Tag: Zwolle

Unieke proef: is IJssel geschikt voor winning waterkracht-stroom?

In de IJssel bij Zwolle wordt gedurende 2021 een proef gedaan met een drijvende turbine om duurzame rivierstroom op te wekken. Hoe zit dat precies?

Vlakbij de Hanzeboog-brug ligt sinds november 2020 een drijvend schoepenrad in de rivier. Het is een kleine turbine om stroom te winnen uit waterkracht. De IJssel staat bekend als een rivier met een behoorlijke stroomsnelheid van gemiddeld ruim 3 kilometer per uur. Dat komt door het verval tussen Arnhem en Kampen. Naarmate de waterstand stijgt, groeit die stroomsnelheid.

Lintur – Nederlandse uitvinding

De proefopstelling met de IJssel-stroomturbine wordt mede mogelijk gemaakt door provincie Overijssel en gemeente Zwolle. Rijkswaterstaat heeft een vergunning gegeven. Het gaat om een proefopstelling met de Lintur, de lineaire turbine; een Nederlandse uitvinding van scheepsbouwkundig ingenieur Arnout de Bruijn. De Lintur levert stroom voor 35 tot 40 huishoudens, stellen de ontwerpers. In dit filmpje wordt uitgelegd hoe het apparaat werkt:

Zwolle wil waterkracht

Zwolle laat al langere tijd een oogje vallen op de IJssel voor duurzame energie-opwekking. Het Ambitiedocument Energietransitie (juni 2017) van het gemeentebestuur oppert de bouw van kleine waterkrachtcentrales op kribben in de rivier. De plaatsing van de Lintur-turbine is het eerste experiment dat nu wordt uitgevoerd om te zien wat er komt kijken bij het winnen van groene electriciteit uit stromend rivierwater. 

Dit zijn de waterkracht-wensen van de gemeente Zwolle:

Bron: Ambitiedocument Energietransitie gemeente Zwolle

Sportvissers bezorgd

De sportvissers zien veel haken en ogen aan de komst van waterkrachtcentrales in de rivier. Dat signaal gaf Sportvisserij Nederland drie jaar geleden toen de eerste proefballonnen verschenen voor waterkracht in de IJssel. Ze vrezen dat vissen erin worden vermorzeld of gewond raken. De uitvinders van de LINTUR-turbine stellen dat hun uitvinding visvrienvriendelijk is. 

Impact op landschap klein

De proef in de IJssel bij Zwolle is onderdeel van het programma Self Supporting Rivier Systeem (SSRS), waarin Rijkswaterstaat samen met het bedrijfsleven zoekt naar duurzame en betaalbare innovaties in rivierbeheer. Volgens SSRS zijn waterkrachtcentrales in rivieren ‘een kans voor lokale duurzame energie en goede ecologie, waarbij de impact op het landschap klein is.’

Proefopstelling LINUR-turbine bij deHanzeboog in Zwolle blijft een jaar liggen.

Bovenstrooms stroomt IJssel sneller

De keus voor Zwolle is opvallend, want de 127 kilometer lange IJssel kent bovenstrooms – tot Deventer – de snelste stroomsnelheid. Vanaf Deventer tot Kampen is het tempo van de rivier lager. Maar bij bruggen neemt de rivier een spurt en daarom is de keus gevallen op de spoorbrug Hanzeboog. 

De drijvende mini-waterkrachtcentrale ligt vast aan een meerpaal aan rand van de vaargeul en vormt dus geen belemmering voor de scheepvaart. 

proefopstelling in IJssel opwekking waterkracht
De proefopstelling van de mini-waterkrachtcentrale blijft een jaar op deze plek liggen.

Beluister de podcast Rivierverhalen over de IJssel met verhalen over deze rivier.

Onbekend schilderij ontdekt van Katerveer over IJssel bij Zwolle

Een afgeladen platte veerpont steekt van wal naar de overzijde van de IJssel. Aan de kant ligt een vrachtschip. De hoge wolkenlucht weerspiegelt in het water van de rivier. Dat is het beeld zoals de Duitse kunstschilder Alfred Streubel het schilderde in 1926. Het schilderij kwam onlangs boven water uit een particuliere collectie.

Tot pakweg honderd jaar geleden was Zwolle vanuit zuid-Nederland enkel per pont over de IJssel bereikbaar, want bruggen over de rivier waren er nog niet. Tegen de tijd dat de eerste brug in aanbouw was, legde Streubel de Zwolse veerpont van het Katerveer in olieverf vast voor het nageslacht. Dit is het volledige schilderij:

Oude ansichtkaarten leveren bewijs

Het schilderij vermeldt niet de preciese plek van het tafereel. Hoe weten we zeker dat het hier om de veerpont van het Katerveer bij Zwolle gaat?

Net als bij de recente plaatsbepaling van het befaamde boomwortel-schilderij van Vincent van Gogh: Oude ansichtkaarten bieden uitkomst.

Oude ansichten van het Katerveer tonen een landschap dat dezelfde sporen draagt als het schilderij. En ook de vorm van de veerpont heeft gelijkenis. Gezien vanaf de Zwolse kant, toont de Gelderse overzijde een bosschage met twee woningen en een vrij open landschap met enkele populieren. Dat komt overeen met de werkelijkheid van weleer, zoals vastgelegd op foto’s. Vandaag de dag is dat overigens verdwenen.

Zwolse connectie

Hoe raakte een Duitse kunstschilder met zijn schildersezel verzeild aan de oever van de IJssel?

Kennelijk had Streubel een Zwolse connectie. Het bewijs daarvoor levert Delpher: Een kleine advertentie in de Provinciale Overijsselsche en Zwolse Courant van een eeuw geleden, vermeldt de naam van Alfred Streubel. Kunstzaal Kok organiseert een verkooptentoonstelling voor zijn nieuwe schilderijen.

Kunstzaal Kok was in de eerste helft van de vorige eeuw een bekende kunstgalerie in de Overijsselse hoofdstad. Het is onduidelijk hoe vaak Streubel in de omgeving van Zwolle neerstreek. Wellicht bestaan er meer schilderijen van hem van het IJssellandschap. 

Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant – 1920

Streubel woonde in Chemnitz, in het zuidoosten van Duitsland. Hij leefde van 1861 tot 1947 en staat bekend om zijn berglandschappen en stillevens. Zijn stijl is vrij eenvoudig en zijn werken doen vandaag de dag geen hoge bedragen op veilingen. Niettemin is dit opgedoken schilderij van het Katerveer historisch waardevol.

Houten pont

De geschiedenis van het Katerveer gaat terug tot 1200. Toen was er een dorpje aan de Gelderse kant van de IJssel met de naam Caeten, later verbasterd tot Caten, Koten en Katen. Het was eeuwenlang een belangrijke oversteekplaats tussen Noord- en Zuid-Nederland.

Caten, dorpje dat verwijst naar Katerveer
Ouds bekende kaart waarop het dorpje Caten staat en Catense Veer, tolovergang over de IJssel. Document dateert uit 1570 en is aanwezig in het Gelders Archief.

Rond 1450 werd de veerdienst eigendom van de gemeente Zwolle. Bij het veerhuis was ook een stal voor paarden die de koetsen trokken. In 1914 werd de houten pont vervangen door een platte stalen pont met motoraandrijving, zodat ook onder winterse omstandigheden de veerdienst in bedrijf bleef.

Trouwens: Het rivierdorpje Katen is in de loop van eeuwen van de aardbodem verdwenen.

Oud filmbeeld van wachtende paarden aan de Zwolse veerstoep van het Katerveer.

De Zwolsche Courant maakt er op 27 oktober 1917 melding van dat er plannen zijn om het Katerveer te vervangen door een ‘modern verbindingsmiddel’ een brug: 


‘Het pontveer dat zo’n idyllischen indruk maken kan, wanneer op stillen zomeravond de langer lager en lager zinkt en de pont vredig, onmerkbaar bijna, voortglijdt van den eenen oever naar den anderen. Het moge schilders inspireren dit ouderwetse pontveer, dat ons denken doet aan de tijden van trekschuit en dillegence, maar in onzen tijd is het niet meer op zijn plaats.’ 

Tekening van Katerveer in archief Historisch Centrum Overijssel-datering 1915

Co Breman

Met de oplevering van de boogbrug over de IJssel kwamer in 1930 een einde aan het Katerveer. De bouw van de vaste oeververbinding duurde drie jaar. Mogelijk heeft Alfred Streubel de veerpont in 1926 op het schildersdoek vereeuwigd in de wetenschap dat dit historische riviervervoer spoedig tot het verleden zou gaan behoren. 

Hij was in elk geval niet de enige die het Katerveer voor het nageslacht wilde vastleggen. Van de Zwolse kunstschilder Co Breman is ook een potloodtekening bekend van het Katerveer. 

Co Breman tekent met potlood het Katerveer bij Zwolle vanaf de Zwolse oever – 1929

Reproducties van dit schilderij werden door de Zwolse kunsthandel Kok uitgebracht om de opening van de nieuwe IJsselbrug te vieren, zo blijkt uit een advertentie in de lokale krant in 1930:

Breman reproductie bij ingebruikneming IJsselbrug Zwolle

Zwolle krijgt ‘t eindelijk voor elkaar: stad aan de IJssel

Wat eeuwen wens was, lijkt werkelijkheid te worden: Zwolle groeit stedelijk vast aan de IJssel.

Het is een lang gekoesterde wens van talloze Zwolse stadsbestuurders: Hoe maak je van Zwolle een IJsselstad?

Een rechtstreekse ligging aan een grote rivier als de IJssel biedt een stad veel voordelen. In de Middeleeuwen werd dat al duidelijk toen de grote handelsbelangen zich afspeelden op de hoofdvaarwegen van de Rijn, IJssel en Waal. De Vecht en het Zwartewater telden minder mee. En dat zijn de rivieren welks water de Zwolse stadsgrachten nat houden. Wie op oude en nieuwe kaarten kijkt, kan niets anders dan constateren dat Zwolle feitelijk geen IJsselstad is.

Oude kaart uit 17e eeuw toont aan dat Zwolle verbonden is met Zwarte Water en Vecht, maar niet met de IJssel.

Willemsvaart

Zwolle doet al in 1361 een eerste poging om een gracht te graven van de stad naar de IJssel, ontdekte Jos Mooijweer vorig jaar bij onderzoek naar de Willemsvaart. Mooijweer werkt als historicus bij Historisch Centrum Overijssel. 

Het plan blijft steken en honderd jaar later wordt opnieuw een poging gedaan voor een IJsselverbinding. Buursteden Kampen en Deventer zien de bui hangen en maken bezwaar tegen de IJsseldrift van Zwolle. Het duurt tot 1819 voordat de aanleg van de vaarverbinding tussen de binnenstad en de rivier een feit is.

Zwolle-IJsselkanaal

In 1964 raakt de Willemsvaart buiten gebruik door het graven van het Zwolle-IJsselkanaal, zodat zware vrachtschepen via de rivier de stad kunnen bereiken. Het kanaal kostte 10 miljoen gulden. De wens was om een groot havengebied te maken, plus aansluiten op spoorlijnen, zodat Zwolle internationaal op de kaart zou worden gezet als distributiestad van allure. De realiteit pakt minder florisant uit: Tot een echte haven van betekenis komt het niet en aansluiting op het spoorwegnet blijft uit.

Haven op plek Schellerberg

En dan zijn er nog vergeefse pogingen gedaan tot stadsuitbreiding aan de zuidkant van Zwolle tot aan de oever van de IJssel. Dat is geblokkeerd dankzij landgoed Schellerberg. Dit oude landgoed op een rivierduin van de IJssel ligt als een buffer tussen binnenstad en de groene uiterwaarden. De eigenaars van landgoed Schellerberg zijn nooit gezwicht voor druk vanuit het stadsbestuur om plaats te maken voor stadsuitbreiding.

Na de Tweede Wereldoorlog verschijnt er een plan om een IJsselhaven te bouwen aan de zuidkant van de stad, zodat Zwolle – net als Kampen, Deventer en Zutphen. De ontwerpers onder leiding van architect Willem Dudok hebben hun oog laten vallen op buurtschap Schelle en de Schellerberg. Het plan voor de haven strandt omdat het landgoed zich beroept op het oude recht van uitzicht tot aan de Triezelerberg aan de overkant van de IJssel in Hattem. “Dankzij het servituut van uitzicht kon dit landschap behouden blijven”, vertelt mevrouw Tromp Meesters (voormalig eigenaar van het landgoed) in het boek ‘Het verhaal van Schelle Oldeneel’ (2018).

Woonwijk langs IJssel

Door de sloop van de IJsselcentrale ziet Zwolle nu voor het eerst kans om toch dichtbij de IJssel te bouwen. Op de plek van de voormalige energiecentrale moet een woonwijk komen met maximaal 500 huizen, meldt De Stentor. Het terrein is al omgeven door een dijk, dus het is feitelijk binnendijks gebied. Niettemin is het omgeven door uiterwaarden waarvoor een Natura 2000-bescherming geldt.

Plek waar Engie en gemeente Zwolle 400 tot 500 huizen willen bouwen aan de IJssel. (beeld: Engie)

Woonboten in zijarm IJssel

Een groep Zwollenaren heeft ook een oogje laten vallen op de oude haveninhammen die grenzen aan het IJsselcentrale-terrein. Ze willen hier een drijvende woongroep realiseren van duurzame woonarken. Het plan is om voor de woonarken eigen energie op te wekken met een turbine in de stroom van de rivier.

Daarmee gaat Zwolle nog een stap verder dan wonen naast de IJssel; wellicht wordt wonen in IJsselwater werkelijkheid. 

Op kleinere schaal onderneemt Zwolle nog een poging om de binnenstad met de IJssel te verbinden. En dat moet gebeuren via het Engelenpad, een speciale wandelroute. In dit artikel geef ik uitleg over deze route.

ProRail neemt opnieuw loopje met regels en loost alvast op de IJssel

ProRail loost permanent afvalwater in de IJssel bij Zwolle, zonder dat daarvoor al de vergunning is afgegeven. Daarmee neemt het spoorbedrijf opnieuw een loopje met de regels. Eerder legde ProRail een pijplijn in de Zwolse uiterwaarden terwijl vereiste vergunningen ontbraken. 

De nieuwe lozing in de IJssel betreft de permanente afwatering van het vernieuwde opstelterrein van treinen ter hoogte van IJsseldijk en de Hanzeboog. ‘Als activiteiten worden verricht die vergunningplichting zijn, op basis van een ontwerpvergunning, dan is er inderdaad sprake van een overtreding’, reageert een in milieuzaken gespecialiseerde advocaat aan wie ik dit voorleg.

Dat opstelterrein is afgelopen jaar afgegraven, opgeknapt en voorzien van een folielaag. Die folie is aangebracht om het grondwater te beschermen tegen verontreiniging. Pal naast het spoorterrein ligt namelijk een drinkwaterwinning van Vitens. En Vitens pompt water uit diepe bodemlagen.

Het vernieuwde opstelterrein van ProRail, waar ook treinen worden schoongemaakt. (Foto: ProRail)

Folie is dus nodig om vervuiling van grondwater te voorkomen. Dat heeft als keerzijde dat het water op het rangeerterrein niet weg kan. Het wordt daarom afgevoerd naar de IJssel. Dat gebeurt via een oude in onbruik geraakte 450 meter lange leiding van Stork/Wärtsilä. Deze ondergrondse pijplijn met een doorsnee van zo’n dertig centimeter is overgenomen door ProRail.

De buisleiding is de afgelopen 15 jaar af en toe gebruikt om licht vervuild water op de IJssel te lozen dat door gemeente Zwolle werd weggepompt bij bedrijven in Hanzeland. Daarmee werd voorkomen dat het grondwater zich zou mengen met water in de winputten van Vitens.

Vuilwater

Voor de afwatering en lozing vanaf het rangeerterrein loopt een vergunningaanvraag bij Rijkswaterstaat. ProRail spreekt  in de aanvraag van ‘drainagewater’.  Terwijl het in bijgevoegde analyses van proefbemonsteringen over ‘afvalwater’ wordt gesproken. ProRail stelt uitsluitend opgevangen hemelwater naar de IJssel te pompen en het overige water via het riool te verwijderen. ‘Vuilwater wordt met pompen afgevoerd naar het gemeentelijk riool’, aldus ProRail. Op het opstelterrein worden ook treinen gewassen en schoongemaakt. ProRail houdt dat afvalwater gescheiden: De treinwasinstallatie wordt voorzien van een vloeistofdichte vloer en aangesloten op het riool en dat geldt ook voor de perrons waar treinen worden schoongemaakt.

Rijkswaterstaat maakt op 21 april in lokale krant bekend dat er plan ligt om ProRail vergunning te geven.

Gemiddeld wordt gemiddeld 9 kubieke meter water per dag vanaf het rangeerterrein in de IJssel gepompt. Het water is licht vervuild met zware metalen. De dosering valt volgens Rijkswaterstaat binnen de lozingsnormen. Daarom is Rijkswaterstaat van plan toestemming te verlenen voor deze permanente lozing op de rivier. ProRail zegt de kwaliteit van het water in de folieconstructie goed in de gaten te houden en meteen in te grijpen als er onverhoopt vervuilingen optreden.

Lozingspijp

Hoewel de vergunning nog niet formeel is verleend, maakt ProRail al gebruik van het lozingspunt. Dat blijkt uit filmbeelden op 23 april op de plek waar het afvoerwater de IJssel in komt, ter hoogt van de Hanzeboog. In kleine hoeveelheden stroomt er permanent water uit de buis de rivier in:

Om in de IJssel te lozen is een vergunning nodig op grond van de Waterwet. Die aanvraag heeft ProRail in januari ingediend bij Rijkswaterstaat. Het zogeheten ontwerp-besluit, waarin Rijkswaterstaat formeel toestemming geeft voor de lozing in de IJssel, ligt sinds 23 april ter inzage voor bezwaar bij het ministerie van infrastructuur en waterstaat. Formeel is deze watervergunning nog niet bekrachtigd. Door alvast te lozen, is ProRail feitelijk in overtreding.

Natuurvergunningen

Het is de tweede keer dat ProRail met het rangeerterrein in Zwolle het niet nauw neemt met vergunningen. Vorig jaar bracht ik aan het licht dat voor een tijdelijke pijplijn in de uiterwaarden de vereiste natuurvergunningen en –ontheffingen niet waren geregeld. Daarmee was de pijplijn feitelijk illegaal. ProRail stelt dat het per ongeluk over het hoofd was gezien en dat er geen sprake was van moedwillige nalatigheid.

Met deze tijdelijk buisleiding is een jaar lang overtollig bemalen grondwater in de IJssel geloosd. De pijp is inmiddels buitendijks verwijderd, maar binnendijks nog niet. (Foto: Wim Eikelboom)

De pijplijn – gebruikt voor afvoer van bemalingswater tijdens de bouwklus – doorsnijdt een Natura 2000-gebied, pal naast een beverburcht. Eveneens was verzuimd om een ecologische ontheffing aan te vragen voor het lozen van bemalingswater in de IJssel. Hierover is ProRail op de vingers getikt door het bevoegd gezag, het ministerie van landbouw en natuur.  Inmiddels wordt deze pijplijn in fases verwijderd. 

Riool-rivier

Lozingen in de rivier waren vroeger heel gebruikelijk, maar tegenwoordig is er meer terughoudendheid. Tot de jaren zeventig stond de Rijn en ook de IJssel bekend als riool-rivier. Dat is ten goede gekeerd. Aan lozingen van industrie en landbouw worden vandaag de dag strengere eisen gesteld. De Waterwet is van toepassing op lozingen die rechtstreeks in het oppervlaktewater plaatsvinden. Rijkswaterstaat bewaakt voor de rivieren –waaronder de IJssel – de chemische en ecologische kwaliteitsnormen bij lozingen. 

Ontheffing wet natuurbescherming

De buisleiding mondt uit aan de oever van een Natura 2000-gebied. Doorgaans is ook een ontheffing nodig van de Wet Natuurbescherming om mogelijke nadelige en schadelijke effecten op de natuur uit te sluiten bij lozingen als deze. ProRail stelt dat zo’n ontheffing niet nodig is. Het ministerie van landbouw en natuurbeheer – bevoegd gezag in dezen – onderzoekt of ProRail hierin juist handelt.

De 450 meter lange ondergrondse lozingspijp in de IJssel bij de Hanzeboog in Zwolle was in onbruik geraakt, maar sinds kort pompt ProRail via deze pijp rangeerterrein-water in de rivier. (Foto: Wim Eikelboom)

Reactie ProRail

In een reactie op dit artikel erkent ProRail dat het feitelijk juist is dat er wordt geloosd op de IJssel zonder dat de vergunning daarvoor is afgegeven. “We nemen geen loopje met de regels, want we doen dit in ambtelijke afstemming met de gemeente Zwolle en met Rijkswaterstaat. Als we niet zouden lozen, komen we in de penarie”, laat Jan Willem Lammers weten. Lammers is projectleider bij ProRail van de afdeling leefomgeving, juridische zaken en vastgoed in Utrecht. Hij benadrukt dat ProRail zich graag aan de regels wil houden en de lozing zorgvuldig heeft voorbereid. “Maar in de dynamiek van dit project hebben we deze vereiste watervergunning voor de lozing onvoldoende tijdig opgepakt.”

Gemeenteraad Zwolle wil opheldering

In reactie op de berichtgeving op deze site, vragen drie partijen in de gemeenteraad van Zwolle opheldering aan het college van burgemeester en wethouders in Zwolle. ChristenUnie, D66 en GroenLinks willen weten hoe het zit met het feit dat gemeente Zwolle zou hebben ingestemd met deze lozing zonder wettig kader. Ook vragen de partijen zich af of het niet tijd is voor een steviger vorm van toezicht op de werkzaamheden van ProRail in de nabijheid van de kwetsbare natuurgebieden in de uiterwaarden van de IJssel. Alle vragen lees je hier.

Diverse lokale en regionale media maken melding van voortijdige lozing door ProRail en de actie die de lokale politiek onderneemt, waaronder De Stentor en RTV Oost.

Reactie Rijkswaterstaat op handhavingsverzoek

Op mijn verzoek tot handhaving geeft Rijkswaterstaat op 18 mei 2020 de volgende reactie:

Rijkswaterstaat zegt dat de gemeente Zwolle nog eigenaar is van de lozingsbuis en dat het eigenaarschap naar ProRail gaat zodra de watervergunning is afgegeven. Een gemeentelijke overheid heeft geen aparte vergunning nodig om water te lozen op de rivier; ProRail heeft daar wel een watervergunning voor nodig.

Dat het eigenaarschap van de voormalige Stork/Wartsila-buis bij de gemeente Zwolle ligt is in tegenspraak met interne correspondentie over deze lozing die eerder is gevoerd. Daaruit blijkt dat ProRail zich wel degelijk eigenaar noemt van de lozingsbuis:

Uit intern verslag Rijkswaterstaat over buisleiding in 2016

Update: mijn zienswijze op de vergunning

Ik overweeg een reactie in te dienen op de ontwerpvergunning van Rijkswaterstaat, waarmee de permanente lozing op de IJssel door ProRail mogelijk gemaakt wordt. Dit is de strekking daarvan:

1. Lozingen in de rivier zijn de afgelopen jaren afgebouwd. Dit nieuwe lozingspunt staat haaks op de trend om in de rivier zo min mogelijk bedrijfswater te lozen. Zijn er alternatieven overwogen voor deze lozing?

2. Onder het rangeerterrein is een folielaag aangebracht om grondwater te beschermen tegen mogelijke vervuiling. Vervolgens wordt gekozen om het water wel te lozen op de IJssel. Verdient de IJssel geen bescherming dan?

3. Hoe garandeert ProRail scheiding van waterstromen op het rangeerterrein, zodat vuil en relatief schoon regenwater zich niet mengen? 

4. Het is in de vergunning onduidelijk op welke wijze de bemonstering en met welke frequentie bemonstering plaatsvindt van het te lozen water op de IJssel. 

5. Als ProRail en Rijkswaterstaat er zo zeker van zijn dat het water dat in de IJssel geloosd wordt schoon is, kan het beter nuttig worden gebruikt om de vijvers in het naastgelegen park Engelse Werk op peil te houden. Die vijvers kampen regelmatig met een lage waterstand.

Bever voelt zich thuis langs de IJssel

Langs de IJssel zijn bevers allang geen ongewone verschijning meer. De afgelopen tien jaar lifte het waterdier mee op het succes van Ruimte voor de Rivier.  

Bever zwemt met tak naar burcht in uiterwaarden van het Engelse Werk in Zwolle.

Wie op de dijk fietst en een beetje oplet, kan zomaar het werk zien van de bever. Afgeknaagde boompjes en afgekloven takken aan de voet van de dijk komen regelmatig voor op verschillende plekken langs de IJsseldijk.

Familie in Engelse Werk

Als inwoner van Zwolle zie ik dat de bever steeds meer een normale verschijning is geworden langs de IJssel in de stad. De dieren laten zich zien ter hoogte van Harculo en bij het Engelse Werk in Zwolle. Daar is sinds 2008 de bever gevestigd. De familie heeft inmiddels een flinke burcht en zoekt gebiedsuitbreiding, stroomafwaarts en stroomopwaarts.

Zo woont de bever sinds enige tijd ook weer in een kolk bij Zalk. En daarmee is een cirkel rond, want in 1826 werd de laatste bever van Nederland in Zalk doodgeknuppeld. Een beeldje op de IJsseldijk herinnert aan dat officiele uitsterfmoment van het grootste waterzoogdier van ons land. In IJssel-steden als Zutphen en Deventer stond sinds de 15e eeuw al een premie op het doden van bevers.

Laatste bever van Zalk

Maar de natuur geeft zich niet makkelijk gewonnen. Nadat in ons land weer bevers zijn uitgezet in 1988 maakte het beest een snelle opmars. Dat werd mede in de hand gewerkt door de groei van het ooibos in de uiterwaarden en de aanleg van nieuwe uiterwaardennatuur in het kader van de veiligheidsmaatregelen Ruimte voor de Rivier. Bevers knagen graag jonge boompjes om:

Uit tellingen van het Waterschap Rivierenland blijkt dat er 24 beverburchten langs de IJssel zijn. Het totaal aantal bevers langs de gehele rivier wordt aan Gelderse en Overijsselse kant geschat op 120 exemplaren.

Wilgenbast

In de uiterwaarden van het Engelse Werk leven naar schatting 10 bevers. Het zijn schuwe dieren die overdag slapen in hun zelfgemaakte hol van takken. En ’s nachts trekken ze er op uit om wilgenbast te zoeken, want dat is hun favoriete voedsel. Dat is minder makkelijk dan voorheen, want in de uiterwaarden van het Engelse Werk en de naastgelegen Schellerwaarden zijn de afgelopen jaren vrij veel bossen gekapt. Het toont de spanning tussen waterveiligheid en natuur: Rijkswaterstaat zag het bos als obstakels als de rivier buiten de oevers treedt. 

Hier en daar graaft de bever holen in de oever en ziet het eruit alsof er een groot konijn zit te zonnebaden voor de ingang van z’n slaapplek.

Beverbossen

Om de bever tegemoet te komen zijn in de luwte van de dijk twee beverbossen aangeplant, voedselbosjes voor deze boomknager. Ook is een hardhout beverbosje aangeplant op een hoger gelegen deel van de Schellerwaarden. De bevers bewijzen hun dienst als natuurbeheerders, omdat ze jonge boompjes opvreten. Als dat niet zou gebeuren, zouden de uiterwaarden snel dichtgroeien en dan kan de waterveiligheid in het geding komen. 

‘s Ochtends vroeg zwemt een bever in de IJssel ter hoogte van Schelle en Oldeneel tussen Zwolle en Hattem. Tijdens nachtelijke tochten kunnen bevers kilometers zwerven om eten te zoeken en takken te knagen.

Het is bijzonder om te zien dat een dier die vorige eeuw nog was uitgestorven, zich zo succesvol voortplant langs de rivieren. Hun aantal neemt zo snel toe, dat in Limburg al bevers worden gevangen en afgemaakt omdat ze schade veroorzaken. Bevers kunnen gaten in dijken graven en de waterhuishouding in de war schoppen. De Zoogdiervereniging schat er dat in Nederland ruim 3.500 bevers leven. De bever is een beschermde diersoort die je niet mag verstoren en bejagen.

Beluister ook het verhaal over de bever in de podcast Rivierverhalen

Beverkeutels zie je zelden, want bevers poepen doorgaans in het water. Het zijn reukloze drolletjes die bestaan uit houtvezels.
Pootafdrukken van de bever
Prenten van beverpoten in het natte zand langs de rivier.
Dit is de oudste beverburcht die sinds 2008 de uitvalsbasis vormt voor de beverfamilie in het Engelse Werk.

Zwolse bevers doen Hattem aan

De Zwolse bevers zwemmen regelmatig de IJssel over en laten zich zien in Hattem. Een karpervisser was er getuige van hoe een bever zich aan de oever van de rivier even een moment nam voor zichzelf.

Contactgegevens: Wim Eikelboom