herxen, pal achter de IJsseldijk tussen Wijhe en Zwolle.

Johan van Dorsten verstaat de kunst om de streekcultuur langs de IJssel in Salland treffend vast te leggen. Het is niet literair; wel beeldend geschreven. Hij verwoordt hoe families generaties lang met en bij de rivier leven. Uit de boeken spreekt respect voor Sallanders die niet zo rap van de tongriem zijn gesneden, maar wel een diep gevoelsleven kennen. 

Leven achter de rivierdijk

Zoals kenmerkend voor streekromans beschrijft Van Dorsten alledaagse wederwaardigheden. Hij verwerkt oude volksverhalen met familiedrama’s zonder dat het mierzoet wordt van goedgevoel-dramatiek. 

Inleiding van de roman ‘Kleine Koopman wat nu?’, onderdeel van de IJssel Omnibus.

Zijn eerste roman publiceerde Van Dorsten in 1959. De titel is In Staphorst groeit het geluk. Geboren en opgegroeid in buurdorp Nieuwleusen, kent Van Dorsten de kenmerkende cultuur van Staphorst aardig goed. Hij krijg wat hulp van Staphorsters om ervoor te zorgen dat beschrijvingen van het dorpsleven overeenkomen met de werkelijkheid.

Herman de Man

Als zuivelconsulent ging Van Dorsten op 57-jarige leeftijd met vervroegd pensioen als gevolg van een reorganisatie. Sindsdien legde hij zich volledig toe op schrijven en publiceerde hij gemiddeld twee boeken per jaar. Zijn grote voorbeeld was Herman de Man, schrijver van literaire streekromans. De Man is vooral bekend geworden van Het Wassende Water. Deze klassieker gaat over en boerenzoon in de Lopikerwaard die worstelt met het traditionele calvinistische boerenmilieu waarin hij opgroeit. 

Met het rivierengebied als decor speelt Van Dorsten in veel van zijn boeken met hetzelfde thema. De geloofsworsteling is vaak in zijn boeken aanwezig. 

Dorp aan de rivier

Van Dorsten woonde tijdens zijn schrijversleven in Herxen, een buurtschap aan de IJsseldijk in de gemeente Olst-Wijhe met ruim 400 inwoners. Daar vond hij ook zijn inspiratie voor de serie romans die zich afspelen in Herxen. Hoewel fictief, zijn verschillende personages en taferelen in zijn boeken herkenbaar voor dorpsgenoten.

Het boek Gehucht aan de IJssel verscheen als feuilleton in het Nieuwsblad voor Salland. Toen het als boek uitkwam, verscheen er een tamelijk vernietigende recensie in het Nederlands Dagblad. ‘De titel roept associaties op aan het boek ‘Dorp aan de rivier’. Maar zo’n bestseller zal Van Dorstens werk niet worden, moeten we helaas constateren. Daarvoor is het verhaal te kabbelend, de thematiek te weinig boeiend en de schrijfstijl te slecht’, luidde het oordeel van de recensent. 

Johan van Dorsten is geen Anton Coolen
Vrij kritische recensie van de IJssel-roman van Johan van Dorsten in het Nederlands Dagblad: hij komt niet in de buurt van Anton Coolen van de klassieker ‘Dorp aan de rivier’.

Het weerhield uitgevers er niet van om de boeken van Johan van Dorsten uit te brengen. Zijn lezerspubliek zijn de liefhebbers van christelijke streekromans. Met name in kringen van het Reformatorisch Dagblad zijn de boeken van Van Dorsten populair. Omdat hij in herkenbare en respectvolle stijl schrijft over huisbezoeken van ouderlingen, moderniteit versus oude waardheid en geestelijke zieleroerselen van zijn personages. 

Ruinerwold-zaak

In totaal publiceerde Johan van Dorsten 44 boektitels, waaronder 1 kinderboek. Daarvan hebben tenminste 20 titels de IJsselstreek als decor. Zijn laatste roman verscheen in 2013 en heet Het nageslacht. Dat is een curieuze titel, want zeven jaar later raakte zijn eigen nageslacht in opspraak. Een zoon van Johan van Dorsten is hoofdverdachte in de geruchtmakende Ruinerwold-zaak. Zijn naam is Gert-Jan van Dorsten en hij wordt verdacht van jarenlange opsluiting en mishandeling van zijn gezin. 

Herxen

De familie krijgt te maken met opdringerige vragen van de pers. Sommige media gaan in Herxen op zoek naar Johan van Dorsten; hoewel hij daar al jarenlang niet meer woont. De familie voelt zich genoodzaakt om hun oude vader publiekelijk in bescherming te nemen. In een persverklaring melden ze in oktober 2019 dat hij dement is en in een gesloten inrichting verblijft. Ook vragen ze nadrukkelijk om de privacy van de familie te respecteren.

In maart 2020 overlijdt Johan van Dorsten op 93-jarige leeftijd. In de laatste jaren van zijn leven woonde hij in een zorgcentrum in Wijhe en beleefde hij veel genoegen aan uitstapjes naar een zorgboerderij vlakbij de IJssel. Want het boerenleven en de rivier was hem lief. 

Overlijdensadvertentie in de regionale krant.

Beluister de podcast Rivierverhalen over de IJssel op Spotify, Apple, Google of via deze plek.

ProRail neemt opnieuw loopje met regels en loost alvast op de IJssel

ProRail loost permanent afvalwater in de IJssel bij Zwolle, zonder dat daarvoor al de vergunning is afgegeven. Daarmee neemt het spoorbedrijf opnieuw een loopje met de regels. Eerder legde ProRail een pijplijn in de Zwolse uiterwaarden terwijl vereiste vergunningen ontbraken. 

De nieuwe lozing in de IJssel betreft de permanente afwatering van het vernieuwde opstelterrein van treinen ter hoogte van IJsseldijk en de Hanzeboog. ‘Als activiteiten worden verricht die vergunningplichting zijn, op basis van een ontwerpvergunning, dan is er inderdaad sprake van een overtreding’, reageert een in milieuzaken gespecialiseerde advocaat aan wie ik dit voorleg.

Dat opstelterrein is afgelopen jaar afgegraven, opgeknapt en voorzien van een folielaag. Die folie is aangebracht om het grondwater te beschermen tegen verontreiniging. Pal naast het spoorterrein ligt namelijk een drinkwaterwinning van Vitens. En Vitens pompt water uit diepe bodemlagen.

Het vernieuwde opstelterrein van ProRail, waar ook treinen worden schoongemaakt. (Foto: ProRail)

Folie is dus nodig om vervuiling van grondwater te voorkomen. Dat heeft als keerzijde dat het water op het rangeerterrein niet weg kan. Het wordt daarom afgevoerd naar de IJssel. Dat gebeurt via een oude in onbruik geraakte 450 meter lange leiding van Stork/Wärtsilä. Deze ondergrondse pijplijn met een doorsnee van zo’n dertig centimeter is overgenomen door ProRail.

De buisleiding is de afgelopen 15 jaar af en toe gebruikt om licht vervuild water op de IJssel te lozen dat door gemeente Zwolle werd weggepompt bij bedrijven in Hanzeland. Daarmee werd voorkomen dat het grondwater zich zou mengen met water in de winputten van Vitens.

Vuilwater

Voor de afwatering en lozing vanaf het rangeerterrein loopt een vergunningaanvraag bij Rijkswaterstaat. ProRail spreekt  in de aanvraag van ‘drainagewater’.  Terwijl het in bijgevoegde analyses van proefbemonsteringen over ‘afvalwater’ wordt gesproken. ProRail stelt uitsluitend opgevangen hemelwater naar de IJssel te pompen en het overige water via het riool te verwijderen. ‘Vuilwater wordt met pompen afgevoerd naar het gemeentelijk riool’, aldus ProRail. Op het opstelterrein worden ook treinen gewassen en schoongemaakt. ProRail houdt dat afvalwater gescheiden: De treinwasinstallatie wordt voorzien van een vloeistofdichte vloer en aangesloten op het riool en dat geldt ook voor de perrons waar treinen worden schoongemaakt.

Rijkswaterstaat maakt op 21 april in lokale krant bekend dat er plan ligt om ProRail vergunning te geven.

Gemiddeld wordt gemiddeld 9 kubieke meter water per dag vanaf het rangeerterrein in de IJssel gepompt. Het water is licht vervuild met zware metalen. De dosering valt volgens Rijkswaterstaat binnen de lozingsnormen. Daarom is Rijkswaterstaat van plan toestemming te verlenen voor deze permanente lozing op de rivier. ProRail zegt de kwaliteit van het water in de folieconstructie goed in de gaten te houden en meteen in te grijpen als er onverhoopt vervuilingen optreden.

Lozingspijp

Hoewel de vergunning nog niet formeel is verleend, maakt ProRail al gebruik van het lozingspunt. Dat blijkt uit filmbeelden op 23 april op de plek waar het afvoerwater de IJssel in komt, ter hoogt van de Hanzeboog. In kleine hoeveelheden stroomt er permanent water uit de buis de rivier in:

Om in de IJssel te lozen is een vergunning nodig op grond van de Waterwet. Die aanvraag heeft ProRail in januari ingediend bij Rijkswaterstaat. Het zogeheten ontwerp-besluit, waarin Rijkswaterstaat formeel toestemming geeft voor de lozing in de IJssel, ligt sinds 23 april ter inzage voor bezwaar bij het ministerie van infrastructuur en waterstaat. Formeel is deze watervergunning nog niet bekrachtigd. Door alvast te lozen, is ProRail feitelijk in overtreding.

Natuurvergunningen

Het is de tweede keer dat ProRail met het rangeerterrein in Zwolle het niet nauw neemt met vergunningen. Vorig jaar bracht ik aan het licht dat voor een tijdelijke pijplijn in de uiterwaarden de vereiste natuurvergunningen en –ontheffingen niet waren geregeld. Daarmee was de pijplijn feitelijk illegaal. ProRail stelt dat het per ongeluk over het hoofd was gezien en dat er geen sprake was van moedwillige nalatigheid.

Met deze tijdelijk buisleiding is een jaar lang overtollig bemalen grondwater in de IJssel geloosd. De pijp is inmiddels buitendijks verwijderd, maar binnendijks nog niet. (Foto: Wim Eikelboom)

De pijplijn – gebruikt voor afvoer van bemalingswater tijdens de bouwklus – doorsnijdt een Natura 2000-gebied, pal naast een beverburcht. Eveneens was verzuimd om een ecologische ontheffing aan te vragen voor het lozen van bemalingswater in de IJssel. Hierover is ProRail op de vingers getikt door het bevoegd gezag, het ministerie van landbouw en natuur.  Inmiddels wordt deze pijplijn in fases verwijderd. 

Riool-rivier

Lozingen in de rivier waren vroeger heel gebruikelijk, maar tegenwoordig is er meer terughoudendheid. Tot de jaren zeventig stond de Rijn en ook de IJssel bekend als riool-rivier. Dat is ten goede gekeerd. Aan lozingen van industrie en landbouw worden vandaag de dag strengere eisen gesteld. De Waterwet is van toepassing op lozingen die rechtstreeks in het oppervlaktewater plaatsvinden. Rijkswaterstaat bewaakt voor de rivieren –waaronder de IJssel – de chemische en ecologische kwaliteitsnormen bij lozingen. 

Ontheffing wet natuurbescherming

De buisleiding mondt uit aan de oever van een Natura 2000-gebied. Doorgaans is ook een ontheffing nodig van de Wet Natuurbescherming om mogelijke nadelige en schadelijke effecten op de natuur uit te sluiten bij lozingen als deze. ProRail stelt dat zo’n ontheffing niet nodig is. Het ministerie van landbouw en natuurbeheer – bevoegd gezag in dezen – onderzoekt of ProRail hierin juist handelt.

De 450 meter lange ondergrondse lozingspijp in de IJssel bij de Hanzeboog in Zwolle was in onbruik geraakt, maar sinds kort pompt ProRail via deze pijp rangeerterrein-water in de rivier. (Foto: Wim Eikelboom)

Reactie ProRail

In een reactie op dit artikel erkent ProRail dat het feitelijk juist is dat er wordt geloosd op de IJssel zonder dat de vergunning daarvoor is afgegeven. “We nemen geen loopje met de regels, want we doen dit in ambtelijke afstemming met de gemeente Zwolle en met Rijkswaterstaat. Als we niet zouden lozen, komen we in de penarie”, laat Jan Willem Lammers weten. Lammers is projectleider bij ProRail van de afdeling leefomgeving, juridische zaken en vastgoed in Utrecht. Hij benadrukt dat ProRail zich graag aan de regels wil houden en de lozing zorgvuldig heeft voorbereid. “Maar in de dynamiek van dit project hebben we deze vereiste watervergunning voor de lozing onvoldoende tijdig opgepakt.”

Gemeenteraad Zwolle wil opheldering

In reactie op de berichtgeving op deze site, vragen drie partijen in de gemeenteraad van Zwolle opheldering aan het college van burgemeester en wethouders in Zwolle. ChristenUnie, D66 en GroenLinks willen weten hoe het zit met het feit dat gemeente Zwolle zou hebben ingestemd met deze lozing zonder wettig kader. Ook vragen de partijen zich af of het niet tijd is voor een steviger vorm van toezicht op de werkzaamheden van ProRail in de nabijheid van de kwetsbare natuurgebieden in de uiterwaarden van de IJssel. Alle vragen lees je hier.

Diverse lokale en regionale media maken melding van voortijdige lozing door ProRail en de actie die de lokale politiek onderneemt, waaronder De Stentor en RTV Oost.

Reactie Rijkswaterstaat op handhavingsverzoek

Op mijn verzoek tot handhaving geeft Rijkswaterstaat op 18 mei 2020 de volgende reactie:

Rijkswaterstaat zegt dat de gemeente Zwolle nog eigenaar is van de lozingsbuis en dat het eigenaarschap naar ProRail gaat zodra de watervergunning is afgegeven. Een gemeentelijke overheid heeft geen aparte vergunning nodig om water te lozen op de rivier; ProRail heeft daar wel een watervergunning voor nodig.

Dat het eigenaarschap van de voormalige Stork/Wartsila-buis bij de gemeente Zwolle ligt is in tegenspraak met interne correspondentie over deze lozing die eerder is gevoerd. Daaruit blijkt dat ProRail zich wel degelijk eigenaar noemt van de lozingsbuis:

Uit intern verslag Rijkswaterstaat over buisleiding in 2016

Update: mijn zienswijze op de vergunning

Ik overweeg een reactie in te dienen op de ontwerpvergunning van Rijkswaterstaat, waarmee de permanente lozing op de IJssel door ProRail mogelijk gemaakt wordt. Dit is de strekking daarvan:

1. Lozingen in de rivier zijn de afgelopen jaren afgebouwd. Dit nieuwe lozingspunt staat haaks op de trend om in de rivier zo min mogelijk bedrijfswater te lozen. Zijn er alternatieven overwogen voor deze lozing?

2. Onder het rangeerterrein is een folielaag aangebracht om grondwater te beschermen tegen mogelijke vervuiling. Vervolgens wordt gekozen om het water wel te lozen op de IJssel. Verdient de IJssel geen bescherming dan?

3. Hoe garandeert ProRail scheiding van waterstromen op het rangeerterrein, zodat vuil en relatief schoon regenwater zich niet mengen? 

4. Het is in de vergunning onduidelijk op welke wijze de bemonstering en met welke frequentie bemonstering plaatsvindt van het te lozen water op de IJssel. 

5. Als ProRail en Rijkswaterstaat er zo zeker van zijn dat het water dat in de IJssel geloosd wordt schoon is, kan het beter nuttig worden gebruikt om de vijvers in het naastgelegen park Engelse Werk op peil te houden. Die vijvers kampen regelmatig met een lage waterstand.

Bever voelt zich thuis langs de IJssel

Langs de IJssel zijn bevers allang geen ongewone verschijning meer. De afgelopen tien jaar lifte het waterdier mee op het succes van Ruimte voor de Rivier.  

Bever zwemt met tak naar burcht in uiterwaarden van het Engelse Werk in Zwolle.

Wie op de dijk fietst en een beetje oplet, kan zomaar het werk zien van de bever. Afgeknaagde boompjes en afgekloven takken aan de voet van de dijk komen regelmatig voor op verschillende plekken langs de IJsseldijk.

Familie in Engelse Werk

Als inwoner van Zwolle zie ik dat de bever steeds meer een normale verschijning is geworden langs de IJssel in de stad. De dieren laten zich zien ter hoogte van Harculo en bij het Engelse Werk in Zwolle. Daar is sinds 2008 de bever gevestigd. De familie heeft inmiddels een flinke burcht en zoekt gebiedsuitbreiding, stroomafwaarts en stroomopwaarts.

Zo woont de bever sinds enige tijd ook weer in een kolk bij Zalk. En daarmee is een cirkel rond, want in 1826 werd de laatste bever van Nederland in Zalk doodgeknuppeld. Een beeldje op de IJsseldijk herinnert aan dat officiele uitsterfmoment van het grootste waterzoogdier van ons land. In IJssel-steden als Zutphen en Deventer stond sinds de 15e eeuw al een premie op het doden van bevers.

Laatste bever van Zalk

Maar de natuur geeft zich niet makkelijk gewonnen. Nadat in ons land weer bevers zijn uitgezet in 1988 maakte het beest een snelle opmars. Dat werd mede in de hand gewerkt door de groei van het ooibos in de uiterwaarden en de aanleg van nieuwe uiterwaardennatuur in het kader van de veiligheidsmaatregelen Ruimte voor de Rivier. Bevers knagen graag jonge boompjes om:

Uit tellingen van het Waterschap Rivierenland blijkt dat er 24 beverburchten langs de IJssel zijn. Het totaal aantal bevers langs de gehele rivier wordt aan Gelderse en Overijsselse kant geschat op 120 exemplaren.

Wilgenbast

In de uiterwaarden van het Engelse Werk leven naar schatting 10 bevers. Het zijn schuwe dieren die overdag slapen in hun zelfgemaakte hol van takken. En ’s nachts trekken ze er op uit om wilgenbast te zoeken, want dat is hun favoriete voedsel. Dat is minder makkelijk dan voorheen, want in de uiterwaarden van het Engelse Werk en de naastgelegen Schellerwaarden zijn de afgelopen jaren vrij veel bossen gekapt. Het toont de spanning tussen waterveiligheid en natuur: Rijkswaterstaat zag het bos als obstakels als de rivier buiten de oevers treedt. 

Hier en daar graaft de bever holen in de oever en ziet het eruit alsof er een groot konijn zit te zonnebaden voor de ingang van z’n slaapplek.

Beverbossen

Om de bever tegemoet te komen zijn in de luwte van de dijk twee beverbossen aangeplant, voedselbosjes voor deze boomknager. Ook is een hardhout beverbosje aangeplant op een hoger gelegen deel van de Schellerwaarden. De bevers bewijzen hun dienst als natuurbeheerders, omdat ze jonge boompjes opvreten. Als dat niet zou gebeuren, zouden de uiterwaarden snel dichtgroeien en dan kan de waterveiligheid in het geding komen. 

‘s Ochtends vroeg zwemt een bever in de IJssel ter hoogte van Schelle en Oldeneel tussen Zwolle en Hattem. Tijdens nachtelijke tochten kunnen bevers kilometers zwerven om eten te zoeken en takken te knagen.

Het is bijzonder om te zien dat een dier die vorige eeuw nog was uitgestorven, zich zo succesvol voortplant langs de rivieren. Hun aantal neemt zo snel toe, dat in Limburg al bevers worden gevangen en afgemaakt omdat ze schade veroorzaken. Bevers kunnen gaten in dijken graven en de waterhuishouding in de war schoppen. De Zoogdiervereniging schat er dat in Nederland ruim 3.500 bevers leven. De bever is een beschermde diersoort die je niet mag verstoren en bejagen.

Beluister ook het verhaal over de bever in de podcast Rivierverhalen

Beverkeutels zie je zelden, want bevers poepen doorgaans in het water. Het zijn reukloze drolletjes die bestaan uit houtvezels.
Pootafdrukken van de bever
Prenten van beverpoten in het natte zand langs de rivier.
Dit is de oudste beverburcht die sinds 2008 de uitvalsbasis vormt voor de beverfamilie in het Engelse Werk.

Zwolse bevers doen Hattem aan

De Zwolse bevers zwemmen regelmatig de IJssel over en laten zich zien in Hattem. Een karpervisser was er getuige van hoe een bever zich aan de oever van de rivier even een moment nam voor zichzelf.

Zwarte populier: Marsman krachtpatsers op retour

Oerhollandse zwarte populieren zijn bewakers van het oude cultuurlandschap langs onze grote rivieren. Ze ruimden afgelopen eeuw het veld, maar het tij lijkt te keren. 

Het meest bekende gedicht over onze grote rivieren is dat van Hendrik Marsman met de befaamde openingsregel: Denkend aan Holland zie ik brede rivieren, traag door oneindig laagland gaan.

Na het stromende water volgt een ode aan de typische rivierboom:

rijen ondenkbaar
ijle populieren
als hoge pluimen
aan de einder staan. 

Populieren horen bij het Hollandse rivierlandschap. Langs de Maas staan ze als bakenbomen, die schippers de vaarweg markeren bij mist en slecht zicht. Langs de Rijn, Waal en IJssel hoort de populier vanouds ook thuis. En dan gaat het om de zwarte populier, want dat is de inheemse boomsoort die langs onze rivieren als de beste gedijt. Zaden van de zwarte populier verspreiden zich met hoogwater en zorgen voor opschietende ooibossen in de natuur aan oevers van rivieren. Buiten de natuurreservaten zijn de afgelopen driehonderd jaar zwarte populieren verdrongen door de canadese populier, die supersnel groeit en daardoor aantrekkelijk was voor de houtindustrie en de klompenmakerij.

Peppels

In de volksmond heten ze peppels. En dat verwijst naar het Griekse woord paipolos en dat betekent ‘trillen’. Bij een zuchtje wind beginnen bladeren van populieren te bewegen en dat geeft een ruisend geluid. Het ruisen van populieren inspireerde veel poëten tot een gedicht over deze bomen. De uitdrukking ‘popelen van ongeduld’ schijnt ook hiervan afgeleid te zijn.

De zwarte populier kan goed tegen natte voeten en groeit bij voorkeur op plekken die af en toe onder water stromen. Uiterwaarden dus. In ooibossen tieren ze welig.

Rijkswaterstaat heeft het niet zo op rijen populieren; vooral niet als die haaks op een rivieroever staan. Want bij hoog water zou zo’n bomenrij een barrière kunnen vormen die de doorstroming belemmert, waardoor de veiligheid in gevaar komt.

Cultuurlandschappelijk erfgoed

Op veel plekken langs onze rivieren zijn populieren verdwenen de afgelopen honderd jaar. Daarmee is de zwarte populier in zekere zin een bedreigde boomsoort te worden. Bert Maes legde daar eind 2019 de vinger bij toen hij een plan presenteerde voor behoud van groen erfgoed. In dat plan werd met name de zwarte populier genoemd als oorspronkelijke autochtone oerboom.

Zwarte populier bij Zalkerbos met stamomtrek van ruim zes meter.

De zwarte populier is heden ten dage feitelijk cultuurlandschappelijk erfgoed. Slechts op enkele plekken langs onze rivieren staan nog exemplaren van deze houten makkers van honderd jaar oud. In Brummen bijvoorbeeld langs de IJssel. En langs de Waaldijk in Opijnen pronkt nog een zwarte populier van 112 jaar oud. Dat is de laatste der monumentale mohikanen in het rijk der zwarte rivier-populieren.

In maart 2020 zijn twee monumentale zwarte populieren omgezaagd langs de IJssel bij Zalk. Dat gebeurde op last van de gemeente Kampen. Als maker van de podcast Rivierverhalen heb ik een poging gedaan om aandacht te vragen voor het lot van deze bomen, zodat ze niet ongemerkt aan hun eind kwamen. Dat leverde in elk geval een mooi artikel op in de regionale krant.

Vlak voor de kap, spijkerde ik een gedichtje op de Zalker zwarte populieren als eerbetoon aan deze kanjers.

Tij lijkt te keren

Het tij lijkt te keren: op steeds meer plekken worden zwarte populieren geplant of herplant. En ooibossen waar ze nog staan, worden gekoesterd. Staatsbosbeheer heeft afgelopen jaren duizenden zwarte populieren met stekken opgekweekt in hun bomen-genenbank. En bij steeds meer boomplant-acties duiken zwarte populieren op. Dat gebeurt ondermeer in een hardhout-ooibos in de uiterwaarden van Schelle en Oldeneel in Zwolle. En dat gebeurt in de uiterwaarden bij Zalk in Overijssel. Waar na de kap van de twee reusachtige zwarte populieren de gemeente Kampen beloofd heeft om zwarte populieren te herplanten in de uiterwaarden van de IJssel.

En in Zwolle is een prachtige gekapte laan met canadese populieren recent vervangen door 130 – jawel – zwarte populieren. De laan ligt in het verlengde van de rivierdijk. Zwarte populieren hebben als voordeel dat ze minder gevoelig zijn voor takbreuk bij langdurige droogte.

Aanplant 130 zwarte populieren langs Schellerenkweg in Zwolle, in het verlende van de IJsseldijk.
Om te vieren dat de populierenlaan in ere is hersteld, schreef ik een gedichtje.

Ken jij plekken, waar recent zwarte populieren zijn geplant in het riviergebied? Laat het me weten? Mail naar: Rivierverhalen@solcon.nl

Ooibos: Welles-nietes-bossen langs rivieren

Bomen groeien graag in de nabijheid van rivieren. Niettemin hebben bomen en onze grote rivieren een haat-liefde-verhouding met elkaar. Wim Eikelboom, maker van de podcast Rivierverhalen, legt uit hoe de vork in de steel zit. 

Ons rivierenlandschap bestond ooit uit overvloedig bos. Daarna brak een tijd aan van ontbossing en tegenwoordig is bos weer in beperkte mate toegestaan. Dat heeft te maken met onze veranderende kijk op wat een veilige rivier is.

Rivierbos op een schilderij uit de 18e eeuw.

Op plekken waar je de natuur langs de rivier de vrije teugel laat, verrijst binnen de kortste keren een bos van jewelste. De rivier verspreidt zaden van wilgen en populieren en dat zijn bomen die razendsnel gedijen in uiterwaarden. Wilgen en populieren – waterminnende boomsoorten – groeien met snelheden van soms wel anderhalve meter per jaar. Er is geen enkel ander type bos dat zo snel tot ontwikkeling komt als een rivierbos.

Fraai spontaan gegroeid ooibos langs de IJssel tussen Wijhe en Olst.

Plan Ooievaar

Plan Ooievaar leidde ertoe dat eind jaren tachtig de beweging werd ingezet om de natuur meer ruimte te geven langs onze grote rivieren. Zo ontstonden weer ooibossen. Een ooibos is de naam van een spontaan gegroeid rivierbos. Ooi is een oud Duits woord voor een nat terrein in de nabijheid van een rivier. 

Rond de eeuwwisseling telde het Nederlandse rivierenlandschap ruim zestig ooibossen. Het paradepaardje was en is het ooibos in de Millingerwaard, langs de Waal.

Hoewel ooibossen bij hoogwater de golfslag dempen, kwam er afgelopen vijf jaar een tegenbeweging: Rijkswaterstaat zette rigoreus de kettingzaag in bomen en struiken langs de rivieren. Onder het adagium ‘Stroomlijn’ is ter grootte van ongeveer duizend voetbalvelden bos en struikgewas gerooid langs de Waal, IJssel, Maas en Rijn. 

Natuurlijk gegroeide wilgenbossen langs de oevers, zorgen bij hoog water voor gevaarlijke opstuwing en dat kan de waterveiligheid in gevaar brengen, vindt Rijkswaterstaat.

Rijkswaterstaat kwam tot het inzicht dat bomen en bossen weliswaar een verrijking zijn voor het landschap, maar ook een obstakel vormen bij hoog water.  Volgens Rijkswaterstaat kwam de veiligheid in het geding door de weelderige natuur langs de oevers. Bij hoog water zouden de natuurlijk gegroeide wilgenbossen voor zoveel opstuwing zorgen, dat de kans op dijkdoorbraken toenam. 

Natuurorganisaties gingen morrend akkoord met de gedwongen ontbossing langs de rivieren, op voorwaarde dat de meest bijzondere ooibossen gespaard bleven. Langs de IJssel gaat het om onder meer om Hengforden en de Duursche Waarden.

Kanotocht door ondergelopen rivierbos ter hoogte van Wijhe, langs de IJssel.

Rijkswaterstaat ging nog een stap verder en legde de spontane ontwikkeling van riviernatuur aan banden door invoering van een zogeheten vegetatielegger. Daarin staat nauwkeurig vastgesteld wat er voortaan mag groeien in de uiterwaarden. Omwille van de waterveiligheid is het aantal bospercelen langs onze rivieren flink beteugeld.

Eikvarens op een boom in ooibos.

Hardhout ooibos

Bossen die nog wel worden gestimuleerd, zijn hardhout-ooibossen. Dat zijn bossen van eiken, iepen en elsen op oeverwallen, oude rivierduinen en stroomruggen langs de rivier. Zulke bossen zijn in de loop van eeuwen grotendeels verdwenen omdat ze moesten wijken voor bewoning en landbouw op de verhogingen langs de rivieren.  

Eind 2020 is zo’n hardhout-ooibos aangeplant in de uiterwaarden langs de IJssel bij Zwolle, door vrijwilligers van natuurwerkgroep A Rocha Zwolle. Duizend stuks zomereik, fladderiep, zoete kers, winterlinde, kardinaalsmuts en sleedoorn groeien hier – met toestemming van Rijkswaterstaat – op een plek in de uiterwaarden die bij hoog water niet onderloopt.

De jonge aanplant in de Schellerwaarden moet op den duur een gevarieerde bos opleveren dat een verrijking is voor het IJssellandschap. Daarmee draagt Rijkswaterstaat in zekere zin bij aan Levende Rivieren, zoals geschets in een plan dat eind 2019 door het Wereld Natuurfonds en andere natuurorganisaties werd gepresenteerd. Dat plan breekt een lans voor meer hardhout-ooibossen in uiterwaarden. Deze bossen dragen eraan bij dat er langs de rivieren de komende generatie weer weelderige wildernisnatuur is te vinden, met een grote rijkdom aan dieren en planten.  

Zalkerbos

Het Zalkerbos is overigens een van de best bewaard gebleven hardhout-ooibossen van ons land. Dit 1200 jaar oude bos ligt op een oude zandige oeverwal langs de IJssel en bestaat uit hakhout van essen en iepen. Omdat het bos niet onder stroomt bij hoog water, kent het Zalkerbos bijzondere zeldzame planten, zoals slangenlook en besanjelier. 

Vroege voorjaarsbloeiers in het oudste hakhout-ooibos van Overijssel: Zalkerbos op oude rivierduin langs de IJssel

Misstanden bij pijplijn in uiterwaarden die loost in IJssel

In de uiterwaarden van de IJssel bij Zwolle legde ProRail eind 2018 een forse pijplijn van 600 meter. Die buisleiding loosde een jaar lang tienduizenden liters grondwater per dag in de IJssel. Ik verdiep me erin en beland in het doolhof van de handhaving natuurbescherming. En ik ontdek dat ProRail een loopt neemt met de regels.

Bij wie moet je zijn als je ontdekt dat vergunningen ontbreken voor een pijplijn die is neergelegd in beschermd natuurgebied langs de IJssel? Als liefhebber van de IJssel struin ik regelmatig door de uiterwaarden. En ik heb me erover verbaasd dat ProRail zonder slag of stoot een buisleiding mag leggen door een Natura2000-gebied. En dat onduidelijk is wie in de gaten houdt of die miljoenen liters geloosd water op de rivier wel schoon zijn. Hoe kaart je dit aan bij de bevoegde instanties nadat ProRail niet thuis geeft?

Kastje naar de muur

Natuurbescherming is een taak van de provincie. Als oplettende burger vervoeg ik me bij het provinciehuis en ik krijg de tip om een melding te doen bij het bureau milieuhandhaving van de provincie Overijssel. Digitaal lukt dat niet, dus uiteindelijk deponeer ik twee A4-tjes met mijn uitleg over de situatie in de brievenbus van het provinciehuis. 

Twee weken later krijg ik een seintje dat mijn melding is doorgestuurd naar de Omgevingsdienst IJsselland. Het was voor het eerst dat ik hoorde van het bestaan van de Omgevingsdienst. Het blijkt een vrij nieuw samenwerkingsverband te zijn van gemeente-ambtenaren die de naleving van natuur-, milieu- en veiligheidswetten controleren. De omgevingsdienst verdiept zich in mijn melding. Na twee weken krijg ik het bericht dat er een misverstand is en dat mijn klacht toch thuis hoort op het provinciehuis. Daar ontfermt een jurist zich over mijn pijplijn-vragen. Hij staat mij vriendelijk te woord en legt uit hoe de gang van zaken is.

Natuurvergunningen ontbreken

Een provinciale handhavingsambtenaar gaat ter plekke op onderzoek uit en stelt vast dat de benodigde natuurvergunningen ontbreken voor de pijplijn en het lozen in de IJssel.

De aannemers die werken namens ProRail krijgen een officiele brief met de mededeling dat ze in overtreding zijn met een waterleiding in een Natura 2000-gebied en dat niet is onderzocht of de pijplijn en de lozing op het IJssel schadelijke gevolgen heeft op de natuur.

Landsbelang: lagere overheden buitenspel

Ik ontvang een afschrift. Op mijn twitter-account maak ik melding van het feit dat ProRail uit de bocht is gevlogen met de pijplijn naar de IJssel. De Stentor pikt het op en maakt er drie artikelen over. Er volgen schriftelijke vragen van D66 en CDA in Provinciale Staten van Overijssel.

‘Tijdens onze controle heeft onze toezichthouder een overtreding van de Wet Natuurbescherming vastgesteld.’

Brief van Provincie Overijssel aan ProRail

Twee dagen nadat de kwestie de krant heeft gehaald, word ik gebeld door een ambtenaar van het provinciehuis. De zaak wordt doorgeschoven naar het ministerie van landbouw en natuurbeheer in Den Haag. Reden: het bevoegd gezag bij grote spoorprojecten in ons land ligt bij de rijksoverheid. Vanwege het landsbelang worden lagere overheden buitenspel gezet.

RVO onderzoekt de zaak

Bij de rijksoverheid zijn er twee loketten: bescherming van planten en dieren is een taak van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, een uitvoerende dienst van het ministerie van landbouw, natuur en voedselkwaliteit.

Gebiedsbescherming is belegd bij het ministerie zelf. Het is me een raadsel bij wie ik me niet moet melden. “Verantwoordelijkheden voor de Wet Natuurbescherming zijn inderdaad nogal versnipperd”, krijg ik verontschuldigend te horen als ik contact opneem met het departement. Ook de Voedsel en Waren Autoriteit NVWA wordt ingeschakeld.

Het ministerie laat weten te onderzoeken of ProRail in overtreding is. Dat onderzoek is in mei 2020 nog niet afgerond.

Vervuild rangeerterrein

Wat blijkt: ProRail kreeg in 2016 een zogeheten omgevingsvergunning voor de opknapbeurt van het vervuilde rangeerterrein voor treinen in Zwolle. In die vergunning ontbreekt echter de pijplijn en de lozing in de IJssel. Dat geldt ook voor het bemalingsplan, waarin de pijplijn naar de rivier eveneens onbenoemd blijft.  Als een bovengemiddeld goed geinformeerde burger, is het voor mij ondoorgrondelijk hoe de hazen lopen als je ontdekt dat een organisatie als ProRail de regels van de wet natuurbescherming aan de laars lapt.

De zwarte lijn is die van de pijplijn: langs twee bosjes in uiterwaarden waar bevers verblijven.

Publicitaire sorry-operatie

Eind januari 2020 meldt ProRail op hun eigen website dat alle natuurvergunningen en -ontheffingen alsnog zijn aangevraagd. Het spoorbedrijf stelt dat duurzaamheid voorop staat bij het gebruik van de buisleiding en dat de aanvraag van de vergunning domweg vergeten was. Met deze (publicitaire) sorry-operatie probeert ProRail de boel te repareren.

Vragen gemeenteraad

Er worden in januari 2020 over de kwestie door D66 en GroenLinks vragen gesteld in de gemeenteraad van Zwolle. Uit het antwoord van het college van burgemeester en wethouders komt naar voren dat het gaat om complexe regelgeving en dat er verzuimd is om natuurvergunningen aan te vragen. Maar – wordt benadrukt – het is geen kwade opzet van ProRail. Wanneer ik als burger op een snelweg de maximum snelheid overtreed en ik word staande gehouden, kom ik echt niet weg met de opmerking dat het geen kwade opzet was en dat ik een foutje maakte.

Is geloosd water gecontroleerd?

Ondertussen probeer ik bij Rijkswaterstaat te achterhalen wie daar verantwoordelijk is voor de lozing in de rivier. Want ik ben benieuwd of er metingen zijn verricht naar de kwaliteit van het geloosde grondwater in de IJssel. Ik heb namelijk de indruk dat er miljoenen kuubs water in de IJssel zijn terecht gekomen waarvan niet vast staat hoe vies of schoon het was. Ik dien in april 2020 een WOB-verzoek in, nadat toezichthoudende ambtenaren niet op mijn vragen wilden antwoorden.

Update april 2020: buisleiding wordt weggehaald

In april 2020 verwijdert ProRail binnendijks de buisleiding. Buitendijks – in de uiterwaarden – mag dat nog niet in verband met het broedseizoen en mogelijke schade aan de natuur. Op hun eigen website meldt het spoorbedrijf dat het ministerie van landbouw en natuurbeheer (bevoegd gezag) toestemming heeft gegeven voor het ontmantelen van de buisleiding. De regionale krant maakt er melding van:

Update mei 2020: uitkomst WOB-verzoek

Medio mei geeft Rijkswaterstaat gehoor aan mijn beroep op de Wet Openbaarheid Bestuur om e-mails en documenten in te zien over de omstreden pijplijn. Daaruit komt het volgende beeld naar voren:

  • In 2005 luidde drinkwaterbedrijf Vitens de alarmbel over zware vervuilende stoffen in winningsputten van Het Engelse Werk. Het ging ondermeer om vinylchloride, een zwarte lijst-stof. De kankerverwekkende bodemvervuiling bleek afkomstig van het NS spoorwegemplacement in Zwolle. Er waren maatregelen nodig om te voorkomen dat deze bodemvervuiling de continuiteit van de waterwinning van Vitens in gevaar zou brengen.
  • Mede op grond van deze constatering is besloten om het vervuilde rangeerterrein af te graven en van een folielaag te voorzien. Het gaat dus om een sanering van (deels) verontreinigde grond. Om ervoor te zorgen dat de afgraving goed verloopt, is het nodig om aanzienlijke hoeveelheden grondwater te bemalen. Dat bemalingswater wordt geloosd in de IJssel. In de aanvragen voor de grondwaterontrekking wordt nergens genoemd dat bij de klus van het rangeerterrein vervuilde grond in het spel is. Sterker nog: ProRail stelt in de melding bij Rijkswaterstaat dat de grondwaterontrekking een waterwingebied van Vitens betreft en dus schoon is.
Uit de officiele aanvraag voor de lozing van bemalingswater van het rangeerterrein Zwolle.
  • Het geloosde grondwater dat ruim een jaar lang in grote hoeveelheden via de grote buis in de IJssel is geloosd, is NUL keer gecontroleerd door Rijkswaterstaat om te checken of het voldoet aan de normen; en of er mogelijk sprake is van vervuilende stoffen. Rijkswaterstaat vroeg wel aandacht voor een technische aanpassing van het lozingspunt in de rivier; zodat het water vloeiend met de stroom meegevoerd zou worden.
  • In de gehele mailwisseling heeft zowel Rijkswaterstaat, de provincie en het waterschap nergens ter sprake gebracht dat de buisleiding door een Natura2000-gebied wordt gelegd en wat dat betekent voor mogelijke impact op de uiterwaardennatuur ter plekke.
  • Bij aanvang van de lozing – in oktober 2018 – is door ProRail welgeteld 1x een monster genomen van het geloosde water. Dat bleek binnen de normen. Dit is een fragment uit het onderzoeksverslag van deze meting:
De inmiddels deels ontmantelde buisleiding.

Update oktober 2020

In oktober 2020 verwijdert ProRail de buisleiding uit de uiterwaarden. Dat gebeurt aan de hand van een vergunning en een opgesteld ecologisch werkprotocol, zodat de verstoring van de natuur zo minimaal mogelijk is. Dat staat in schril contrast met het moment dat de buis is aangebracht. Toen ontbraken zulke vergunningen.

RVO laat me weten dat ProRail nog kans loopt op strafrechtelijke vervolging voor de onzorgvuldigheden in dit dossier en het nemen van een loopje met de Wet Natuurbescherming.

Update april 2021

Toezichthouder RVO laat me weten dat ProRail een formele waarschuwing heeft gekregen voor nalatigheid. Die luidt als volgt:

Contactgegevens: Wim Eikelboom